IPS: Afrikaanse stem dreigt onder te sneeuwen op VN-klimaatconferentie

 


Voor Afrikaanse landen zal het moeilijk worden hun stem te laten horen tijdens de cruciale klimaatconferentie (COP21) in december 2015 in Parijs. Zij dreigen overstemd te worden door de veel grotere delegaties en expertise uit rijke landen.


Volgende maand houdt de Centraal Afrikaanse Boscommissie (Comifac) een voorbereidende bijeenkomst met experts en afgevaardigden uit tien Afrikaanse lidstaten. Maar Comifac mag maar één of twee afgevaardigden sturen, zegt Martin Tadoum, plaatsvervangend algemeen secretaris van Comifac.

Intussen probeert het Pan-Afrikaanse Netwerk van Parlementariërs voor Klimaatverandering (PAPNCC) parlementariërs beter toe te rusten voor het nemen van goede besluiten. De organisatie opereert in 38 landen en heeft een hoofdkantoor in Kameroen. Ook VN-commissies zoals de Economische Commissie voor Afrika (Uneca) en burgerorganisaties werken strategieën uit voor de komende klimaatconferenties COP20 en COP21.

Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk samenwerking en kennisuitwisseling. Desondanks blijven de onderhandelingen lastig. Afrika heeft minder geld om afgevaardigden te sturen en ook minder expertise als het gaat om technische kwesties.


Weinig capaciteit


"Afrika is niet meer dan een vertegenwoordiger in de onderhandelingen en heeft erg weinig capaciteit besluiten te beïnvloeden", zegt Tomothé Kagombet, een van de Kameroense hoofdonderhandelaars. Hij noemt een voorbeeld. "Tijdens de onderhandelingen zit Kameroen bijvoorbeeld naast Canada. Dat land komt met een delegatie van bijna honderd man. Wij zijn maar met twee afgevaardigden uit Kameroen. Zo gaat het ook met de andere Afrikaanse landen."

Rijke landen sturen verschillende afgevaardigden naar verschillende gesprekken, maar de Afrikanen zitten lange tijd onafgebroken aan onderhandelingstafels, zonder pauze, zegt Kagombet. Comifac rekruteert daarom consultants die de afgevaardigden uit de tien lidstaten briefen over diverse technische kwesties die aan de orde komen in de verschillende forums.

"De nieuwe strategie is dat ieder land Comifac vertegenwoordigt op één specifiek onderhandelingsonderwerp. Tsjaad volgt bijvoorbeeld discussies over klimaataanpassing, Kameroen over vermindering van de klimaatimpact en de Democratische Republiek Congo over financiën", zegt Tadoum.

Geen budget


In de afgelopen jaren werd een ingewikkeld internationaal klimaatraamwerk ontwikkeld. Met nieuwe concepten als REDD (het verminderen van de emissie uit ontbossing), het Clean Development Mechanisme (CDM) en meer dan zestig internationale fondsen, liggen er grote uitdagingen voor Afrikaanse experts om zich te bekwamen op deze terreinen, zegt Samuel Nguiffo van het Centrum voor Milieu en Ontwikkeling (CED), een ngo in Kameroen.

"Afrikaanse landen hebben geen budget gereserveerd voor capaciteitsopbouw en het sturen van meer afgevaardigden naar de klimaatconferenties. De Verenigde Naties betalen de komst van één of twee afgevaardigden uit ontwikkelingslanden, maar daarmee kan Afrika niet op tegen de delegaties uit rijke landen", zegt Tomothé Kagombet.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel