IPS: 'Latijns-Amerika maakt van natuur handelswaar'

yasuni-oil
[Foto: rastros de luz via photopin cc]

Compensatie voor verlies van biodiversiteit, waar Latijns-Amerikaanse landen sinds kort mee experimenteren, kan ertoe leiden dat de natuur 'handelswaar' wordt. De verwoesting van het ecosysteem door de mijnbouw in de regio wordt er niet mee gestopt, zeggen sociale organisaties.



"Geen enkel marktmechanisme kan het onderliggende probleem oplossen", zegt Margarita Flórez, directeur van de Asociación Ambiente Sociedad (AAS), een Colombiaanse niet-gouvernementele organisatie. "Het grootste probleem ligt bij de schade die al is veroorzaakt. Wie garandeert dat het om echt herstel gaat, en niet alleen om sanering? "

Sinds augustus 2012 heeft Colombia een 'handleiding voor de toekenning van compensatie voor biodiversiteitsverlies', maar die is in de praktijk nog niet toegepast. De handleiding maakt het voor bedrijven mogelijk om precies na te gaan waar, hoe en hoeveel gecompenseerd dient te worden voor ecologische schade als gevolg van hun activiteiten. Zo moet gecompenseerd worden in gebieden die "ecologisch vergelijkbaar" zijn met de  plaats waar de schade is aangericht. Ook kunnen gebieden aangewezen worden die door de overheid zijn aangewezen als prioriteitsgebied.

De handleiding is niet alleen bedoeld voor mijnbouwbedrijven, maar kan ook van toepassing zijn op de aanleg van havens, infrastructuur en nieuwe internationale vliegvelden.

Diversiteitsverdrag

Biodiversiteitscompensatie is een van de zes Innovatieve Financiële Mechanismen van de Conventie over Biologische Diversiteit (CBD), die in 1993 van kracht werd en geratificeerd is door 193 landen. Het verdrag wordt alom gezien als het belangrijkste document over duurzame ontwikkeling.

De andere mechanismen zijn milieufiscale hervormingen, betalingen voor diensten van het ecosysteem, groene markten, biodiversiteit in klimaatfinanciering en biodiversiteit in de financiering van internationale ontwikkeling.

Momenteel heeft slechts een vijfde van de landen die het verdrag ondertekend hebben, mechanismen voor biodiversiteitscompensatie. Er lopen ongeveer 45 programma's, met een investering tussen 2,4 en 4 miljard dollar. In Latijns-Amerika hebben Argentinië, Brazilië, Chili, Colombia, Mexico, Peru en Venezuela een vorm van dit systeem geïntroduceerd. Ecuador bestudeert de mogelijkheden nog.

Weinig prikkels

Pedro Álvarez van de Nationale Commissie voor Kennis en Gebruik van Biodiversiteit (Conabio), acht het haalbaar om natuurbeheermechanismen te combineren met economische productie. "Als mensen leren dat biodiversiteit waarde heeft, ontstaan er kansen op het gebied van natuurbeheer. Maar dan moet er wel voor een langere tijd financiering worden gegarandeerd. Ook moeten we ons richten op gebieden met de grootste biodiversiteit en voorkomen dat mensen gaan denken 'als ze me betalen, zorg ik er goed voor'."

"In Colombia bestaan weinig prikkels om natuurbeheer te verbeteren", zegt Flórez van de AAS. "De handleiding staat vol verklaringen, maar maakt niet precies duidelijk hoe hij toegepast moet worden. We hebben meer details nodig. Wanneer, onder welke omstandigheden en wat er gebeurt als hij niet wordt toegepast."

De beweging 'Geen Biodiversiteitscompensatie', een wereldwijde coalitie van milieuorganisaties stelt dat een dergelijk mechanisme de milieuschade juist kan vergroten en de natuur tot handelswaar maakt. Biodiversiteitscompensatie staat vernieling van het milieu toe, of moedigt die zelfs aan, stelt zij. Deze vernielde natuur elders compenseren, vinden deze organisaties geen optie.

"Compensatie is gunstig voor bedrijven die schade aanrichten. Ze kunnen zichzelf zo presenteren als een bedrijf dat investeert in milieubescherming en zo hun producten en diensten groenwassen." De campagne stelt dat biodiversiteitscompensatie de plaatselijke bevolking niet ontziet. Zij moeten nog steeds wijken voor de commerciële activiteiten van bijvoorbeeld mijnbouwbedrijven.


BRON:
IPS 


Lees meer :
IPS DOOR:

Deel dit artikel