IPS: Mijnbouwindustrie Oeganda negeert lokale bevolking

oeganda goudmijn ips
[Foto: Een goudmijn in de buurt van Nakibat en Nakiloro, Rupa, Moroto. ┬ę 2013 Jessica Evans/Human Rights Watch]


De ontluikende mijnbouwindustrie in Oeganda negeert de rechten van de plaatselijke bevolking, stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in een deze week verschenen rapport. 

 



De Oegandese regering stimuleert private investeringen in de mijnbouw in de afgelegen noordoostelijke regio Karamoja. De lokale bevolking wordt echter nauwelijks betrokken bij de ontwikkeling van deze regio, zegt HRW, dat de activiteiten van drie bedrijven in verschillende onderzoeksstadia in kaart bracht. Het gaat om East African Mining, Jan Mangal en DAO Uganda.

 

"De mijnbouw kan een zegen zijn voor de bevolking van Karamoja, met nieuwe banen, voorzieningen en infrastructuur", zegt Daniel Bekele, Afrika-directeur van HRW. "Maar het is nog steeds onduidelijk op welke manier dit gaat gebeuren en hoe de regering de rechten van de bevolking beschermt tijdens dit proces."

Karamoja zou naar verluidt aanzienlijke hoeveelheden kostbare mineralen herbergen, met name goud en marmer. Sinds twee jaar doen verschillende bedrijven hier onderzoek naar.

 

Grondmonsters


East African Mining, een Oegandese dochteronderneming van East African Gold, begon in 2012 met onderzoek in Kaabong. Aanvankelijk gebeurde dat zonder overleg met de inheemse bevolking, zegt HRW. De bewoners ontdekten pas dat er iets gaande was toen werknemers van het bedrijf op hun land, en zelfs in hun huizen, grondmonsters kwamen nemen.

"Acht mannen in gele uniformen begonnen in mijn tuin te graven",  zegt een man uit het district Lois in Kathile, Kaabong, in het rapport.  "Ze zeiden niets en namen grond mee. Ik durfde niets te vragen. Ze liepen er rond alsof het hun eigen land was."

De acties van East African Mining leidden volgens HRW tot "angst en grote verwarring" onder de bevolking. Enkele maanden later begon het bedrijf bijeenkomsten te beleggen, maar die hebben de onrust niet kunnen wegnemen.

East African Mining zegt in een reactie op het HRW-rapport open te staan voor discussie over landrechten en andere zaken die door de mensenrechtenorganisatie worden aangekaart. Het bedrijf stelt ook dat het de plaatselijke bevolking geïnformeerd heeft over haar activiteiten. "Wij realiseren ons dat dit van fundamenteel belang is voor het slagen van het project."

 

Animositeit


Jan Mangal, een bedrijf met wortels in de Indiase juwelenindustrie, arriveerde in het midden van 2012 met mijnbouwmaterieel in Rupa in Moroto. De overheid wist hiervan, maar voor de lokale bevolking was het een verrassing. Het bedrijf heeft inmiddels afspraken over landgebruik gemaakt met verschillende individuele bewoners. Dat leidde tot animositeit tussen verschillende groepen en beschuldigingen dat dorpsoudsten gemeenschappelijke grond verkocht zouden hebben.

Ook DAO, een Oegandees dochterbedrijf van een Saoedisch-Koeweits bouwbedrijf, lichtte pas laat de bevolking in over haar activiteiten op het gebied van marmerwinning.

HRW wijst erop dat overheden de plicht hebben, en bedrijven de verantwoordelijkheid, om de inheemse bevolking te consulteren. Pas na toestemming van deze bewoners, zouden projecten doorgang mogen vinden. "Deze verantwoordelijkheid is gebaseerd op het recht van de inheemse bevolking om land te bezitten, te gebruiken en te ontwikkelen. Dit recht is bevestigd door de Afrikaanse Mensenrechtencommissie ACHPR en de VN-Verklaring inzake de Rechten van Inheemse Volken."



BRON: IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel