IPS: Mijnbouwruzie in El Salvador voor Wereldbank-tribunaal

mijnbouw-Jaime-Villaseca

Multilaterale arbitrage moet uitkomst bieden in een langlopend conflict tussen de regering van El Salvador en het Australische mijnbouwbedrijf OceanaGold. Deze week zijn de laatste hoorzittingen begonnen.



OceanaGold klaagt de Salvadoraanse regering aan omdat zij weigert een vergunning te verstrekken voor het delven van goud. Die kwestie speelt al zo'n tien jaar. El Salvador houdt de vergunning tegen door een beroep te doen op nationale wetgeving en beleid gericht op het gezond houden van mens en milieu. Het mijnbouwproject zou het drinkwater in het land in gevaar brengen.

Volgens de regering voldoet OceanaGold ook niet aan de basisvereisten om voor een vergunning in aanmerking te komen. In 2012 kondigde het land bovendien aan een moratorium op alle vormen van goudwinning in stand te houden.

OceanaGold maakt gebruik van een controversiële bepaling in een vrijhandelsakkoord om compensatie te eisen voor gederfde inkomsten – meer 300 miljoen dollar. De zaak ligt nu bij het Centre for the Settlement of Investment Disputes (ICSID), een tribunaal dat werkt onder de vlag van de Wereldbank in Washington.

Watervervuiling

Hector Berrios, coördinator van MUFRAS-32, een lid van de de Salvadoraanse Nationale Ronde Tafel tegen Mijnbouw van Metalen, zegt dat een meerderheid van de bevolking zich tegen het project heeft uitgesproken. "Deze mensen vinden water belangrijker."

OceanaGold wil bij de goudwinning cyanide en grote hoeveelheden water gebruiken, zeggen critici. De plaatselijke bevolking is daar huiverig voor: 90 procent van het oppervlaktewater in El Salvador is al vervuild volgens de Verenigde Naties (VN). Gisteren demonstreerden enkele honderden mensen voor het gebouw van de Wereldbank in Washington, uit solidariteit met El Salvador, tegen OceanaGold en om hun scepsis te tonen over het ICSID-proces.

De potentieel lucratieve mineralenvoorraden bij de rivier Lempa werden aanvankelijk door een ander bedrijf, het Canadese Pacific Rim, ontdekt in 2002. De toenmalige Salvadoraanse regering, die open stond voor mijnbouw, moedigde het bedrijf aan een vergunning aan te vragen. Dat proces werd echter bemoeilijkt door weerstand vanuit de bevolking.

Pacific Rim spande uiteindelijk een zaak aan op basis van een bepaling in het vrijhandelsakkoord DR-CAFTA, die bedrijven de mogelijkheid geeft regeringen aan te klagen als ze het maken van winst belemmeren. Canada, het thuisland van Pacific Rim, doet niet mee aan DR-CAFTA, maar de Verenigde Staten wel. Pacific Rim richtte daarom in 2009 een dochteronderneming op in de Verenigde Staten.

In 2012 bepaalde ICSID dat de zaak door kon gaan op grond van de Salvadoraanse investeringswet. Die wet is inmiddels aangepast om te voorkomen dat ook andere bedrijven de nationale wetgeving omzeilen en aankloppen bij organen als het ICSID.

OceanaGold nam Pacific Rim vorig jaar over, ondanks het feit dat het goudmijnproject de belangrijkste troef van het bedrijf is. En dat project kreeg tot nu toe geen toestemming om van start te gaan.

OceanaGold ging niet in op een verzoek om te reageren. Wel gaf het bedrijf vorig jaar aan dat het verder wil met de arbitragezaak en tegelijkertijd zoekt naar een oplossing via onderhandelingen.

Draagvlak

De Salvadoraanse regering zegt dat de vergunningprocedure niet alleen is stopgezet vanwege zorgen over het milieu en de volksgezondheid, maar ook vanwege procedurele kwesties. Zo zou Pacific Rim zich niet gehouden hebben aan de rapportageplicht en ontbreekt de vereiste toestemming van de plaatselijke bevolking. Onder de Salvadoraanse wet moet een mijnbouwbedrijf van de plaatselijke bevolking toestemming hebben om te gaan delven. Voor Pacific Rim geldt dat voor slechts 13 procent van de beoogde grond die nodig is voor het project, zegt Oxfam America.

Gezien dit gebrek aan draagvlak in een land met een recente geschiedenis van burgerlijke onrust, waarschuwen sommigen dat een beslissing van ICSID in het voordeel van OceanaGold kan uitmonden in geweld. "Dit mijnbouwproject haalt veel oude wonden open uit de burgeroorlog. Een land zeggen dat het een burgerconflict moet uitlokken om investeerders tevreden te stellen, is een kwalijke zaak", zegt Luke Danielson, een onderzoeker en academicus die zich bezighoudt met sociale conflicten.

"Het tribunaal bestaat om uitspraak te doen over de belangen van twee partijen: die van de nationale regering en die van de investeerder. Maar geen van deze partijen spreekt voor de bevolking en dat is een fundamenteel probleem."



BRON:
IPS

Deel dit artikel