IPS: Satelliet brengt internet naar Boliviaans platteland

 



bolivia internet satteliet ips

[Een billboard in Cochabamba ter promotie van de Boliviaanse satelliet, met de tekst 'De ruimte is van ons'. © Gustav Cappaert/IPS]


De Boliviaanse president Evo Morales wil via satelliet internet, mobiele telefonie, digitaal onderwijs en meer dan honderd tv-kanalen beschikbaar maken voor het uitgestrekte platteland. In El Palomar komt een van de 1.500 communicatiecentra die de regering daarvoor dit jaar gaat openen.  



Maria Eugenia Calle, gemeenteambtenaar uit El Palomar, kwam pas kortgeleden voor het eerst in aanraking met internet. Het communicatiecentrum dat in haar woonplaats komt, moet bediend worden door de satelliet Tupac Katari 1, een Boliviaanse satelliet die eind vorig jaar vanuit China werd gelanceerd.

Omdat Bolivia door land omsloten is, is aansluiting op een onderzeese glasvezelkabel geen optie. Bolivia behoort momenteel tot de landen met het traagste internet en de duurste verbindingen in de wereld. Van de satelliet wordt veel verwacht.

In El Palomar kijken Calle en enkele omstanders toe als de verslaggever met zijn computer probeert een signaal op te vangen om verbinding te maken met internet. Ze vragen of ze het Witte Huis kunnen zien en geven zoeksuggesties: Verenigde Staten, Toyota, Real Madrid.

 

Droom


Bolivia is het armste land in Latijns-Amerika en ook het land met de slechtste communicatieverbindingen. Slechts 7,4 procent van de inwoners heeft thuis internet, het laagste aantal op het continent.

Calle, bij de gemeente El Palomar verantwoordelijk voor onderwijs, zegt blij te zijn dat haar kinderen straks via internet contact kunnen leggen met de Verenigde Staten en andere landen. "En hier in Bolivia, met La Paz en Cochabamba. Het is net een droom, niet?"

Met een bevolking van zo'n 10 miljoen mensen en een bescheiden nationaal budget, is Bolivia een vreemde eend in de bijt tussen de 45 landen met een eigen communicatiesatelliet. Dat zijn in de meeste gevallen rijke landen, landen met veel inwoners of allebei. Steeds meer ontwikkelingslanden investeren echter ook in een satelliet. In de komende twee jaar zullen Angola, Nicaragua, de Democratische Republiek Congo, Turkmenistan en Sri Lanka een eigen satelliet in de ruimte brengen.

Vooral het platteland biedt uitdagingen voor de internetexpansie. De kosten van het installeren en onderhouden van apparatuur en het opleiden van mensen in de nieuwe technologie zijn hoger, naarmate je verder van een stad verwijderd raakt, zegt Francisco Proenza, ICT-deskundige en gasthoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Pompei Fabra-universiteit in Barcelona.

Terwijl het gebruik van mobiele telefoons sterk is gegroeid op het platteland, blijft internet achter. Op het platteland van Peru heeft bijvoorbeeld 62 procent van de huishoudens een mobiele telefoon, terwijl slechts 7 procent gebruik maakt van internet.

Goedkoopste optie


Sinds een grondwetswijziging in 2009, garandeert de Boliviaanse grondwet toegang tot basisdiensten voor elke Boliviaan. Het gaat dan om water, elektriciteit en telecommunicatie.

Volgens Ivan Zambrana, directeur van het Boliviaanse Ruimteagentschap, is een nationale satelliet de goedkoopste optie voor Bolivia om de connectiviteit te verbeteren, gezien het landschap. Bolivia heeft bergen, tropisch regenwoud en een woestijn. De Boliviaanse communicatie moet ook beschermd worden tegen politieke acties die de toegang kunnen beperken, zoals het Amerikaanse embargo tegen bondgenoot Cuba.

Het Boliviaanse ministerie van Communicatie zette een stevige marketingcampagne op rond de satelliet: tv-reclames, een Facebook- en Twittercampagne en een Android-app moeten het project promoten. Rond de lancering van de satelliet werden in stedelijke gebieden billboards geplaatst met de teksten 'Tupac Katari, Jouw Ster' en 'Communicatie Gedekoloniseerd'.

Sommige sceptici menen echter dat Bolivia de verkeerde prioriteiten stelt, vooral omdat er alternatieven zijn. Veel andere landen, inclusief buurland Peru, hebben de internettoegang op het platteland uitgebreid door gebruik te maken van bestaande satellieten. Google en Facebook overwegen laagvliegende drones in te zetten om wereldwijd internettoegang mogelijk te maken.

Toeristen


Bolivia gaf tot nu toe 10 miljoen dollar per jaar uit om satellietcapaciteit te huren bij buitenlandse providers. Om de Tupac Katari te financieren, kreeg het land een lening van 300 miljoen dollar van de Chinese Ontwikkelingsbank. De Boliviaanse regering beweert dat die lening binnen vijftien jaar kan worden afbetaald met inkomsten uit de satelliet. "Het verbaast me dat landen als Bolivia hun eigen satelliet lanceren",  zegt Heather Hudson, hoogleraar Openbaar Beleid aan de Universiteit van Alaska. Volgens Hudson kunnen bestaande satellieten het platteland van Bolivia prima bedienen.

"Onze prioriteit is om de kwaliteit van de voeding, water en het milieu te verbeteren", zegt Isidro Paz Nina, nationaal coördinerend secretaris van Movimiento Sin Miedo, een partij die president Morales van zijn zetel wil stoten bij de verkiezingen in november. "De satelliet is niet slecht, maar mensen moeten eerst te eten hebben, zodat ze zich daar geen zorgen meer om maken."

Als het project slaagt, kan dat grote impact hebben op het Boliviaanse platteland. Internet is een "raam naar de wereld" voor de kinderen daar, zegt Zambrana, de directeur van het Ruimteagentschap. Veel Boliviaanse kinderen die hoog in de bergen wonen, hebben bijvoorbeeld nog nooit van hun leven een boom gezien, zegt hij. Beelden die via de satelliet geleverd worden, kunnen daar iets aan veranderen. "Over vijf jaar zal Bolivia moderner en beter verbonden zijn, met burgers die meer weten. We worden een beetje rijker – of een beetje minder arm", zegt Zambrana.

Gregoria Oxa Cayo, eigenaresse van een hotel in San Juan de Rosario, een klein dorp in het droge zuidwesten van Bolivia, is ook positief. In San Juan de Rosario is een communicatiecentrum gepland. Toeristen doen het dorp vooral aan om de enorme zoutvlakten, de grootste in de wereld, te zien. Cayo, die opgroeide in San Juan – waar ook haar ouders nog wonen – woont echter vier uur reizen verderop, in de stad Uyuni. Ze heeft namelijk internet nodig om haar hotel en reisbureau te runnen, en daar ontbreekt het aan in San Juan. "Als we internet hadden, zou ik hier gaan wonen", zegt ze.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel