Israël: het failliet van de ‘equidistance’

Onze vorige minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, lanceerde het begrip ‘equidistance’ om de Belgische positie in het Israëlisch-Palestijns conflict te definiëren. Het is een alibi om niets te doen tegen de bezettingspolitiek, oorzaak van alle geweld. Het is tijd voor sancties.

Onze vorige minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, lanceerde het begrip ‘equidistance’ om de Belgische positie in het Israëlisch-Palestijns conflict te definiëren. Tijdens een onderhoud met een delegatie van het Actieplatform Palestina vertaalde Johan Verbeke, de directeur van de beleidscel buitenlandse zaken dat zo : "Equidistance betekent dat je niet pro-Israël of pro-Palestina bent maar pro-Peace. Dit houdt een veroordeling in van alle geweldacties van de Palestijnen én een absolute veroordeling van het patroon van systematische provocaties van Israël. Het disproportioneel geweld dat daarmee gepaard gaat is onaanvaardbaar.”

We begrijpen het zo: het geweld van de Palestijnen wordt op gelijke voet geplaatst met het bezettingsgeweld van de Israëlische oorlogsmachine. Er is nochtans een verschil. Als onderdrukte volkeren zien dat hun rechten met de voeten worden getreden en niemand daar iets tegen onderneemt, dan is de meeste logische uitweg het verzet en tegengeweld. We kunnen dat niet leuk vinden, betreurenswaardig, ja zelfs gruwelijk… de geschiedenis, ook de onze, leert dat het uiteindelijk altijd daar op uitdraait.

Het begrip ‘equidistance’ neemt een loopje met de Palestijnse volkerenrechten, zoals die rechtstreeks of onrechtstreeks vervat liggen in de vele onuitgevoerde VN-resoluties. Equidistance is een laf alibi om niets te hoeven doen, geen partij te moeten kiezen en dus maar te laten begaan. Gaat het om de schrik voor de grote Israëlisch oppas, de VS? De handelsrelaties? De joodse lobby in ons land en Europa? Historisch schuldbewustzijn? Het zal allemaal wel meespelen.

Zeker is dat de brutale Israëlische repressieoorlog in de bezette Palestijnse gebieden de relativiteit van het internationaal recht toont en de selectiviteit van ons onrechtvaardigheidsgevoel. Het conflict duwt ons met de neus op het feit dat internationale relaties a priori gevestigd zijn op macht en niet op recht. Dat is niet alleen een slechte, maar vooral gevaarlijke gewoonte.

De jongste dagen zijn er weer tientallen Palestijnen gedood door de Israëlische oorlogsmachine. Daaronder tal van burgerslachtoffers inclusief kinderen. Opnieuw worden tientallen huizen vernield en toont het leger zich bedreven in het vernielen van de Palestijnse infrastructuur: landbouwgronden, water- en elektriciteitsdistributie.

Na de dubbele aanslagen in Beersheva op 31 augustus was onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken De Gucht er als de kippen bij om ze zwaar te veroordelen: “Er bestaat geen enkele rechtvaardiging voor dit soort blinde en barbaarse aanslagen tegen de burgerbevolking in Israël. Deze aanslagen zijn totaal verwerpelijk". Vooralsnog is het vergeefs wachten op een gelijkaardige veroordeling van de ‘blinde’ en ‘barbaarse’ staatsterreur in de Gaza, waarbij al een zeventigtal doden zijn gevallen. Een vlugge telling van het aantal veroordelingen door ons ministerie van buitenlandse zaken sinds de vorige zomer leert ons dat de verontwaardiging voor het Palestijns geweld (8 maal) stukken groter is dan die van het Israëlische geweld (3 maal). Nochtans ligt het niet aan het aantal burgerslachtoffers, want die zijn groter aan Palestijnse zijde dan aan Israëlische zijde. Sinds het begin van de initifida zijn er 3.200 Palestijnen gedood. Een kwart onder hen zijn kinderen van 18 jaar en jonger. Daarnaast zijn er volgens UNICEF al 7.000 kinderen verwond. Dat er duizenden Palestijnse politieke gevangenen opgesloten zitten in Israëlische gevangenissen, onder wie minstens een parlementslid, heeft al die jaren geen enkele politieke aandacht gekregen, laat staan een veroordeling of diplomatiek initiatief. Idem voor de standrechterlijke executies van Palestijnse leiders, een zwaar vergrijp tegen het oorlogsrecht.

Het moet nu toch duidelijk zijn dat het huidig regime bestaat uit extreemrechtse zionisten die met nog meer ijver zowel de interne discriminatiepolitiek ten aanzien van de Palestijnse Israëli’s als de staatsterreur en kolonisatiepolitiek in de Palestijnse gebieden doorvoeren. Zij winden geen doekjes om hun einddoel en het staat te lezen in diverse partijprogramma’s van regeringspartijen en interviews van Israëlische leiders: de creatie van een groter Israël dat zo zuiver mogelijk joods is.

Het conflict kan maar stoppen als er internationaal even hard wordt opgetreden als tegen Apartheid Zuid-Afrika. De tijd van tijdrovende schijnonderhandelingen is voorbij. Aan de geweldspiraal kan maar een einde komen als de Israëlische bezetter internationaal wordt geïsoleerd en sancties krijgt opgelegd. We hebben geen andere keuze. Als Israël niet duidelijk wordt gemaakt dat het niet langer boven het internationaal recht staat dan moeten we ook niet beginnen zeuren dat de regio ten onder dreigt te gaan aan blinde terreur.

De politiek van de Belgische en Europese equidistance, m.a.w. het stompzinnig laten liggen van de oorzaken van geweld, is failliet. De Palestijnse NGO’s slaken een noodkreet en vragen onomwonden een boycot van Apartheid Israël. De muur, het nieuwe symbool van die Apartheid, dreigt de Palestijnen te verstikken: afgesloten van water, land en vrijheid. De Algemene Vergadering van de VN heeft dat veroordeeld, maar zonder maatregelen zullen het dode letters blijven op vergankelijk papier. Wij slaken daarom ook onze noodkreet: België, Europa: onderneem iets!!!!

Ludo De Brabander

Vrede DOOR:

Deel dit artikel