Israël-Palestina: herstel de waardigheid!

Slecht nieuws uit de bezette Palestijnse gebieden en Israël, we worden er dagelijks mee rond de oren geslagen.  In die mate dat we er doof en blind voor dreigen te worden. Israëls offensief in de Gazastrook is, onafgezien van de omvang van de operatie, hier geen uitzondering op. Voor een buitenstaander lijkt het of Israëli’s en Palestijnen gedoemd zijn ten eeuwige dage hun broederstrijd uit te vechten. Vaak wordt gehoord dat vrede in Israël en Palestina onmogelijk is omdat beide volkeren elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Dit klopt niet. Vrede is onmogelijk omdat de structurele oorzaken niet worden aangepakt en de internationale gemeenschap te lang geloofde in een oplossing wars van het internationaal recht. Het Midden-Oosten toont een opeenstapeling van gemiste kansen, kortermijnberekeningen die faliekant aflopen op lange termijn en keer op keer geknakte hoop.

Vorig jaar bezochten we de regio met een missie van het brede middenveld. We constateerden dat er een diepe kloof gaapt over wat we hier over het conflict opvangen en de situatie op het terrein. De situatie in de Gazastrook illustreert dit. De delegatie constateerde hoe Gaza sinds een paar jaar doodbloedt. De draconische afsluiting die Israël instelde na de machtsovername van Hamas in 2007, wurgde de economie en het maatschappelijke leven. De industriële productie viel stil, oogsten rotten weg omdat de export werd geblokkeerd, duizenden studenten zagen hun studiebeurzen in het buitenland aan zich voorbijgaan, patiënten ontbeerden medische verzorging en meer dan 80 procent van de burgers zag zich aangewezen op voedselhulp. ‘Een grote zorg’, waarschuwde John Ging, directeur van UNRWA, het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen, ‘is de situatie van de jeugd. Zij maken 60 percent van de bevolking uit en stemden op niemand dus ook niet op Hamas. Ze betalen een ontoelaatbare prijs. We moeten focussen op wat gebeurt in hun hoofden, hun mentaliteit. Eenmaal die is verwoest, is dat onomkeerbaar. Jongeren hebben niet de gesofistikeerde waarden van hun ouders, zij weerspiegelen die van hun omgeving’. Wat zien jongeren, vandaag in Gaza? Massale dood en vernieling. "Het is hier moeilijk om te leven, maar gemakkelijk om te sterven", zei één van hen tijdens ons bezoek vorig jaar. 

Onze Palestijnse en Israëlische gesprekspartners waarschuwden dat de effecten van Israëls beleid, dat voorbijgaat aan het respect voor de meest fundamentele mensenrechten, verregaand zijn. Dit beleid dat het perspectief op vrede en een betere toekomst wegneemt, kan niet anders dan Hamas en extremere groeperingen versterken. Hamas is, naast een verkozen partij in de Palestijnse gebieden, een extreme organisatie die geweld tegen Israëlische burgers pleegt. Wij veroordelen dit ten zeerste en zouden graag zien dat Hamas minder populair was. Maar Hamas zal niet zomaar verdwijnen, ook al bombardeert Israël de Gazastrook nog wekenlang. Zonder respect voor de meest elementaire regels van het oorlogsrecht en een geloofwaardig politiek perspectief dreigen gewelddadige en extremistische krachten nog verder in kracht toe te nemen.

Israël verdedigt zijn operatie ‘Gegoten Lood’ en ziet geen alternatief om rust in het Zuiden te garanderen. Uiteraard heeft Israël het recht en de verplichting om te waken over de veiligheid van zijn burgers. Maar als Israël Hamas daadwerkelijk wil ondermijnen, heeft het dan niet meer belang bij een bestand dan bij extreem geweld tegen burgers waarmee het ooit in vrede moet leven? Waarom sprong dit bestand af? Omdat Hamas het niet wilde verlengen op 19 december? Van 19 juni tot 4 november, toen Israël een grootscheepse aanval in Gaza uitvoerde, respecteerde Hamas het bestand grotendeels. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken beaamt dit in een recent rapport en stelt dat het bestand eigenlijk goed werkte. Maar waarom gaf Israël geen dividend in ruil voor dit bestand? Waarom hield het zijn wurgende afsluitingsbeleid aan? Het liet Gaza op de rand van een humanitaire crisis zweven balanceren terwijl het zijn grenzen moest openstellen? Was het zelf geïnteresseerd in het bestand? Nu blijkt dat Israël startte met de voorbereiding van het offensief kort na de Libanonoorlog in 2006. Wat niet lukte met Hezbollah, zou moeten lukken met Hamas: Israëls afschrikkingsbeleid tegenover de niet-statelijke actoren en hun bondgenoten, zoals Iran, verhogen.

Beide partijen schenden het internationaal recht door systematisch geweld tegen burgers te gebruiken. Nog zondag, 4 januari, werd er een ambulance van een lokale Palestijnse gezondheidsorganisatie (UHWC, gesteund door Oxfam met fondsen van de Belgische overheid), beschoten door Israëlische artillerie in Gaza, met één dode paramadic en twee zwaargewonden als gevolg. Er is echter maar één partij, in casu de bezettende macht, die de status quo kan wijzigen en een tweestatenoplossing mogelijk kan maken. Maar Israël weigert zijn politiek van de voldongen feiten terug te schroeven en land op te geven voor vrede. Terwijl het Gaza bombardeert met totaal disproportioneel geweld, zet het de bouw van nederzettingen en de Muur voort en blijven de 600 obstakels voor de bewegingsvrijheid in de Westoever bestaan. Sinds de Oslo-akkoorden is de bevolking  van de  nederzettingen gestegen met 63 percent. 149  nederzettingen met 450.000 kolonisten bezetten nu  ongeveer één zesde van de oppervlakte van de Westelijke Jordaanoever. Die nederzettingen zijn illegaal. Volledig in tegenspraak  met de bepalingen van de Geneefse Conventies en veroordeeld door de VN en het Internationaal Gerechtshof. Maar het bouwen gaat verder. Ook na de vredesconferentie van Annapolis van  november 2007.

Israël kan de invloed van de Palestijnse gewapende groeperingen niet aan banden leggen terwijl het alle kansen op een tweestatenoplossing actief ondermijnt. De Palestijnen gingen destijds akkoord met de oprichting van een staat op 22 percent van historisch Palestina, de Westoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook. Als de huidige  plannen van de Israëlische regering zouden uitgevoerd worden, dan zou hier vandaag nog nauwelijks meer dan de helft van over blijven.

De internationale gemeenschap onderschat de risico’s die de impasse in de Israëlisch-Palestijnse kwestie met zich dreigen mee te brengen. Dat is des te opvallender in het geval van de Europese Unie, omdat deze traditioneel een voortrekkersrol heeft gespeeld bij de behandeling van het Palestijnse vraagstuk op de internationale scène. Vandaag bestaat er een groot verschil tussen wat de EU doet en zegt. Ze veroordeelt de acties van beide zijden, maar weigert voorwaarden te stellen in de akkoorden met Israël, dat van verregaande voordelen geniet. Afgelopen maand keurden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken een quasi onvoorwaardelijke opwaardering van de relaties met Israël goed. De Unie betaalt, maar neemt politiek onvoldoende het voortouw. Humanitaire hulp is broodnodig, maar kan nooit een politieke aanpak vervangen. Humanitair steekt Europa de hand uit maar politiek maakt het geen vuist. Ook niet als Israël de door de EU gefinancierde projecten voor de (weder)opbouw  vernielt. Door de Palestijnse kwestie te ‘depolitiseren’ en haar inspanningen voornamelijk te beperken tot financiële hulp, helpt de EU de Palestijnen enkel te overleven, maar niet om te leven in waardigheid. Europa moet de waardigheid en het respect voor het recht herstellen.

Rik Coolsaet (Ugent), Stefaan Declercq (Oxfam Solidariteit), Ilse Dielen (ACV), Jos Geysels (11.11.11), Brigitte Herremans (Broederlijk Delen-Pax Christi), Leen Laenens (Oxfam Wereldwinkels), Nelly Maes (Vlaams Vredesinstituut), Ann Olaerts (Vlaams Theater Instituut), Koen Van Bockstal (Oxfam Wereldwinkels), Jean Claude Van Rode (ABVV).

Deel dit artikel