De Belgische Ontwikkelingssamenwerking in 2012

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking in 2012

In 2012 beleefde het budget  ontwikkelingssamenwerking de grootste snoei in jaren: in totaal werd 420 miljoen euro geschrapt. Ondanks de groter wordende noden in ontwikkelingslanden als gevolg van globalisering, stijgende voedselprijzen en de klimaatsverandering.

In haar rapport duidt 11.11.11 de besparingen en onderzocht ook het waarom. De Belgische ontwikkelingssamenwerking, zo blijkt, creëerde zelf verschillende flessenhalzen, waardoor er op het eind van het jaar bestedingsdruk ontstaat maar ook mogelijkheid tot besparen. 11.11.11 wil af van dit 'kwetsbaar' budget en stelt een overbruggingsfonds én een dringende aanpak van de knelpunten voor.

420 miljoen euro werd er in 2012 geschrapt in het federale budget ontwikkelingssamenwerking. Meer dan een vijfde van het budget. België volgde de Europese trend en zakte van 0,53% naar 0,47% van het BNI.

Algemeen directeur Bogdan Vanden Berghe: "11.11.11 heeft hier tijdens de verschillende begrotingsbesprekingen steeds tegen geprotesteerd. De crisis kan niet telkens als excuus ingeroepen worden om onze engagementen t.a.v. het zuiden te breken. Met deze cijfers en de ook voor 2013 aangekondigde besparingen, vragen we ons af hoe de Belgische regering zich aan haar beloften om de 0,7% te halen, zal houden."

De schrappingen hebben concrete gevolgen op het terrein: geplande projecten kunnen niet doorgaan, er is vertraging in doelstellingen en engagementen worden niet nagekomen. En dit terwijl de ontwikkelingsnoden als gevolg van verschillende factoren niet bepaald kleiner worden. Dit tast de geloofwaardigheid van België aan op het internationale toneel.

Maar, zo blijkt uit het jaarrapport, er is meer aan de hand. De Belgische ontwikkelingssamenwerking vertoont enkele structurele gebreken die het makkelijker maken om te knippen:

Slechte planning

  • Door de snelle opeenvolging van verkiezingen en snelle wissels van ministers voor Ontwikkelingssamenwerking (6 ministers op 6 jaar tijd) ontbreekt een lange termijn visie. De verschillende ministers herhalen wel steeds het budgettaire engagement, maar ontwikkelen geen duidelijke visie hoe het geld besteed dient te worden. Nochtans erg essentieel door de vaak moeilijke werkomstandigheden op het terrein.
  • Vaststelling: men heeft onvoldoende geanticipeerd op de groei in het budget. Er is sinds 2002 (!) wel het politieke engagement om naar 0,7% van het BNP te gaan, maar hier werd nooit een inhoudelijk groeipad aan verbonden. Los van de politieke verantwoordelijkheid is dit ook een taak voor de administratie.
  • Gevolg: ontwikkelingssamenwerking heeft moeite met de besteding van de budgetten. Dat is deels een politieke verantwoordelijkheid, maar vraagt ook een andere aanpak bij de administratie.

Uniformisering

  • Het departement ontwikkelingssamenwerking heeft het zichzelf de laatste jaren niet gemakkelijk gemaakt. Er is op een zeer rigide manier gewerkt. Of het nu om DR Congo dan wel Zuid-Afrika gaat, overal gelden dezelfde regels. One size fits all. Terwijl op het terrein vaak maatwerk nodig is. Er bestaan wel (recente) strategieën om hierin verandering te brengen, maar voorlopig enkel op papier.
  • Als gevolg van internationale afspraken concentreert België zich op een beperkt aantal sectoren in haar partnerlanden. Dat is op zich een goede zaak omdat verschillende donorlanden op die manier niet allemaal hetzelfde doen. Maar door een heel strakke toepassing van dit principe krijgen enkele sectoren minder of geen budget meer. Basisonderwijs is zo'n voorbeeld (terwijl hiervoor wereldwijd 26 miljard nodig is), maar ook gezondheidszorg.

 

Gebrek aan risico

  • De begrotingsrichtlijnen vragen op voorhand heel gedetailleerd wat precies met de middelen zal gebeuren. Dat is historisch gegroeid, maar de vraag is of het ook efficiënt is. De administratie durft of kan onvoldoende risico's te nemen.
  • Er wordt veel gecontroleerd en soms zelfs dubbel werk gedaan (door BTC en DGD). De controle gebeurt vooral in Brussel, te weinig in de landen zelf. En de controle gebeurt vooral vooraf, te weinig achteraf.
  • Een grondige planning en degelijke controle zijn goed, maar de huidige werkwijze zorgt voor onnodig lange procedures en vertraging, nog voor men aan de uitvoerig kan beginnen. Ze maakt het ook heel moeilijk om de plannen aan te passen wanneer zich onverwachte zaken voordoen (zoals bvb het uitbreken van een burgeroorlog).

Al deze factoren zorgen voor vertragingen in de besteding van de budgetten. In totaal, zo berekende 11.11.11, is er door bovenstaande houding in 2012 52 miljoen niet tijdig besteed en daardoor geschrapt. Halfweg 2013 zien we dat dit cijfer al oploopt tot 111 miljoen.

Antwoorden

11.11.11 formuleert drie antwoorden op de vaststellingen:

  1. Zorg voor echte politieke sturing en opvolging. Behandel ontwikkelingssamenwerking niet stiefmoederlijk maar zorg voor een consequent politiek beleid met politiek debat en politieke controle.
  2. Ga van een rigide naar een dynamische ontwikkelingssamenwerking. Controleer verstandig, bouw flexibiliteit in en besef dat risico nemen een essentieel onderdeel is van moeilijk werk. Inhoudelijke analyses zijn goed, maar pas ze ook toe. Nota's horen geen stof te vergaren.
  3. Creëer een overbruggingsfonds. Werken in moeilijke en soms plots veranderende omstandigheden betekent ook kunnen afwijken van de eigen deadlines, even afstand nemen en opnieuw positie innemen. Die ruimte is er nu niet. Ontwikkelingsgeld moet volgens vaste afspraken binnen een begrotingsjaar uitgegeven worden. Vang dit op met een flexibel fonds, dat geld overhevelt tussen begrotingsjaren, en ingezet wordt waar nodig.

 

Deel dit artikel