De Belgische Ontwikkelingssamenwerking in 2003

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking in 2003

Bilan van één jaar paarse ontwikkelingssamenwerking: nieuwe accenten en redenen tot bezorgdheid.

Zowat een jaar geleden brachten de federale verkiezingen een nieuwe regering aan de macht. Louis Michel (MR) bleef Minister voor Buitenlandse Zaken, Marc Verwilghen (VLD) nam de fakkel over van Eddy Boutmans (Groen!)  en werd Minister –geen staatssecretaris– voor Ontwikkelingssamenwerking.

Minister Verwilghen is er samen met de regering op minder dan een jaar in geslaagd om de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking flink de hoogte in te duwen, en om  een aantal echt nieuwe accenten te leggen in het Belgisch ontwikkelingsbeleid.

11.11.11 lichtte het federale en Vlaamse ontwikkelingsbeleid door, en maakt kanttekeningen en aanbevelingen bij een aantal ontwikkelingen:

Een minister voor Ontwikkelingssamenwerking

11.11.11 had in de aanloop naar de verkiezingen van mei 2003 stevig gelobbyd voor een Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Een Minister zou er beter dan een staatssecretaris in slagen om de belangen van het Zuiden in de regering te verdedigen, en om zijn budget onafhankelijk en autonoom te beheren. De regering kwam echter met een bijzondere regeling op de proppen: Marc Verwilghen mag dan wel minister zijn, zijn budget kwam terecht in de begroting van Buitenlandse Zaken.

Minister Michel slokte ook een deel van zijn bevoegdheden op: conflictpreventie en noodhulp horen voortaan bij Buitenlandse Zaken. Bovendien werd het begrip horizontale begroting in het regeerakkoord geïntroduceerd: alle uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking van alle departementen komen terecht op de begroting ontwikkelingssamenwerking. Detail: de beheersbevoegdheid verschoof niet mee, zodat zowat de halve regering medezeggenschap kan krijgen over het budget ontwikkelingssamenwerking. Een voorbeeld: in 2003 werd zowat 70 miljoen Euro voor de opvang van asielzoekers bij de begrotingscontrole gehaald bij de begroting ontwikkelingssamenwerking.  

0,61% van het Bruto Nationaal Inkomen voor ontwikkelingssamenwerking

De regering engageerde zich van bij haar aantreden, in het regeerakkoord, om tegen 2010 een uitgave te halen van 0,7% van het BNI. Met de 0,61% die ze in 2003 neerzet lijkt ze goed op weg om dat te halen.

De stijging is echter virtueel, want volledig toe te schrijven aan een schuldkwijtscheldingsoperatie ten aanzien van Congo. De OESO laat toe dat staten dergelijke schuldoperaties meteen volledig  inbrengen als uitgave voor ontwikkelingssamenwerking.

Dat betekent echter ook dat het de begroting ontwikkelingssamenwerking de komende jaren de kost voor die operatie zal moeten blijven dragen, zonder dat die uitgaven nog verrekend kunnen worden als uitgave voor ontwikkelingssamenwerking. 11.11.11 vreest dan ook dat er van een echt groeipad geen sprake is, en dat de uitgaven volgend jaar weer naar beneden tuimelen.

Focus op Centraal-Afrika

De nieuwe regering Verhofstadt trok de lijn door die tijdens de vorige legislatuur werd ingezet, en behield de focus op Centraal-Afrika. 11.11.11 had hiervoor gepleit in de aanloop naar de verkiezingen vorig jaar, en juicht die beslissing dan ook toe.

Minister Verwilghen bezocht de regio ook in 2003, samen met zijn collega van Buitenlandse Zaken. In het jaarrapport bekijken we nader hoe die samenwerking in 2003 vorm kreeg in Rwanda en Congo.

Congo

België is vastbesloten om een rol te blijven spelen in de regio. De Belgische hulp aan Congo blijft stijgen, tot zowat 58 miljoen Euro in 2003 (bron: Centraal-Afrikanota van Minister Verwilghen, 24 maart 2004). Ook inhoudelijk wordt er gewerkt: in 2004 organiseert de Belgische ontwikkelingssamenwerking 4 Ronde Tafels, rond gezondheid, landbouw en voedselzekerheid, onderwijs en basisinfrastructuur. 

Er zijn verschillende positieve geluiden te horen over de Belgische samenwerking met Congo. Toch vraagt 11.11.11 bijkomende inspanningen van de regering :

  • politieke druk op de verschillende leden van de overgangsregering om het tijdschema van de transitie te respecteren

  • verder onderzoek naar de betrokkenheid van Belgische bedrijven bij de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, en het uitwerken van een juridisch bindend kader dat sancties oplegt aan bedrijven die zich niet correct gedragen

  • een voortrekkersrol van de Belgische regering inzake de kwijtschelding van de Congolese schuld, met daarnaast ook extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking die het land en zijn bevolking ten goede komt.


Rwanda

De samenwerking met Rwanda evolueerde de voorbije tien jaar van wederzijds wantrouwen naar voorzichtige betrokkenheid. Vorige week ondertekende Minister Verwilghen een samenwerkingsovereenkomst met Rwanda na afloop van een Gemengde Commissie, de eerste in 10 jaar.

11.11.11 betreurde dat in de huidige omstandigheden (nieuwe berichten over Rwandese militaire aanwezigheid op Congolees grondgebied en nieuwe gevechten in Zuid- Kivu) een gemengde commissie plaatsvond (zie ook persbericht 17/05).

Het samenwerkingsakkoord had moeten kaderen in de Internationale Vredesconferentie die gepland is voor November.
Dat betekent niet dat de hulp intussen moet worden stopgezet, integendeel. Het betekent wel dat de hoogmis om een samenwerkingsrelatie op lange termijn uit te tekenen, zou uitgesteld worden in de huidige context.

11.11.11 vindt overigens dat een samenwerkingsrelatie met Rwanda gebaseerd moet zijn op benchmarks  of ijkpunten op het vlak van conflictbeheersing, nationale eenheid en verzoening, goed bestuur en armoedebestrijding. Er moet ook gewerkt worden aan een duurzame macro-economische stabiliteit.

Een dergelijk ijkpuntenbeleid houdt in dat België en Rwanda samen een weg uitstippelen om in gemeenschappelijk overleg een aantal doelstellingen te bereiken. De donor engageert zich om de middelen ter beschikking te stellen om die doelstellingen te bereiken.

Ondernemen voor ontwikkeling en tegen armoede

In zijn beleidsnota kondigde Minister Verwilghen al aan dat hij het bedrijfsleven nauwer wil betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte die piste verder uit in zijn nota ‘ondernemen voor Ontwikkeling en tegen armoede’.

11.11.11 beaamt dat de privé-sector in het Zuiden een belangrijke motor voor ontwikkeling kan zijn, maar ziet in de nota eerder aanzetten om de Belgische privé-sector te stimuleren. Belgische bedrijven aanzetten om te investeren in ontwikkelingssamenwerking kan natuurlijk, maar ontwikkelingssamenwerking moet daarvoor niet de rekening betalen.

Ontwikkelingssamenwerking moet zich richten op het creëren van een gunstig klimaat in partnerlanden waar lokale ondernemingen overlevingskansen hebben. Dat doet ze best via de klassieke kanalen zoals schuldverlichting, steun aan onderwijs, ongebonden steun aan de privé-sector in het zuiden enz., niet via subsidies aan Belgische bedrijven.

Uitholling van ontwikkelingssamenwerking: oproep aan de minister voor ontwikkelingssamenwerking

Binnen het ontwikkelingscomité van de OESO, de club van de rijke landen, werden gesprekken gevoerd om de definitie van ontwikkelingssamenwerking te herzien zodat dat allerlei uitgaven die te maken hebben met defensie, het halen van de Kyoto-normen via Clean Development Mechanism projecten,  of zelfs terrorismebestrijding beschouwd mogen worden als uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking.

Een dergelijke uitholling van ontwikkelingssamenwerking zet de geloofwaardigheid van donoren in hun relaties met ontwikkelingslanden op het spel.

Over het verrekkenen van Clean Development Mechanism-projecten, bereikten de donoren alvast een compromis: een deel van die uitgaven kunnen als ontwikkelingssamenwerking worden beschouwd. Hoe de berekening precies moet gebeuren werd nog niet beslist. Minister Verwilghen kan zich daar laten opmerken door te pleiten voor een minimale verrekening, om een geloofwaardige ontwikkelingssamenwerking te behouden.

Donoren bleken gelukkig terughoudend om al te ver te gaan in het verruimen van de definitie om ook defensie-uitgaven te verrekenen, of om ontwikkelingssamenwerking te heroriënteren naar terrorismebestrijding. 11.11.11 dringt er echter bij de minister op aan om ook rond deze thema’s standvastig te pleiten voor een zuivere ontwikkelingssamenwerking, want het thema zal bij de OESO steeds opnieuw op tafel worden gelegd.

Armoedebestrijding en herverdeling: daar gaat het om

11.11.11 blijft supporteren: voor een hoger budget ontwikkelingssamenwerking met échte extra uitgaven. Voor een consequent en doordacht beleid rond Centraal-Afrika. Voor ongebonden hulp. Voor een geloofwaardige ontwikkelingssamenwerking. Voor een autonoom budget ontwikkelingssamenwerking. Dat is allemaal haalbaar, als de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking op basis van een doordacht en principieel beleid respect afdwingt voor de doelstellingen waar ontwikkelingssamenwerking naar streeft.


Deel dit artikel