Japan verhoogt ontwikkelingshulp

De Japanse regering heeft beloofd haar budget voor ontwikkelingshulp in de komende vijf jaar te verhogen met 10 miljard dollar (8 miljard euro). Het land hoopt daarmee internationaal goede sier te maken en de kansen op een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad te vergroten.




De Japanse premier Junichiro Koizumi wil ook de hulp aan Afrika verdubbelen, in de lijn van de afspraken die de G8 (de zeven rijkste industrielanden en Rusland) in juli in Schotland maakten. In 2004 gaf Japan 8,9 miljard dollar aan officiële ontwikkelingshulp (ODA). Het budget zakte de afgelopen vier jaar stelselmatig, als gevolg van de economische recessie in Japan.
Analisten wijzen erop dat Japan nog lang niet de VN-norm van 0,7 procent van zijn bruto nationaal inkomen haalt. In absolute cijfers was Japan tussen 1992 en 2001 wel wereldwijd de grootste donor. In 2002 gaf het land nog 9,3 miljard dollar aan ontwikkelingshulp, maar daarmee zakte het naar een tweede plaats, achter de Verenigde Staten.
In totaal nam de ontwikkelingshulp van de 23 landen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) in 2004 toe tot 78,6 miljard dollar, het hoogste niveau tot nu toe. De stijging van het gezamenlijke ontwikkelingsbudget is al een paar jaar een trend. In 2004 steeg het budget met 4,6 procent ten opzichte van 2003, en in 2003 steeg het met 4,3 procent ten opzichte van 2002.
Hamaki Tsukada, functionaris van de afdeling Economisch Samenwerkingsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zegt dat Japan geen loze beloften doet en dat de aangekondigde verhoging daadwerkelijk plaats zal vinden. De Japanse ontwikkelingshulp zal zich volgens Tsukada vooral richten op armoedebestrijding in het kader van de Millenniumdoelstellingen, acht grote ontwikkelingsuitdagingen die de internationale gemeenschap in 2000 vastlegde.
'Het is belangrijk dat Japan laat zien dat het als het op een na rijkste land ter wereld, evenveel hulp kan geven als sommige andere geïndustrialiseerde landen', zegt Yoko Fukawa, lid van het ODA-Hervormingsnetwerk, een maatschappelijke groepering.
Azië ontvangt het leeuwendeel van de Japanse ontwikkelingshulp, bijna 60 procent. Ongeveer 12 procent gaat naar Afrika, een beleid dat dit jaar waarschijnlijk nog ongewijzigd blijft. Een derde van de Japanse ODA bestaat uit leningen, tweederde uit donaties.
Activisten roepen Japan op om vooral de schuldenlast van de arme landen te verlichten. 'Dat doel is moeilijker te bereiken omdat de Japanse economie nog steeds kwakkelt', zegt Fukawa. Ze wijst erop dat de uitgaven voor sociale zekerheid groeien nu de bevolking van Japan vergrijst. Die vergrijzing is een andere zorg van het ministerie van Financiën, dat ook het ODA-budget beheert.
In een recent rapport van Liberaal-Democratische Partij wordt aangedrongen om de ontwikkelingshulp te verhogen om zo meer kans te maken op een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad. Naast Japan ambiëren ook Brazilië, Duitsland en India een permanente zetel als de Veiligheidsraad gaat uitbreiden als gevolg van hervormingen.
Voorafgaand aan de G8-top in Schotland, zei plaatsvervangend minister Mitoji Yabunaka van Buitenlandse Zaken dat 'hulp aan Afrikaanse landen een steun in de rug is voor de Japanse kansen op een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad.'
De Japanse hulp aan Afrika richt zich meer op het bestrijden van aids en andere ziekten, plattelandsontwikkeling en landbouw en onderwijs, dan op de aanleg van dure infrastructuur, zoals bij Aziatisch ontwikkelingsprojecten vaak het geval is. Een andere prioriteit in het nieuw ODA-budget is noodhulp, zoals de hulp die Japan gaf na de tsunami.
Deskundigen hopen dat de regering ook de kwaliteit van het ontwikkelingsbeleid kritisch onder de loep neemt. De effectiviteit kan volgens Masaki Inaba van het Japanse Afrika Netwerk verbeterd worden als niet-gouvernementele organisaties een grotere inbreng krijgen bij de besteding van het ODA-budget. (PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel