Klimaatwetgeving: primeur uit Zuid-Amerika, voorbeeld voor België

11.11.11-partners zoals MOCICC mobiliseren om klimaatverandering op de agenda te zetten.

Terwijl Europa verdeeld is over het al dan niet verhogen van de klimaatdoelstellingen voor 2030, blijven ze in andere landen niet bij de pakken zitten. In Peru werd enkele weken geleden een nieuwe klimaatwet goedgekeurd die de verplichtingen van de Peruaanse overheid in het kader van het Parijsakkoord in een wettelijk kader giet. Daarmee is Peru het eerste Latijns-Amerikaanse land met een klimaatwet.

De wet was een werk van lange adem. Alles begon in 2014, toen in Lima de klimaattop COP20 plaatsvond. Tijdens dat evenement creëerde de civiele maatschappij een platform, Grupo Perú COP20, met daarin verschillende werkgroepen. Een van die commissies werkte aan een wetsvoorstel rond klimaatverandering dat aan het parlement werd voorgelegd. Onze partner DAR leverde een belangrijke technische bijdrage aan dit initiatief, maar ook andere partners van 11.11.11, zoals Mocicc, CooperAcción en Red Muqui, werkten mee aan verschillende versies van het document.

Tot in 2016 werd het voorstel herhaaldelijk bediscussieerd en gewijzigd, zowel op regeringsniveau als in dialoog met de civiele maatschappij. De wet geraakte echter niet goedgekeurd voor de machtswissel van juni 2016, het moment waarop een nieuwe president (Pedro Pablo Kuczynski) aan de macht kwam en een nieuw parlement werd verkozen. Uiteindelijk slaagde men erin om begin dit jaar de wet effectief te laten goedkeuren.

Duidelijk kader

Wat is nu de essentie van deze nieuwe wet? Eerst en vooral stelt zij dat de klimaatverandering geen milieuproblematiek is, maar transversaal aan alle economische activiteiten raakt én het welzijn beïnvloedt van elke mens, vooral van de zwakkeren in de samenleving. Bovendien heeft de wet niet alleen aandacht voor de vermindering van CO2-uitstoot, waar de internationale verdragen op focussen, maar wil ze de impact van de klimaatverandering tackelen door 'klimaatadaptatie'. Een derde belangrijke verdienste is dat de wet ruimte geeft voor inspraak en participatie van de civiele maatschappij in discussies over het beleid en maatregelen rond klimaatverandering. En last but not least is er ook oog voor de coherentie tussen het beleid in verschillende domeinen dat conflict kan genereren. Denk maar aan de moeilijke verzoening tussen milieubeleid en een economisch beleid gebaseerd op winning van grondstoffen.

Een goed begin

Deze wet is echter niet het einde maar slechts het begin van de klimaatreis voor Peru. In de komende maanden moet deze kaderwet verder geconcretiseerd worden in een reglement waarmee de wet kan toegepast worden. Ook in deze processen zullen onze partners van zich laten horen.

Uiteraard is deze nieuwe wet niet perfect, maar het goede nieuws is dat er dankzij deze wet een bindend kader is geschapen voor de NDCs (Nationally determined contributions) van de VN-klimaatconventie (UNFCCC). Ze verplicht de staat ertoe om op alle regeringsniveaus (zowel nationaal, regionaal als lokaal) de strategieën tegen klimaatverandering toe te passen. Onze partners beschouwen het als een grote stap vooruit, waar ze gretig van gebruik zullen maken om verder te strijden voor een rechtvaardig klimaatbeleid.

Voorbeeld voor België

We zien steeds vaker dat de meest kwetsbare landen, die het minst hebben bijgedragen aan het klimaatprobleem, stappen zetten om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. In contrast daarmee staan landen als de VS, die zich terugtrokken uit het akkoord, en de Europese Unie, die sterk verdeeld is over een verhoging van de ambitie van de 2030-doelstellingen. Ook België hinkt achterop. Het heeft niet eens een nationaal klimaatplan, laat staan een wet. Hoog tijd dus dat België zijn klimaatdoelstellingen, inclusief de financieringsbeloftes, verankert in wetgeving.

Want wetten zoals die in Peru zetten niet alleen de lijnen uit voor koolstofarme ontwikkeling, ze brengen ook duidelijk in kaart voor welke andere uitdagingen ontwikkelingslanden staan. Voor deze landen is het cruciaal dat ze zich kunnen aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, om ervoor te zorgen dat ook de meest kwetsbaren gewapend zijn en niet nog meer onder druk komen te staan. Volgens internationale afspraken moet België ontwikkelingslanden daarin steunen, maar het schiet op dat vlak schromelijk te kort. Een kader dat al deze internationale klimaatafspraken omzet in nationale wetgeving en samenwerking tussen beleidsdomeinen en –niveaus op elkaar afstemt is ook nodig in België.

 

 

Deel dit artikel

       


Onze partners