Komt er dan toch een einde aan de bezetting van Irak?

Moeizame onderhandelingen lijken eindelijk naar een consensus te groeien over een tijdschema voor de terugtrekking van de VS-gevechtstroepen in Irak. In Irak is de weerstand tegen de bezettingstroepen nog altijd zeer hoog en groeit de druk op de regering. Maar het is ook weer niet helemaal wat het lijkt. Alles wijst er op dat er ook nadien nog tienduizenden Amerikaanse militairen in Irak zullen verblijven (analyse)


De toekomst van de militaire aanwezigheid van de VS in Irak vormt een belangrijk discussieonderwerp tussen de twee kandidaten voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De democratische kandidaat, Barak Obama, pakt in zijn campagne steevast uit met de boodschap dat hij ‘de oorlog wil eindigen’. Concreet vertaalt hij dat in een terugtrekking van de troepen tegen de zomer van 2010, aan een ritme van 1 tot 2 brigades per maand. Hoewel zijn Republikeinse tegenstander, John McCain onlangs stelde dat de overwinning in Irak nabij is, weigert hij zich vooralsnog vast te pinnen op een concrete kalender voor terugtrekking (AP, 19/08). Maar dat standpunt lijkt nu wel achterhaald, gezien alles er op wijst dat het Witte Huis wel degelijk een tijdsschema aan het vastleggen is. De Iraakse premier, Nouri al-Maliki liet zich alvast positief uit over het plan van Obama. Begin augustus zei zijn woordvoerder dat de troepen inderdaad ten laatste over twee jaar het land uit moeten zijn. Volledige details zijn bij het schrijven van dit artikel nog niet bekend, maar volgens de laatste berichten zouden de VS nu hebben ingestemd met een tijdsschema, ook al ligt de deadline een jaar verder dan wat Irak wil.

Premier Maliki heeft zich in zijn publieke verklaringen opvallend hard opgesteld als hij het had over de Amerikaanse aanwezigheid in zijn land. In oktober zijn er in Irak provinciale verkiezingen gepland. Volgens waarnemers probeerde Maliki vooral zijn populariteit op te vijzelen. De publieke opinie en een politieke meerderheid in het parlement wil de bezettingstroepen buiten. Zijn politiek overleven was dus gekoppeld aan concrete plannen voor het stopzetten van de bezetting.

SOFA
Het heeft wel even geduurd voor er een consensus kwam. In november 2007 sloten de Iraakse Premier en President Bush een principeakkoord over de toekomstige politieke, economische, culturele en veiligheidsrelaties.  Daarin stond de wens van de Iraakse regering om het VN-mandaat van de Multinationale Troepenmacht in Irak (MNF-I) voor de laatste keer met een jaar te verlengen. Hoewel de oorlog tegen Irak is gestart zonder een mandaat van de Veiligheidsraad en dus een overtreding vormde van de bepalingen van het VN-Handvest, stemde de Veiligheidsraad na de val van Saddam Hoessein Resolutie 1511. Die gaf de multinationale troepenmacht het mandaat om te zorgen voor de stabilisering van Irak. Nu dat mandaat op1 januari 2009 afloopt en niet meer verlengd wordt, krijgt Irak ook zijn volledige juridische soevereiniteit terug. Momenteel valt Irak immers nog altijd onder hoofdstuk VII van het VN-Handvest. Het land vormt daardoor formeel nog altijd een bedreiging van de internationale veiligheid en vrede.

Het principeakkoord bepaalde verder dat er bilaterale onderhandelingen zouden gevoerd worden over de relaties tussen beide landen die voor 31 juli 2008 in een gedetailleerd akkoord moesten uitmonden. Die deadline is inmiddels overschreden. Dat komt omdat de onderhandelingen over het veiligheidsluik uitermate moeizaam verlopen en voor verhitte debatten op de Iraakse politieke scène hebben gezorgd. Het is nu evenwel de verwachting dat heel binnenkort twee documenten het daglicht zullen zien: een ‘Status of Force-Agreement’ (SOFA) en een ‘Strategic Framework Agreement’. Simpel gesteld is het tweede noodzakelijk om zaken verder uit te werken die niet in de SOFA zullen staan.

De VS hebben al heel wat ervaring met SOFA’s. Een SOFA vormt een legaal raamakkoord waarin de status van buitenlandse militaire troepen wordt gedefinieerd. Volgens een opiniestuk in de Washington Post (13/02/2008) van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice en Defensieminister Robert Gates, hebben de VS wereldwijd ‘meer dan 115’ SOFA’s lopen. Die kunnen erg verschillen qua inhoud en lengte. De SOFA met Oost-Timor (2002) bedraagt amper drie pagina’s, terwijl die met Zuid-Korea een turf is van 150 pagina’s (1966).  Als een SOFA zich beperkt tot het verlenen van immuniteit voor VS-militairen en ander personeel dan is er volgens specialisten zelfs geen parlementaire (in de VS) goedkeuring voor vereist. SOFA’s zijn daardoor ook niet noodzakelijk openbaar. Maar in de VS is daar niet iedereen het over eens. Verschillende Congresleden eisten meer inzage in het verloop van de onderhandelingen en vinden dat het hier om verdragsmaterie gaat die bekrachtigd moet worden door de volksvertegenwoordigers.

De discussie over de SOFA in Irak is uitermate gevoelige materie. Toen delen van de eerste versies in het voorjaar naar het publiek lekten, kwam er uit zowat alle hoeken stevig protest. De Iraakse Sjiïtische radicale leider Muqtada al-Sadr riep op te protesteren tegen deze plannen van de ‘krachten van de duisternis…’ De zeer invloedrijke Groot-Ayatollah, Ali al-Sistani reageerde eveneens furieus en zei dat hij niet zou toestaan dat de Iraakse regering een akkoord sloot met Amerikaanse bezetters. Volgens veel critici in het Iraakse parlement en de pers waren de VS bezig om van Irak een ‘cliëntstaat’ te maken en terug te voeren naar de periode ten tijde van het Brits-Iraaks verdrag uit 1930. De Britten dwongen toen commerciële en verregaande militaire rechten af twee jaar voor dat Irak onafhankelijk zou worden. Volgens Patrick Cockburn, journalist van de Britse krant The Independent, streefden de VS naar 58 militaire basissen. Ze zouden ook het recht opeisen om verder militaire operaties te kunnen uitvoeren met de mogelijkheid Irakezen te arresteren.  Bovendien zouden zowel VS-militairen als ook ander VS-personeel immuniteit genieten voor de Iraakse wetgeving, een maatregel die eerder onder het bezettingsregime werd ingevoerd. Basis daarvoor is het nooit door de Iraakse regering gewijzigde of ingetrokken Order 17 (juni 2004) van de toenmalige Amerikaanse bezettingsautoriteit (de Coalition Provisional Authority, CPA).

Stevige oppositie tegen grote Amerikaanse militaire rol
Het feit dat de onderhandelingen over de Amerikaanse militaire rol in Irak zo lang aanslepen, lijkt er op te wijzen dat de Iraakse regering geen enkel ogenblik de indruk wilde wekken dat de nieuwe regeling eigenlijk een verderzetten is van de bezetting. En daarvoor is in de verste verte geen meerderheid te vinden. Een enquête van de Britse omroep BBC in maart van dit jaar toonde dat 72% van de bevolking gekant is tegen bezetting.  Bovendien heeft de regering in Bagdad ook weinig keus wil ze de akkoorden door het parlement krijgen. Eind mei overhandigden Iraakse parlementariërs hun Amerikaanse collega’s een brief die door het merendeel van de politieke fracties was ondertekend. Daarin benadrukken ze dat elk akkoord tussen Irak en de VS de goedkeuring moet krijgen van het Iraakse parlement, zoals bepaald in de grondwet. Over de inhoud van het akkoord laat de brief ook niets aan onduidelijkheid over. Daarin stellen de parlementsleden dat ze elke overeenkomst zullen verwerpen die “niet verbonden is aan mechanismen die de Amerikaanse bezettingstroepen verplichten tot volledige terugtrekking uit Irak, in overeenstemming met een bekendgemaakt tijdschema en zonder dat er militaire basissen, soldaten of ingehuurde strijders achterblijven.”  Alleen bij de Koerden kon de brief op weinig enthousiasme rekenen. Slechts een handvol individuele parlementsleden zette zijn handtekening onder de brief. Dat stemt overeen met de resultaten van de BBC-enquête, waaruit bleek dat de Koerden, zo’n 20 procent van de bevolking, de Amerikaanse aanwezigheid veel gunstiger genegen zijn. Davido Romano, Amerikaanse professor internationale relaties en auteur van “The Kurdish National Movement” (2006) citeert bronnen die spreken over permanente Amerikaanse militaire basissen in het Koerdische noorden.  Zo zou de Koerdische Regionale Regering plannen klaar hebben liggen voor de bouw van een groot militair vliegveld in de buurt van Halabja, een stad vlak bij de grens met Iran. Hoewel veel hiervan op speculaties berust, hebben Koerdische leiders hun steun voor permanente militaire basissen nooit onder stoelen en banken gestoken. Vooralsnog ontkent de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, Ryan Crocker in alle toonaarden dat de VS permanente militaire basissen nastreven. De Iraakse premier Maliki moest in juni zelfs naar Teheran om zijn Iraans ambtsgenoot ervan te overtuigen dat zijn regering “niet zal toestaan dat vanuit Irak een aanval op zijn buur zou worden gepleegd.”

Halve terugtrekking
De grote weerstand tegen verregaande militaire concessies aan de VS, lijkt enig resultaat te boeken. De Britse krant The Times (14/08) citeert de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Hoshyar Zebari, dat de overeenkomst bepaalt dat Amerikaanse soldaten zich tegen de volgende zomer zullen terugtrekken uit alle grote steden. De krant berichtte ook dat binnen de drie jaar alle Amerikaanse gevechtstroepen het land zullen hebben verlaten. The Washington Post (21/08) bevestigt dat de troepen eind 2011 zullen vertrekken, zij het dat daar nog condities aan zouden vasthangen die te maken hebben met de veiligheidstoestand van het land. Verder zou de bevoegdheid van de VS-militairen om arrestaties uit te voeren sterk worden ingeperkt. De eis van de parlementariërs lijkt ook gehonoreerd: in september al zouden ze er over kunnen stemmen. De onderhandelaars zouden dus zeer dicht bij een definitief akkoord zijn. In een poging de parlementsleden alvast warm te maken om in te stemmen met het akkoord, had Zebari hen al eerder laten verstaan dat er een einde zou komen aan de immuniteit van de naar schatting 160.000 buitenlandse contractanten, onder wie heel wat zwaar bewapend veiligheidspersoneel. De immuniteitskwestie kreeg een extra dimensie, na een zwaar incident in september 2007 waarbij leden van het huurlingenbedrijf Blackwater om onduidelijke redenen 17 Irakezen doodden.

Het bericht in de Washington Post (21/03) doet wel wat vragen rijzen over de interpretatie die moet gegeven worden aan ‘militaire terugtrekking’. Volgens Zebari in The Times (14/03) is er geen sprake meer van permanente militaire basissen. De Washington Post schrijft evenwel dat er in de toekomst nog enkele tienduizenden Amerikaanse militairen in Irak zullen blijven voor een ondersteunende rol, zoals het leveren van militaire trainingen. Nu zijn er rond de 144.000 troepen gelegerd. M.a.w. het lijkt er op dat het gros van de gevechtstroepen zich zal terugtrekken, maar dat de VS anderzijds wel degelijk hun langdurige militaire aanwezigheid in Irak voorbereiden. Dat ligt uiteraard in de logica van een SOFA, dat net wordt afgesloten om de status van militairen in het buitenland te definiëren. De VS lijken dus niet van plan om de controle over Irak te laten varen. En dus ja, er komen wel degelijk permanente militaire basissen, alleen zullen die niet zo genoemd worden.

Ludo De Brabander (22 augustus 2008)

Dit artikel verschijnt in het septembernummer van Uitpers

Vrede DOOR:

Deel dit artikel