Land in de weegschaal

De afgelopen jaren is er toenemende aandacht voor land grab. Een problematiek met verregaande gevolgen voor landbouw in het Zuiden. Land grab bestaat erin dat zeer grote stukken landbouwgrond in bezit komen van grote investeerders, die op het land willen produceren voor de export.

In Afrika ligt landbouwgrond sterk onder druk van investeerders die voornamelijk (maar niet alleen) uit het buitenland komen. Het voorbeeld van Madagaskar is al legendarisch. Het land verhuurde 50% van het landbouwareaal aan een buitenlands bedrijf voor 99 jaar. Na een staatsgreep schroefde de nieuwe president de overeenkomst terug.

Een aantal factoren lagen aan de oorsprong van de enorme toename van deze land grab.

  • De prijzen voor basisvoedsel waren gedurende lange tijd stabiel en laag.  Toen deze prijzen in 2007 sterk begonnen te stijgen, zagen een aantal voedselimporterende landen (zoals China, Egypte, Zuid-Korea, Saoedi Arabië, …) hun importkosten enorm stijgen. Ze kozen ervoor om hun afhankelijkheid van de wereldvoedselmarkt terug te dringen en zelf buiten hun grenzen voedsel te gaan produceren.
  • Het energiebeleid van de E.U. en de V.S. deed de vraag naar biobrandstoffen sterk stijgen. Europa heeft niet voldoende landbouwgrond om die gewassen zelf te produceren, waardoor elders de druk op landbouwgrond stijgt.
  • De stijgende voedselprijzen en de vraag naar biobrandstoffen, maakten van landbouwgrond een strategisch interessante belegging. Pensioenfondsen, hefboomfondsen en andere beleggers ontdekten zo een nieuwe markt.
    De contracten, die worden onderhandeld tussen een investeerder en de overheid, zijn nefast voor de lokale bevolking. Deze bevolking wordt vrijwel nooit betrokken bij de overeenkomst.  Strikt genomen zijn de overeenkomsten legaal en er kan daarom weinig tegen begonnen worden. Toch ontstond er, als antwoord op de wijdverspreide kritiek, een proces om dit soort investeringen te reguleren.

Op 12 mei werd in het Federale Parlement een ronde tafel opgezet door de Coalitie tegen de Honger rond dit thema, met vertegenwoordigers van de Belgische administratie ontwikkelingssamenwerking, de Europese commissie en de Wereldbank. In mei 2011 werd de eerste versie van de “Vrijwillige richtlijnen over het verantwoorde beheer van land en natuurlijke hulpbronnen” gepubliceerd door de FAO . Er werd een consultatie opgestart waarin organisaties opmerkingen konden geven bij deze richtlijnen. Broederlijk Delen was via de Coalitie tegen de Honger en via CIDSE betrokken bij deze consultatie. We hadden vooral vragen bij het vrijwillige karakter van de richtlijnen en bij de soms heel zwakke terminologie die wordt gebruikt. De richtlijnen mogen niet verworden tot een instrument om recht te praten wat krom is.  Ik oktober zal een definitieve tekst worden voorgelegd op het Comité voor Voedselzekerheid van de FAO.

Broederlijk Delen maakte een achtergronddocument (pdf), waarin we dieper ingaan op land grab en waar de gevolgen en risico’s voor het zuiden worden belicht

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel