Het langetermijnbudget van de EU focust op de korte termijn

Persvoorstelling van het EU-budget 2020-2027

De Europese Commissie bracht op 2 mei haar voorstel voor de meerjarenbegroting uit. Dit financieel kader zal de financiering van de EU bepalen voor de komende zeven jaren (2021-2027) en geldt voor alle beleidsdomeinen waarvoor de Unie bevoegd is. Ook het externe beleid valt daar dus onder.

In totaal gaat het om een budget van 1279,4 miljard euro. Het externe EU-beleid krijgt bijna 10% van de middelen (123 miljard euro). Met 2030 als deadline voor het behalen van de SDG's in gedachten is dit hét Europese kader om de ambities inzake duurzame ontwikkeling waar te maken, ook internationaal. Maar de Europese Commissie riskeert met dit voorstel vooral te focussen op de kortetermijnbelangen van Europa, waaronder migratie en veiligheid.

De Commissie mag dan wel meer middelen voorzien voor het externe beleid, 11.11.11 maakt zich vooral zorgen over de inzet ervan. De doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking, namelijk de aanpak van armoedebestrijding en ongelijkheid, staan steeds meer onder druk. De EU legt vandaag reeds een aantal verkeerde accenten door met haar ontwikkelingssamenwerking sterk te focussen op een kortzichtige aanpak van irreguliere migratie via grensbewaking en voorziet momenteel te weinig garanties dat instrumenten als blending (het vermengen van publieke en private financiering) bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Het huidige voorstel voor een nieuw meerjarig financieel kader riskeert deze tendens alleen maar te versterken.

Dit gebeurt onder meer door te kiezen voor één enkel financieringsinstrument om het extern beleid vorm te geven. Het huidige financieel kader heeft 12 verschillende instrumenten met elk een specifieke doelstelling. Zo is er een specifiek instrument voor ontwikkelingssamenwerking (Development Cooperation Instrument) en is er bijvoorbeeld het Europees instrument gericht op het partnerschap met de buurlanden van de Europese Unie, zoals Algerije, Georgië en Oekraïne (European Neighbourhood Policy). De Commissie wil er één enkel buitenlands instrument van maken met het oog op een vereenvoudiging van het systeem en om een meer flexibele en coherente inzet van middelen te garanderen.

Volgens 11.11.11 en vele andere organisaties uit het middenveld, bevat deze keuze tegelijkertijd het risico op vervaging van de specifieke doelstellingen, zoals armoedebestrijding en aanpak van ongelijkheid. Nochtans staan deze doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking verankerd in het Verdrag van Lissabon en in de vernieuwde Europese Consensus. Bovendien zet dit vereenvoudigde instrument de deur open voor het gebruik van ODA (de officiële ontwikkelingshulp) voor de eigen Europese belangen. Deze bezorgdheid wordt alleen maar versterkt door het bijkomende idee om een groot percentage van dit instrument nog geen bestemming te geven.

Naast het parlement zijn nu ook de lidstaten aan zet voor verdere onderhandelingen over dit voorstel. We verwachten van België, conform haar internationale beloftes én haar eigen wet op ontwikkelingssamenwerking (2013), dat ze binnen de EU streeft naar een duidelijk onderscheid binnen het buitenlands beleid tussen lange termijn ontwikkelingsdoelstellingen zoals armoedebestrijding en de aanpak van ongelijkheid, en korte termijn doelstellingen.

In een wereld waar 82% van de gecreëerde welvaart terecht komt bij 1% van de bevolking is het absoluut noodzakelijk dat de EU in haar externe beleid blijft inzetten op duurzame ontwikkeling op de lange termijn. Dit betekent onder meer investeren in kwaliteitsvolle basisdiensten op vlak van gezondheidszorg en onderwijs, het verdedigen van vrouwenrechten en het recht op voedselzekerheid. Hierin investeren is ook in het belang van de EU zelf.

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels