Libanon flirt met de burgeroorlog

Wat velen al lang vreesden werd begin mei bewaarheid. Milities van regering en oppositie gingen in de straten van Beiroet met elkaar in de clinch. Daarbij vielen tientallen doden en gewonden. In Qatar kwamen de politieke rivalen tot een overeenkomst. Maar de essentie van het probleem, het sektaire karakter van het Libanese politieke bedrijf, blijft onaangeroerd en is met de recente gebeurtenissen nogmaals aangescherpt.


Met het akkoord van Doha is Libanon voorlopig ontsnapt aan het gevaar van een nieuwe burgeroorlog. Voorlopig, want wat de diverse partijen hebben bedongen is een consensus die het sektarisme eerder versterkt dan verzwakt. Maar de politieke impasse die het land al 18 maanden in een zware politieke crisis houdt, is in elk geval doorbroken. Onder auspiciën van de emir van Qatar, sjeik Hamad bin Khalifa Al-Thani, werd na vier dagen onderhandelen een akkoord bereikt over de machtsdeling in het land.(1) Er komt een nieuwe eenheidsregering met 30 leden verdeeld over de parlementaire meerderheid verenigd in het 14-maart blok dat 16 zetels krijgt en de oppositie die – zoals gevraagd - een blokkeringsrecht krijgt met 11 zetels. Tenslotte zijn er nog 3 zetels voor de verkozen president. Parlementsvoorzitter Berri (van de Sjiitische Amal-oppositiepartij en in alliantie met Hezbollah) riep meteen het parlement samen om een ander onderdeel van het akkoord uit te voeren, namelijk het houden van een stemmingsronde om Michel Sleiman tot nieuwe president te kiezen. Michel Sleiman was tot dan de commandant van het Libanese leger. Sinds het aftreden van Emile Lahoud in november 2007 zat het land zonder staatshoofd. Sleiman kreeg alle stemmen achter zich - op 6 onthoudingen na - en lijkt daarmee dus een goede consensusfiguur te zijn. Het belangrijkste onderdeel van het akkoord gaat over een nieuwe electorale wet die op sektaire basis is onderhandeld. In 2009 komen er verkiezingen op basis van kleine kiesomschrijvingen (‘qada’), anders dan de verkiezingen van 1996 en 2000 die gehouden werden op basis van de 6 (grotere) provincies of Muhafaza. Het is de opdeling van Beiroet in qada’s die bijna voor een mislukking van de onderhandelingen zorgde. Uiteindelijk is er gekozen om Beiroet (voorheen een kiesdistrict) op te delen in drie kiesomschrijvingen, met een christelijke (5 zetels), gemengde (4 zetels) en een soennitisch gedomineerd district (10 zetels). De wapens van Hezbollah, waar het uiteindelijk voor een groot deel om draaide, kwamen niet ter sprake. Wel is er een passage opgenomen die stelt dat alle partijen zich ertoe verbinden om niet naar de wapens te grijpen of geweld te gebruiken om politieke conflicten op te lossen.

Hezbollah zet de puntjes op de i
De politieke doorbraak in dit ingewikkelde Libanese schaakspel is te danken aan een – wellicht foutief ingeschatte – provocatie van de kant van de meerderheidspartijen. De Druzenleider, Walid Jumblatt, stak het vuur aan de lont toen hij op 1 mei via de Libanese pers, Hezbollah ervan beschuldigde een geheim communicatienetwerk te onderhouden op de luchthaven in Beiroet.(2) Hij suggereerde bovendien dat het vanuit de door sjiïeten bewoonde wijken gemakkelijk was om een militaire raketaanval op vliegtuigen te organiseren. Een paar dagen later doet Jumblatt er nog een schep bovenop toen hij ertoe opriep om de Iraanse ambassadeur het land uit te zetten en Iraanse vliegtuigen te bannen uit Beiroet, want deze zouden wapens en geld voor Hezbollah kunnen vervoeren. Daarop besluit de regering om het de sjiïtische veiligheidschef van de luchthaven te ontslaan omdat deze de installatie van afluisterapparatuur en camera’s zou hebben toegelaten en start ze bovendien de procedure op om een illegaal telecommunicatienetwerk van Hezbollah te ontmantelen. De regering sprak over de hele affaire als “een aanval op de staatssoevereiniteit”. Daarmee was het hek van de dam. In een speech reageerde Hezbollah-leider Nasrallah furieus en noemde hij de ontmanteling van het telecommunicatienetwerk een “oorlogsverklaring tegen het verzet”. De ervaren en goed georganiseerde Hezbollah-militieleden trokken de straat op en controleerden in mum van tijd West-Beiroet en ontwapenden de militanten van Saad Hariri’s Toekomstpartij, de belangrijkste regeringsfractie. Nasrallah liet verstaan dat de actie zou voortduren tot de regering haar beslissing zou terugschroeven. Uiteindelijk zouden er minstens 65 doden vallen en een veelvoud aan gewonden.

Hoe moet de hele affaire nu geïnterpreteerd worden? Wat speelt mee op de achtergrond? Wie wint en wie verliest uiteindelijk?

Eerst en vooral is er de betekenis van het telecommunicatienetwerk voor Hezbollah. Het gaat om hetzelfde netwerk dat het Israëlische leger zoveel kopzorgen bezorgde tijdens de oorlog in juli 2006. Ondanks het feit dat Israël over de technologische capaciteit beschikt om alle telecommunicatienetwerken te monitoren, bleek dat van Hezbollah niet te kraken, tot grote frustratie van de Israëli’s en de VS.(3) Dat zorgde er mee voor, zo gaat het verhaal, dat Hezbollah het Israëlische leger kon terugdringen. In de ogen van Hezbollah betekent het ontmantelen ervan een zaak op leven en dood, wat de heftige reactie op pogingen daartoe verklaart.

Ten tweede, kan je het politieke gebeuren in Libanon niet los zien van de traditie dat de verschillende politieke rivalen hun agenda deels laten bepalen of beïnvloeden door buitenlandse machten. De strijd om het netwerk past dus evenzeer in de context van de grote regionale strijd van Israël en de VS tegen Syrië en Iran.(4) Dezelfde inzet dus als de zomeroorlog van 2006. Een militaire actie tegen Iran, waarvoor de plannen al lang op de Amerikaans-Israëlische tafels liggen, kan maar slagen als de Israëlische noorderflank bevrijd is van Hezbollah. Verschillende bronnen zien daarom minstens deels de hand van Washington in de demarche om Hezbollah te provoceren en zo het ultieme argument te creëren voor een nieuwe Israëlische oorlog in Libanon of dan toch minstens een versteviging van de politiek-militaire positie van de lokale bondgenoten. Zo zijn er verschillende berichten verschenen over de herkomst van de milities van de Toekomstpartij, die door de VS en Saoedi-Arabië zouden gefinancierd, bewapend en sommige zelfs (in Jordanië) getraind zijn. Ideologisch zijn ze anti-Sjiïtisch. Nu deze Soenni-milities een complete miskleun zijn gebleken, hebben de VS in die grotere achterliggende strijd uiteindelijk terrein verloren aan Iran en de Hezbollah.

Dat maakt het juist voor andere bronnen ongeloofwaardig dat het hele scenario door de VS zou zijn uitgetekend. Zij stellen dat zelfs de aanwezige diplomaten compleet verrast waren door de gebeurtenissen. Of zoals Josh Landis, een Libanon-Syrië expert, het stelde: “het is moeilijk te geloven dat Washington zo dwaas zou zijn”.(5) Een simpelere versie zou dan zijn dat de regeringspartijen zich gewoon bedreigd voelden door een spionagenetwerk van Hezbollah op de luchthaven, die intensief door regeringsleden wordt gebruikt, in combinatie met een politiek-militaire misrekening om Hezbollah eens goed aan te pakken.

De opdracht om tegen Hezbollah op te treden mag dan al niet rechtstreeks afkomstig zijn van de VS-ambassade, maar de snelheid waarmee VN-Midden-Oosten gezant Terje Roed-Larsen met de affaire van Hezbollahs telecommunicatienetwerk naar de VN-Veiligheidsraad stapte doet toch vermoeden dat er iets meer aan de hand is. Al op 8 mei informeerde Roed-Larsen de VN dat Hezbollah “een massieve paramilitaire infrastructuur handhaaft” dat “een bedreiging vormt voor de regionale vrede en veiligheid”.(6) De Libanon-kenner en journalist Jim Quilty ziet de verantwoordelijkheid van Washington vooral in wat hij het cultiveren van de ‘cultuur van onverzoenlijkheid’ noemt in de regering Siniora sinds de oorlog van 2006. Daardoor werd een dialoog met de oppositie tegengewerkt. In de ogen van de VS is Hezbollah een terroristische organisatie en een verlengstuk van aartsvijand Iran. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het slechtst denkbare scenario voor de regering Bush een eenheidsregering is met daarin nog eens een sleutelpositie voor Hezbollah. In dat opzicht zijn de recente ontwikkelingen in Libanon voor het Witte Huis een behoorlijke stap achteruit. Tegelijk legt de rol van Washington een blijvende hypotheek op de politieke stabiliteit in Beiroet, want het is niet ondenkbaar dat er vanuit Washington en in Israël pogingen zullen komen om de regering en oppositie terug uit elkaar te spelen.

Een ander opvallend feit is dat het Doha-akkoord er kwam zonder enige rol van betekenis voor Saoedi-Arabië. Het was het kleine Qatar dat er in slaagde om een doorbraak te forceren in een op het eerste zicht uitzichtloos conflict. Qatar, dat in de zomer van 2006 het verzet van Hezbollah prees en sprak van de “eerste Arabische overwinning”, werpt zich tegenwoordig op als proactief bemiddelaar rond verschillende conflicten in de regio.(7) Het diplomatieke succes rond Libanon kan mee verklaard worden door de banden die Qatar heeft met de rivaliserende fracties in Beiroet en hun regionale bondgenoten. Doha’s goede relaties met Washington hebben niet verhinderd dat dit ook het geval is met Teheran en Damascus. Qatar is ook een van de weinig Arabische staten die politieke contacten onderhoudt met Israël. Die bijzondere positie vormde ongetwijfeld een goede uitgangsbasis om tot een akkoord te komen ten koste van het prestige van Saoedi-Arabië. Anders dan Qatar heeft Saoedi-Arabië zeer goede relaties met de familie Saad Hariri en steunt het volop de regering Siniora. Met andere woorden, te dicht verbonden aan een kamp om een goede bemiddelaar te zijn. Tijdens het conflict zei de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken, Saud Al-Faisal, veelbetekenend dat de steun van Iran aan de ‘coup’ van Hezbollah de relaties van Teheran met de Arabische en Islamitische landen zal beïnvloeden. De rol die Saoedi-Arabië in Libanon speelt is niet te onderschatten. Het heeft de middelen en mogelijkheden om Soennitische milities te mobiliseren indien Riad ervan overtuigd is dat Libanon verloren is aan Iran, de grote regionale rivaal. De totale afwezigheid van Riad in de door de Arabische Liga gecopatroneerde onderhandelingen in Doha, is in dat opzicht geen al te positief signaal. Saoedi-Arabië zal in elk geval alle nodige inspanningen leveren om zijn invloed in Libanon en status als regionale macht te behouden.

Tenslotte is er Hezbollah zelf. Hezbollah won heel wat krediet bij de Libanese bevolking voor zijn succesvol verzet tegen Israël in de oorlog van 2006, ook bij het niet sjiïtische deel van de bevolking. Het recente conflict toont dat Hezbollah desnoods met militair machtsvertoon de zaken naar zijn hand kan zetten. Toch is het opvallend hoezeer Hezbollah zich nog terughoudend heeft opgesteld. Het legde twee eisen op tafel: de intrekking van de beslissing om het telecommunicatienetwerk te ontmantelen en de terugkeer naar de dialoogtafel.(8) Dat Hezbollah niet uit was op een coup, zoals aan regeringszijde en in een bepaalde westerse pers werd gezegd, bleek al uit hoe Hezbollah-strijders kort na de schermutselingen de veroverde posities vrijwel onmiddellijk overdroegen aan het leger. Ook in de onderhandelingen stelde Hezbollah zich terughoudend op door in de eerste plaats te blijven hameren op de oude eis van een regering van nationale eenheid, terwijl tegemoet gekomen werd aan het regeringskamp rond de kwestie van de kiesomschrijvingen. Toch heeft Hezbollah niet volledig gewonnen. De belofte om de wapens niet in Libanon in te zetten is met de militaire acties en de tientallen doden zwaar geschonden en daarmee ook de legitimiteit om deze wapens te mogen behouden als verzetsorganisatie tegen Israël. Het anti-Sjiitische kamp heeft in elk geval nieuwe redenen gevonden om de Hezbollah nog verder te wantrouwen en dus hardnekkiger te bevechten. Het is ongetwijfeld zo dat Hezbollah meteen van de zaak heeft geprofiteerd om de gebieden van Toekomstpartij-militanten en bewapening te zuiveren. Voor velen klonk Hezbollah-leider Nasrallah daarom wellicht niet echt overtuigend als hij zei dat de hele operatie louter defensief bedoeld was. Ook het democratische gehalte van Hezbollah en de duidelijke statements van Nasrallah dat hij er niet op uit is om een islamitische republiek te installeren boetten aan geloofwaardigheid in bij delen van de bevolking, zeker nadat de studio’s van Hariri’s Toekomst TV in brand werden gezet (ook al waren daar Amal en pro-Syrische SSNP-milities daarvoor verantwoordelijk).(9) Hoewel er nu politiek vooruitgang is geboekt kan op de lange termijn alles evengoed uitdraaien op een nieuwe polarisatie. Daarbinnen heeft het imago en prestige van Hezbollah toch minstens een deuk opgelopen.

Ludo De Brabander

Noten

(1) De Libanese krant The Daily Star publiceerde het Doha-akkoord in zijn editie van 22 mei 2008 (zie http://www.dailystar.com.lb/article.asp?edition_id=1&categ_id=2&article_id=92308# )
(2)Zie voor een uitgebreidere reconstructie van de feiten het rapport van de International Crisis Group (Policy Briefing. Middle East Briefing N°23, Beiroet/Brussel, 15 Mei 2008) en het artikel van Jim Quilty. Lebanon’s Brush with Civil War in Merip (
http://www.merip.org/mero/mero052008.html )
(3) Hanady Salman. In the eyes of Hezbollah. In : Al Ahram weekly, 21 tot 28 mei.
(4) Ayman El-Amir. Skirting the Precipice. In: Al Ahram weekly, 21 tot 28 mei.
(5) Khody Akhavi. Washington rallies behind embattled Lebanese government. IPS-bericht van 12 mei 2008 (zie:
http://ipsnews.net/news.asp?idnews=42334)
(6) Geciteerd in : Jim Quilty. Lebanon’s Brush with Civil War in Merip (
http://www.merip.org/mero/mero052008.html)
(7) Meena Janardhan. Lebanon Deal Confirms Qatar’s Honest Broker Role. IPS-bericht, 26 mei 2008 (zie
http://ipsnews.net/news.asp?idnews=42504)
(8) Zie : Lucy Fielder. A double Edged Sword. In: Al-Ahram Weekly, 21 – 28 mei 2008
(9) SSNP staat voor de Syrische Sociale Nationalistische Partij.

Deze bijdrage verschijnt ook in www.uitpers.be 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel