Libanon: Westerse pro-Israël politiek heeft gevaarlijke consequenties

De jongste maanden regende het oorlogsmisdaden in het woelige Midden-Oosten. Daarover zijn alle gezaghebbende organisaties het eens, gaande van de Verenigde Naties tot het Internationale Rode Kruis. Toch blijft een van de belangrijkste actoren van deze oorlogsmisdaden, het Israëlische leger en hun politieke verantwoordelijken gevrijwaard van ernstige kritiek, laat staan dat er een veroordeling wordt uitgesproken. Vooral de VS blijven onvoorwaardelijk achter Israël staan.

Hoewel de Israëlische luchtmacht, in de woorden van een Israëlische generaal, de ‘klok in Libanon twintig jaar wil terugdraaien’, blijft president Bush beweren, dat Israël zich verdedigt tegen terroristische activiteiten. Het platbombarderen van Libanon en het doden van honderden burgers: een verdediging? Kom nou. Dat Hizbollah een terreurorganisatie is, daar lijkt iedereen het in onze contreien over eens te zijn. Op de G-8 top werden Hizbollah en Hamas dan ook vlug als de belangrijkste verantwoordelijken voor de geweldspiraal in het Midden-Oosten aangewezen. Dat de Israëlische bezetting, annexatie en kolonisatie van Palestijnse gebieden, de bezetting van de Golan en de ‘Shebafarms’ en de defacto weigering van de ‘internationale gemeenschap’ om de eigen gestemde VN-resoluties uit te voeren een vreedzame oplossing voortdurend in de weg liggen, lijkt onze ‘acht groten’ te zijn ontgaan. De Israëlische ‘rechtsstaat’ wordt in tegenstelling tot de andere actoren, met fluwelen handschoenen aangepakt en beleefd gevraagd om zich ‘terughoudend’ op te stellen op wat we zonder meer een slachtpartij kunnen noemen. De oproep van de Libanese premier Siniora om de “agressie van Israël tegen Libanon te stoppen” lijkt in dovemansoren te vallen. De Libanese burgerbevolking is kind van de rekening. De houding van de VS, Europa en andere machtige actoren zouden we juridisch-technisch schuldig plichtverzuim kunnen noemen.

Er is maar een land dat een einde kan maken aan de spiraal van geweld en dat zijn de Verenigde Staten. De geschiedenis leert ons echter dat we daar niet op zullen moeten rekenen. Het is weinig waarschijnlijk dat deze Amerikaanse regering, net zoals alle vorige, Israël hard zal aanpakken. De VS steunen hun naoorlogse Midden-Oosten politiek op drie prioriteiten: Israël, petroleum en het handhaven van relatieve stabiliteit via het ondersteunen of aan de macht brengen van bevriende regimes. Hoewel president Truman zich vlak na WOII nog liet leiden door binnenlandse electorale overwegingen om de kaart van Israël te trekken, werd dit land geleidelijk aan een sleutelpositie toegedicht in het verdedigen van de VS-belangen in de regio. Israël heeft al verschillende keren de kastanjes voor de VS uit het vuur gehaald. Op 11 juni 1966 schreef de New York Times dat “de VS tot de conclusie zijn gekomen dat ze moeten steunen op een lokale macht – de afschrikkingskracht van een vriendelijke macht – als eerste lijn om een te directe Amerikaanse betrokkenheid te vermijden. Israël heeft begrepen dat ze aan die definitie voldoet.” Sindsdien werd elk conflict door de VS beantwoord met grotere financiële steun vanuit de VS. Na de zesdaagse oorlog in 1967 groeide de steun tot een dikke half miljard dollar, na de Yom Kippoer oorlog (1973) ging er 2 miljard dollar naar Tel Aviv. Het vredesakkoord met Egypte na de Camp David-akkoorden werd verzilverd met een recordbedrag van 4,8 miljard dollar. Enkele jaren na de bloedige invasie in Libanon van 1982 werd de militaire steun vergroot en ging het niet langer om leningen maar uitsluitend om giften. Op dit ogenblik gaat het om 1,8 miljard dollar aan militaire cadeaus naast geprivilegieerde militaire en politieke contacten en een hele reeks al dan niet toegestane uitzonderingen op de wijze waarop die steun mag worden gebruikt. Zo mag volgens de VS-bepalingen Israël gekregen middelen niet gebruiken voor militaire operaties in de bezette gebieden. Dat is natuurlijk onzin want het Israëlische leger opereert er al jaren en kan dat net doordat de VS-steun andere militaire posten ontlast.

Naast deze financiële steun heeft Israël de onvoorwaardelijke steun van Washington in de Verenigde Naties. Van de 19 resoluties die sinds het einde van de Koude Oorlog in de VN-Veiligheidsraad door een van de permanente leden werden geblokkeerd, gebruikten de VS 11 keer een veto ten gunste van Israël. Het ging dan ook om het verder zetten van een oude gewoonte toen de VS op 13 juli opnieuw een resolutie blokkeerden die een halt wilde toeroepen aan het Israëlische optreden in de Gaza. Twee jaar geleden al sneuvelde een gelijkaardige resolutie.
 
Veel critici in de VS beginnen er op te wijzen dat de rollen zijn omgedraaid en dat niet de VS maar Israël de grootste voordelen haalt uit de Amerikaanse houding. Meer nog, de VS-politiek zou zich meer en meer keren tegen de andere belangen die Washington in de regio nastreeft. Een simpele rondreis in Arabische staten leert dat de VS niet erg geliefd zijn bij de bevolking. Dat wordt bevestigd in verschillende opiniepeilingen. Uit een opiniepeiling in zes Arabische landen van februari/maart 2003 blijkt dat slechts een minderheid van 4 tot 13 procent van de bevolking een positief beeld heeft van de VS. Alleen in Libanon waren de VS met 32 procent meer geliefd, al zullen de huidige ontwikkelingen daar wel een forse dreun aan geven. Uit een andere peiling van een jaar later (mei 2004) blijkt dat deze negatieve houding niet zozeer te maken heeft met de visie op de Amerikaanse waarden, dan wel met de VS-politiek in de regio. Wanneer wat dieper gekeken wordt naar de inhoud van het ongenoegen over de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten dan blijkt het Arabisch-Israëlisch conflict in alle landen bij meer dan driekwart van de bevolking een belangrijke tot een heel belangrijke rol te speelt.

De VS zullen dus uiteindelijk de rekening moeten betalen voor hun onvoorwaardelijke steun aan Israël. Ook voor Europa moet de boodschap duidelijk zijn. Een politiek van twee-maten-twee-gewichten werkt op termijn contraproductief. Het internationaal recht is geen vod papier maar moet door elke rechtsstaat gerespecteerd worden. Als er oorlogsmisdaden zijn begaan, van welke kant ook, dan moet er worden opgetreden. Dat principe stijgt uit boven elk kortzichtig militair, geostrategisch en ander belang dan ook. In Libanon en de Palestijnse gebieden moet Israël, dat zich een democratische rechtstaat noemt, gestopt worden, zoniet ondergraven we meer en meer het internationale rechtssysteem. Voor extremistische religieuze groeperingen is de pro-Israëlische politiek van de Westerse democratieën een ideale voedingsbodem. Dat moeten we ondertussen toch wel begrepen hebben.

Ludo De Brabander

Deel dit artikel