Media zien geen Irakese doden, noch chemische wapens

De Amerikaanse journalistenorganisatie Fair trekt aan de alarmbel: de berichtgeving rond Irak is ronduit gemanipuleerd. De nauwkeurigheid waarmee gesneuvelde en gewonde VS-militairen worden geteld contrasteert sterk met de lage media-aandacht en lage schattingen van doden aan Irakese zijde. Het collectieve falen van de media is misdadig duidelijk in Fallujah: begin maart bevestigde een functionaris van het Irakese ministerie van Gezondheid getuigenissen die spreken over de grootschalige inzet van verboden chemische wapens. In de media heerst de stilte.
Tijdens de eerste dagen van de VS-invasie in Irak, de zogenaamde ‘Shock and Awe’ was er zo goed als geen aandacht voor Irakese slachtoffers. Het ideologisch beeld was dan ook dat de invasie met superieure militaire kracht en doelgericht geschut werd gevoerd. Deze oorlog was er immers ook om de burgerbevolking te bevrijden van hun vreselijke dictator. Teveel aandacht voor Irakese burgerslachtoffers zou in tegenspraak zijn met dit beeld. En hoe dan ook: Irakese slachtoffers wegen minder zwaar. Het is bijna een wet in tijden van oorlog.
Het contrast met de aandacht die slachtoffers aan de kant van de VS krijgen is immens. Enkele dagen na het begin van de invasie verschenen in de VS-dagbladpers koppen als: ‘Eerste belangrijke slachtoffers’ (Daily News, 24 maart 2003) of ‘Oorlog wordt viezer’ (‘The Chronicle, 24 maart 2003) met daaronder beelden of subkoppen die duidelijk maakten dat het over VS-slachtoffers ging. Irakese slachtoffers bleven op dat ogenblik grotendeels uit beeld of moesten het stellen met slechts zijdelingse aandacht in de meeste journaals.
Op het moment dat ik dit schrijf spreken de media met de precisie van een klok over 1.513 gesneuvelde VS-militairen en 11.344 gewonden. De VS-media maar ook de media in het westen berichten trouwens geregeld vrij uitgebreid over deze doden. Dat is helemaal anders als het gaat over de Irakese slachtoffers. Fair, de mediawatchdog in de VS, trekt aan de alarmbel, twee jaar na het begin van de oorlog tegen Irak en illustreert dat met een recent voorbeeld.
In het nieuwsbulletin van 18/03/2005 van het ‘TV-station NBC’ (VS) heet het: “Het is moeilijk om officiële cijfers te krijgen van de Irakese dodentol, maar het aantal burgerslachtoffers ligt ergens tussen 17.000 en 20.000 of meer.” World News Tonight (ABC) baseert zich op cijfers van de onafhankelijke website ‘Iraqi Body Count’, volgens dewelke rond “de 18.000 Irakezen zouden gedood zijn.” De studie van het Britse medische tijdschrift ‘The Lancet’ (29 oktober 2004) waarin sprake is van 100.000 gedode Irakese burgerslachtoffers (volgens een van de onderzoekers een eerder conservatieve schatting) door “geweld als gevolg van de door de VS geleide invasie”, schijnen deze en andere stations niet te kennen. ‘Iraq Body Count’, zelf maant tot voorzichtigheid bij het gebruik van de door haar vrijgegeven cijfers want het gaat over “een compilatie van burgerdoden zoals die zijn gerapporteerd door erkende bronnen…. Het is waarschijnlijk dat vele, zoniet de meeste burgerslachtoffers, de verslaggeving niet halen”.
Uiteraard is het niet gemakkelijk voor journalisten om betrouwbare gegevens te verzamelen. Journalistiek bedrijven in Irak is, zoals we de afgelopen maanden hebben kunnen zien, een gevaarlijke bezigheid. Maar er zit een doelbewust mechanisme achter. Teveel Irakese doden in de media zou een grote smet betekenen op het blazoen van het Amerikaans leger en de hele geloofwaardigheid van het VS-beleid rond Irak op de helling zetten. De gebeurtenissen in Fallujah voeden de stelling dat de media doelbewust de gruwelijkheden waaraan het Amerikaanse leger zich bezondigt, verzwijgen.
Tijdens de zware bombardementen en gevechten in deze Soennitische stad (in april 2004 en in november 2004) viel op hoe de media collectief het Pentagon echoden met hun grote aandacht voor ‘gedode terroristen’. Gauw wordt evenwel duidelijk dat de 250 kilogram zware bommen die op de stad zijn gedropt veel slachtoffers maakten onder de tienduizenden achtergebleven burgers. Het Rode Kruis beschuldigde het bezettingsleger ervan huizen van burgers te bombarderen zonder dat de organisatie de kans kreeg om ze eerst te evacueren.
In een poging om alsnog de aandacht te trekken op hun situatie stuurde het ‘Studiecentrum voor Mensenrechten en Democratie’ van Fallujah eind januari 2005 namens een platform van organisaties, een rapport aan Kofi Annan met een relaas, getuigenissen en foto’s over de gruwelijkheden waaraan ze tijdens de ‘militaire operatie’ (van 7 november tot eind december) zijn blootgesteld (het rapport is te downloaden op www.brusselstribunal.org). Ze vragen daarbij om hun rapport als officieel document te behandelen en aan de leden van de Veiligheidsraad te overhandigen. Het is onduidelijk of dit is gebeurd. Wel duidelijk is dat de media zich collectief in zwijgen hullen.
In het rapport staan nochtans voldoende argumenten voor een officieel internationaal onderzoek naar oorlogsmisdaden. Een kleine greep. Al vanaf de eerste dag bezetten VS-militairen en Irakese troepen het Fallujah-ziekenhuis. Het medisch personeel wordt aan de handen vastgebonden en geslagen. Een deel van de inboedel wordt weggenomen, wat niet te verplaatsen valt vernietigd. Patiënten worden gearresteerd en slecht behandeld. Medische verzorging was niet mogelijk. Kort na de oprichting van een alternatief hospitaal werd het door de VS-jets platgebombardeerd waarbij elke aanwezige werd gedood. Vervolgens plunderden Irakese soldaten met de hulp van hun VS-collega’s het enige privé-ziekenhuis in Fallujah zodat de stad het voortaan zonder medische infrastructuur moest stellen.
Het rapport probeert een schatting te maken van het aantal slachtoffers: “Op 25 en 26 december 2004 verwijderden hulpteams 700 dode lichamen en dat alleen nog maar in 6 residentiële districten – Fallujah bestaat uit 28 districten. Onder hen bevonden zich de lichamen van 504 kinderen en vrouwen. Voor de rest ging het over oudere mannen en mannen van gemiddelde leeftijd”. Het rapport verzekert met grote stelligheid dat er chemische wapens in Fallujah zijn ingezet. Het rapport spreekt verder van de inzet van minstens 25 clusterbommen (fragmentatiebommen) per dag. Van deze bommen is geweten dat ze gemakkelijk veel burgerslachtoffers maken. Er is ook sprake van verschillende executies, waaronder burgers.
Dr Khalid ash-Shaykhli, een vertegenwoordiger van het Irakese ministerie van Gezondheid, bevestigde begin maart het gebruik van chemische wapens. Uit onderzoeken van zijn medische teams bleek dat de VS in Fallujah internationaal verboden substanties hebben gebruikt zoals mosterdgas, zenuwgas en brandbare chemicaliën (zie: al-Jazeera 3 maart 2005). De Irakese dokter die zijn uitspraken deed op een persconferentie in het gebouw van het ministerie van Gezondheid in Bagdad, zegt dat de stad nog altijd lijdt aan de gevolgen van de effecten van chemische en andere types van wapens die ernstige ziektes veroorzaken op lange termijn. Het bericht van Al-Jazeera citeert ook getuigen die spreken over ‘gesmolten lichamen’ wat kan wijzen op de inzet van Napalm bommen. Hoewel de persconferentie ook door media als The Washington Post en de Knight-ridder Service is bijgewoond is er amper iets over bericht. Alleen de website van the Christian Science Monitor maakte er een kort bericht over.
De burgers van Fallujah schreeuwen om aandacht voor hun situatie. Zij waarschuwen alvast: “het stilzwijgen over deze misdaden en zware overtredingen zullen gezien worden als een deelname eraan en ook als het misleiden van de internationale gemeenschap met betrekking tot wat er in Al-Fallujah en in heel Irak is gebeurd.

Ludo De Brabander
www.vrede.be

Vrede DOOR:

Deel dit artikel