Mensenrechten in Colombia nog niet gegarandeerd

Ondanks beloften en bereidheid van Juan M. Santos tot dialoog verbetert de mensenrechtensituatie in Colombia niet. Mensenrechtenverdedigers worden nog altijd illegaal afgeluisterd, bedreigd en vervolgd: uit statistieken blijkt dat tijdens de eerste maanden van 2011 een zorgwekkend aantal schendingen werden vastgesteld, die, eerder dan op verbetering, wijzen op een verhoging van het gevaar dat sociale organisaties lopen in Colombia.

Sinds de nieuwe regering van Juan Manuel Santos in dienst trad in augustus van vorig jaar, sprak de pers over een nieuwe aanpak, gekenmerkt door een openheid tot dialoog die sterk afstak tegen de persoonlijke, confrontatieve stijl van uittredend president Uribe. Het recordtempo waarmee Santos erin slaagde om de relaties met buurman en president van Venezuela, Hugo Chavez terug te normaliseren was daar het perfecte voorbeeld van.
Op het gebied van de mensenrechten was er de hoop dat dialoog, en de bereidheid van de regering tot samenwerking met mensenrechtenorganisaties snel vooruitgang zou. De aanstelling van vice president Angelino Garzón, voormalig vakbondsleider en goed gekend bij sociale organisaties, als directe verantwoordelijke voor dit belangrijke thema moest hiervoor garant staan.

Organisaties op het terrein stellen echter vast dat de beloftes van een betere mensenrechtensituatie, voorlopig ver van ingelost wordt: volgens statistieken van de organisaties 'Somos Defensores' werden voor de eerste trimester van 2011, 96 gevallen vastgesteld van agressie tegenover leiders of leidsters en 64 gericht aan sociale organisaties. Het gaat hier dan specifiek over onwettige aanhoudingen, bedreigingen, aanslagen op het leven van personen (of pogingen tot) en verdwijningen. Vergeleken met eerdere jaren beloofd dit niets goeds voor wat 2011 zou kunnen brengen: zo telde 2010 - op zich al ingeschreven als een 'annus horribilis' aangezien het slechter was dan de voorafgaande 4 jaren - 170 dergelijke gevallen in de loop van het hele jaar.

Ook onze partnerorganisaties in Colombia hebben te kampen met verschillende incidenten die hen in gevaar brengen, ten gevolge van hun activiteiten als sociale organisaties. Tijdens de eerste maanden van het jaar moeten wij als Broederlijk Delen vast stellen dat velen van hen op één of andere manier slachtoffer waren van agressie ten opzichte van de organisatie of hun medewerkers.

In de maand april gebeurden er op enkele dagen tijd bij verschillende van onze partners in de regio Cauca inbraken in hun kantoren of zelfs bij medewerkers, waarbij men het vooral gemunt had op laptops en USB sticks. Zowel bij het mensenrechtennetwerk 'Red Por La Vida' , de lokale boerenorganisatie 'Movimiento campesino de Cajibío' als bij de leider van de zoektocht naar Sandra Vivianna Cuellar, voormalig werkneemster van CENSAT 'Agua Viva' werden laptops gestolen. Sandra Vivianna werkte als milieuactiviste in Cali en verdween op 17 februari op weg naar de universiteit van Palmira. Meer dan 3 maand later blijft ze nog steeds spoorloos.

Afgelopen maand mei, werd ook een voornaam lid van Justicia y Paz (eveneens partner van Broederlijk Delen) thuis bestolen van documenten en 2 USB memory sticks waarop informatie opgeslagen was over het begeleidingswerk van de organisatie bij slachtoffers van het intern conflict. De organisatie wordt regelmatig bedreigd en stelde meermaals vast dat medewerkers door onbekenden gevolgd werden.

Hoewel dergelijke incidenten vaak afschreven worden als 'gewone criminaliteit', roepen ze steeds de vraag op of dit niet eerder gerichte acties zijn met als doel om informatie over de organisaties en hun werk te bemachtigen, en zo manieren te vinden om dit te bemoeilijken.

Andere partners hebben minder reden tot speculatie over of zij al dan niet in het oog gehouden worden: zo stelde het advocatencollectief José Alvear Restrepo (CAJAR) begin mei vast dat gesprekken van hun medewerkers op illegale wijze werden opgenomen nadat een lid van de organisatie een telefoontje kreeg waarin een dergelijke opname werd afgespeeld (4). De organisaties beschikt sinds jaren over veiligheidsvoorzieningen die hen waren toegekend door de Interamerikaanse mensenrechtencommissie (CIDH), en die door de Colombiaanse inlichtingendienst DAS werden verzorgd. Na inspectie bleek dat in één van de wagens die hen toegewezen was, een verborgen microfoon verstopt zat.
In april van dit jaar besloot CAJAR de begeleiding van de inlichtingendienst voortaan te weigeren juist omdat deze maatregelen (mis)gebruikt werden om hen te bespioneren en de Colombiaanse staat geen garanties gaf dat dit in de toekomst zou ophouden.
Bij sociale organisaties in Colombia bestaat er dan ook weinig twijfel dat de illegale afluisterpraktijken, die afgelopen jaren aan het licht kwamen, ook nu nog verder gaan, ondanks de verschillende gerechtelijke processen die aangespannen werden tegen medewerkers van de DAS.

Er lopen trouwens momenteel nog altijd twee klachten van Europese organisaties uit België en Spanje  t.a.v. de DAS,  nadat aan het licht kwam dat die in de zogenaamde 'Operatie Europa' ook illegale spionageactiviteiten uitvoerde tegen NGO's en zelfs europese instellingen met als doel die organisaties in een slecht daglicht te stellen. In België stelde Broederlijk Delen zich samen met zes andere Europese organisaties burgerlijke partij.

Als Broederlijk Delen proberen wij onze partnerorganisaties zo goed mogelijk te steunen bij de ingewikkelde context waarvoor het intern conflict in Colombia hen stelt, hun mensenrechtenwerk zwaar bemoeilijkt en het leven van medewerkers en lokale gemeenschappen in gevaar brengt.

Gert Steenssens

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel