Na de grondstoffen nu ook de grond in de uitverkoop?

Buitenlandse overheden en bedrijven gingen de voorbije maanden in Afrika shoppen voor vruchtbaar land, zo berichtte De Standaard op 27 mei. Om hun eigen voedselzekerheid veilig te stellen, of als zekere belegging in stormachtige beurstijden. Inmiddels kochten ze in Afrika al landbouwgrond ter grootte van Duitsland op. De voordelen voor de lokale bevolking zijn hoogst twijfelachtig. De vele arme boerenfamilies dreigen andermaal kind van de rekening te worden. Na de grondstoffen, wordt nu ook de grond in uitverkoop geplaatst. Zijn er oplossingen om dit te stoppen?


Ja, er zijn oplossingen. Al moeten we meteen erkennen dat die oplossingen politiek, economisch en sociaal ingrijpende verandering vragen.

Een wettelijk kader

Ten eerste is er nood aan een duidelijk wettelijk kader rond grondbezit. In de meeste Afrikaanse landen is dat tot op vandaag quasi onbestaande, waardoor de poort voor schimmige landdeals wagenwijd openstaat.

Welke elementen moeten dan de basis vormen van nieuwe wetgeving? Het is zonneklaar dat er bijzondere aandacht nodig is voor de eigendomsrechten van de kleinschalige landbouwers, vermits zij het grootste deel van de bevolking en van de economie vormen. Zelfs als ze al over een lap grond beschikken, aarzelen ze nu om in dat land te investeren. Een boer investeert niet jaren na elkaar in een stuk land als het op elk moment kan afgepakt worden.

Een ander aandachtspunt zijn de specifieke landrechten voor vrouwen. In veel gevallen is het zo dat vrouwen geen land kunnen verwerven. Nochtans realiseren vrouwen 60 tot 80 percent van de Afrikaanse landbouw.

Maar mooie wetgeving betekent niets als er geen onafhankelijke rechterlijke macht is die rechten effectief afdwingbaar maakt. Het is niet toevallig dat de landen die vandaag geviseerd worden door buitenlandse investeerders ook op dat punt erg zwak scoren.

Een interne landhervorming

Ten tweede is er – zeker in Afrika – nood aan een interne landhervorming. Het volstaat niet het vruchtbare land af te schermen van buitenlandse krachten. Ook het binnenlandse grootgrondbezit moet teruggedrongen worden. Een eerlijker verdeling van het land zou een oplossing zijn voor vele conflicten die al tientallen jaren elke dag levens eisen.

Het is trouwens niet enkel een morele kwestie, maar ook een kwestie van economische efficiëntie. Onderzoek wijst uit dat de landbouw die bedreven wordt op de gigantische landerijen per hectare minder opbrengst genereert dan de velden van kleine en middelgrote boerderijen. Daarenboven is de ecologische erfenis van die grootschalige landbouw dramatisch.

Transparantie en inspraak

Journaliste Annelien De Greef merkt in haar artikel terecht op dat buitenlandse investeringen niet per definitie slecht zijn. Het hoeft geen betoog dat buitenlandse investeerders een essentiële rol spellen bij de opbouw van de economie. Maar wanneer we spreken over het verkopen van natuurlijke hulpbronnen – zoals vruchtbaar land – dan is de return zelden positief voor de bevolking. In realiteit draait het er immers doorgaans op uit dat de winsten samen met het geproduceerde voedsel naar het buitenland vertrekken. Op zijn minst mag men verwachten dat onderhandelingen over het verkopen van land op een transparante manier gebeuren. De bevolking moet zich daarover kunnen uitspreken en pro’s en contra’s kunnen afwegen.

Hoezeer het schoentje van transparantie en inspraak knelt, maakt het voorbeeld van Oeganda duidelijk. Daar bestaat tot op vandaag onduidelijkheid over een mogelijke deal die de overheid zou gesloten hebben met Egypte voor 2 miljoen hectare landbouwgrond.

Hervorm de instellingen

Tot slot zijn de internationale instellingen dringend aan verbouwing toe. Zoals de huidige crisis duidelijk maakte dat de financieel-economische instellingen van Bretton-Woods terug naar de tekentafel moeten, zo maakte de voedselcrisis al eerder duidelijk dat de bestaande instellingen voor voedsel en landbouw ontoereikend zijn.

Het zijn er om te beginnen al teveel. Zowel de FAO, het Wereldvoedselprogramma (WFP), het Internationaal Fonds voor Landbouw Ontwikkeling (IFAD), de onderzoeksgroep voor landbouwonderzoek CGIAR als de Wereldbank zijn vandaag op een of andere manier betrokken bij landbouw. Deze instellingen werken niet gecoördineerd en geen enkele instelling heeft de autoriteit om een internationaal beleidskader neer te zetten die nationale regeringen kan sturen bij het verkopen van land aan buitenlandse investeerders. Een logische stap zou zijn dat alle bevoegdheden worden samengebracht in een bundeling bij de VN-instellingen die in Rome zijn gebaseerd.

Er ligt momenteel een gunstig scenario ter tafel waarin het Comité voor Voedselzekerheid zou hervormd worden tot een internationaal bestuursorgaan. Naast de lidstaten en de internationale instellingen is er ook deelname voorzien voor de sociale bewegingen. Het is nog niet voor morgen dat er een afdwingbaar internationaal kader zal beschikbaar zijn om de rechten voor grondgebruik veilig te stellen.

In de tussentijd kunnen we enkel hopen op het fatsoen van de landen en bedrijven die landbouwgrond opkopen. De praktijk op het terrein geeft echter weinig reden tot optimisme. In dat geval liggen de kaarten in handen van de civiele maatschappij. Enkel in landen waar een sterke beweging van boerenorganisaties bestaat, werd de overheid al gedwongen om aberrante landdeals terug te schroeven.

Gert Engelen, beleidsmedewerker Vredeseilanden

Deel dit artikel