Na vier jaar bezetting: geen gezondheid voor Irak

De toestand van Irak’s kinderen: een ramp

Na vier jaar bezetting is Irak’s gezondheidssituatie gewoon rampzalig. Zij is verslechterd tot een niveau dat het land sinds de jaren ’50 niet meer heeft gekend, zegt Joseph Chamie, de vroegere directeur Bevolking van de Verenigde Naties, en een Irak-specialist.1  Door de combinatie van sancties, oorlog en bezetting vertoont Irak de meest negatieve evolutie in de sterfte van kinderen onder de vijf jaar: van 50 per 1000 in 1990 ging het bergaf tot 125 per 1000 in 2005. Dat betekent een jaarlijkse verslechtering van 6,1%: een triest wereldrecord, nog voor het erg arme en door aids getroffen Botswana.2  Bij het begin van de oorlog in 2003 beloofde de regering Bush om Irak’s kindersterfte te halveren tegen 2005. Maar volgens het Iraaks ministerie van Volksgezondheid ging het er nog verder op achteruit, met een kindersterftecijfer van 130 in 2006.3

De gezondheidstoestand van de bevolking wordt in veel grotere mate bepaald door sociale, economische en omgevingsfactoren dan door medische zorgen. Het is niet echt een verrassing dat al die factoren tijdens de bezetting zijn verslechterd. Een recente studie, uitgevoerd met de steun van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP), onthult dat een derde van de Irakezen in armoede leeft, met een inkomen van minder dan 2 dollar per dag. Meer dan 5% leeft in extreme armoede, met minder dan 1 dollar per dag. Het rapport merkt op dat dit scherp contrasteert met de situatie van een bloeiende economie en een gemiddeld nationaal inkomen die het land kende in de jaren ’70 en ’80.4  Maar de cijfers van de UNDP-studie zijn allicht nog een grove onderschatting.l Andere rapporten spreken over 8 van de 28 miljoen Irakezen die in extreme armoede leven.5  Meer dan 500.000 inwoners van Bagdad kunnen maar een paar uur per dag over stromend water beschikken. De Irakezen hebben gemiddeld slechts drie uur per dag elektriciteit, tegenover twintig uur per dag vóór de oorlog.6  

Voeding is uiteraard essentieel voor de gezondheid. Volgens Unicef weegt één op tien Iraakse kinderen te weinig voor zijn leeftijd (wat wijst op acute ondervoeding) en is één of vijf te klein voor zijn leeftijd (chronische ondervoeding). Maar voor Claire Hajaj van het Unicef Steunpunt in Amman (Jordanië) is dit slechts het topje van de ijsberg. “Veel kinderen lijden ook ‘verborgen honger’”, stelt ze. “Ze hebben een tekort aan belangrijke vitaminen en mineralen, die de bouwstenen zijn voor de fysische en intellectuele ontwikkeling van het kind. Die tekorten zijn moeilijk meetbaar, maar ze maken de kinderen kwetsbaarder voor ziekten, en maken het hen moeilijker om het goed te doen op school.”7  Dat verklaart waarom Hayder Hussainy, een verantwoordelijke van het Iraaks ministerie van Volksgezondheid, stelt dat ongeveer de helft van de Iraakse kinderen lijdt aan een of andere vorm van ondervoeding.8

Ook belangrijk is de psychologische impact van de oorlog en de bezetting. De Iraakse Vereniging van Psychologen (AIP) interviewde 2000 mensen in de 18 Iraakse provincies over de psychologische effecten van de oorlog. 92% zei te vrezen gedood te kunnen worden bij een explosie, en 60% verklaarde door het geweld last te hebben van paniekaanvallen en niet te durven buitenkomen uit schrik het volgende slachtoffer te zijn.9  De AIP deed ook onderzoek bij 1000 kinderen, en besloot daaruit dat 92% van hen leermoeilijkheden heeft die grotendeels zijn toe te schrijven aan het klimaat van angst en onzekerheid. “Het enige waaraan ze denken zijn geweren, kogels, dood en de angst voor de VS-bezetting”, zegt Maruan Abdullah van de AIP.

Hospitalen zonder middelen

Op 19 januari 2007 stuurde een honderdtal prominente Britse artsen een brief naar Tony Blair om hun ernstige bezorgdheid te uiten over het lot van de kinderen in Irak. Ze schreven: “We zijn bezorgd over het feit dat in Irak kinderen sterven door gebrek aan medische zorgen. Honderden zieke en gewonde kinderen, die normaal met eenvoudige middelen zouden kunnen gered worden, zijn nu ten dode opgeschreven omdat ze geen toegang hebben tot essentiële geneesmiddelen en andere zorgen. Kinderen die een hand, een voet of been verloren hebben, geraken niet aan een prothese. Kinderen met ernstige psychologische problemen krijgen geen behandeling.”11

De Iraakse Artsenvereniging zegt dat 90% van de bijna 180 ziekenhuizen in Irak belangrijke medische uitrusting missen.12  In het Yarmouk Hospitaal, een van de drukste ziekenhuizen van Bagdad, sterven elke dag gemiddeld vijf mensen omdat de dokters en verpleegkundigen het materiaal niet hebben om eenvoudige ziekten en verwondingen te behandelen, zo vertelt dokter Husam Abud. Dat betekent meer dan 1800 te voorkomen overlijdens, in dat ene hospitaal alleen al.13  Hassan Abdullah, een hoge verantwoordelijke voor de gezondheidszorg in de provincie Basra, zegt dat volgens zijn informatie tussen januari en juli 2006 in Basra ongeveer 90 kinderen stierven door een tekort aan geneesmiddelen. Dat is veel meer dan het jaar voordien, toen zo’n 40 kinderen in die periode overleden om die reden. Marie Fernandez, woordvoerder voor de in Wenen gevestigde ngo Saving Children from War, bevestigt het gebrek aan noodzakelijk materiaal, vooral intraveneuze infusen en bloedzakjes. “Kinderen sterven omdat er geen bloedzakjes beschikbaar zijn”, zegt Fernandez.14

“De ziekenhuizen zijn ‘killing fields’ geworden”

“De Conventie van Genève stelt dat een hospitaal neutraal moet zijn en blijven, en voor iedereen toegankelijk, zeker voor burgers. Maar als gewapende groepen of het leger een hospitaal bezetten, hebben de mensen geen vrije toegang meer”, zegt Cedric Turlan van het Comité voor de Coördinatie van NGO’s in Irak (NCCI). Zijn vaststelling wordt bevestigd door rapporten uit verschillende bronnen en plaatsen.

In de eerste week van november 2006 werden 13 burgers gedood door scherpschutters toen ze het het ziekenhuis van Ramadi (115 km ten westen van Bagdad) wilden binnengaan. Militairen onder leiding van de VS drongen dan verschillende kerenhet hospitaal binnen, zowel overdag als ‘s nachts, op zoek naar scherpschutters op het dak. Sindsdien gaan de mensen nog maar zelden naar het hospitaal, uit schrik om beschoten of gearresteerd te worden. Volgens andere rapporten die het NCCI bereikten, hebben militairen ook het hospitaal van Mosul bezet en worden ziekenwagens geregeld aangevallen in Najaf, Fallujah en andere delen van de provincie Anbar.15

Op 7 december 2006 was er opnieuw een militaire aanval van VS-troepen tegen het Algemeen Ziekenhuis van Fallujah, dat al gelijkaardige aanvallen te verduren kreeg in april en november 2004, tijdens het beleg door VS-troepen. Ooggetuigen zeiden dat de VS-soldaten een raid ondernamen op het hospitaal “alsof het een militair doelwit was”. Dokters en stafleden werden gearresteerd, beledigd en als terroristen bestempeld. Een ziekenhuisbediende zei dat het al voor de derde keer was dat VS-soldaten hem in de boeien sloegen, en beweerde dat zij “smeriger optreden tegen de medische staf dan tegen anderen, omdat ze ons beschouwen als de eerste sympathisanten van hen die zij terroristen noemen”. De Amerikaanse luitenant-kolonel Bryan Salas, woordvoerder van de multinationale strijdkrachten in Irak, had een heel andere uitleg klaar: “Coalitietroepen doorzochten het ziekenhuis om te verzekeren dat het een veilige plaats kan blijven voor de burgers van Fallujah, zodat ze de medische verzorging kunnen krijgen die ze verdienen.” Maar wat ze verdienden, is dat het ziekenhuis na de militaire raid dagenlang gesloten bleef.16

De huidige minister van Volksgezondheid, Ali Al-Shimari, behoort tot de politieke beweging van Moqtada Al-Sadr. De militaire tak van die beweging, het Mahdi Leger, gaat ongestraft zijn gang in de ziekenhuizen. Zieken en gewonden worden ontvoerd en vermoord. Daarom vermijden steeds meer Irakezen de hospitalen. “We sterven nog liever dan naar het ziekenhuis te gaan”, zegt Abu Nasr, een inwoner van Bagdad. “De ziekenhuizen zijn ‘killing fields’ geworden.”  

Het ministerie blijkt ook te discrimineren bij de toelevering van voorraden. Tariq Hiali, een gezondheidsverantwoordelijke in Baqouba (60 km ten noordoosten van Bagdad), klaagt dat “het ministerie van Volksgezondheid ons niet bevoorraadt met de nodige medicamenten en medisch materiaal - zij beschouwen ons als terroristen.” Een bediende van de bloedbank van Baqouba, Jamal Qadoori, voegt eraan toe dat “de ziekenwagens die we naar Bagdad sturen, worden tegengehouden door het Mahdi Leger.”18

De spoeddienst van het Universitair Ziekenhuis van Basra bleef vijf maand lang gesloten nadat verschillende dokters die er werkten waren vermoord door niet-geïdentificeerde aanvallers. Veel dokters en verpleegkundigen weigeren er nog te gaan werken, uit schrik voor hun leven.19  Klinieken zijn ook gesloten in Ramadi, Hit, Haditha en Fallujah. Het Institute for War and Peace meldt dat de meeste dokters die in Bagdad nog hun praktijk hebben, om veiligheidsredenen zijn verhuisd naar residentiële wijken of binnen medische complexen. Ze houden alleen nog spreekuur in de voormiddag, omwille van de avondklok en de onveiligheid.20

Gezondheidswerkers gearresteerd, gekidnapt en vermoord

Artikel 18 van de Vierde Conventie van Genève stelt: “Burgerhospitalen die georganiseerd zijn om zieken en gewonden op te vangen, mogen in geen geval het voorwerp uitmaken van een aanval, maar moeten ten allen tijde gerespecteerd en beschermd worden door alle partijen in het conflict.” De realiteit in Irak is vandaag wel heel anders.

“Een hoofdprobleem dat de Irakese gezondheidssector treft is ongetwijfeld de wanhopige veiligheidssituatie in het land”, zegt Nada Doumani, woordvoerder van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC). “Gewapende mannen stormen de operatiezaal binnen om de dokters te dwingen eerst hun patiënten te behandelen. Sommige patiënten houden hun wapens bij en blijven gemaskerd terwijl ze verzorgd worden. Dit creëert een traumatiserende situatie voor de artsen”, zegt ze.21

Voorbeelden zijn er genoeg. Dr. Washdi Mahmoud werkt in het Ibn Al-Nafees Hospitaal, het grootste cardiovasculair centrum van Bagdad. Aan de telefoon vanuit Bagdad, op 27 februari 2006, doet Dr. Washdi zijn verhaal: “Gisterochtend werden we bedreigd door familieleden van patiënten. Ze zetten zelfs een revolver tegen de slaap van een arts! De bewakingsdienst van het hospitaal kwam niet tussenbeide, en daarom besloten we in staking te gaan.”  Dr. Salam Ismael van de Doctors for Iraq Society legt uit: “We hebben vooral last van de milities van bepaalde politieke partijen. De overheid legt hen geen strobreed in de weg. Ze komen met hun wapens de patiëntenkamers binnen, schelden dokters uit, dreigen hen te doden.”23

Doctors for Iraq ontving het bericht dat op 9 mei 2006 een groep gewapende mannen het ziekenhuis van Talafar binnendrong, in het noordwesten van Irak. Ze bedreigden personeel en patiënten die wachtten op een behandeling. Een arts beschreef hoe een van de gewapende mannen een pistool tegen zijn hoofd plaatste en eiste dat hij ophield een gewond kind te verzorgen, om in de plaats een man te verzorgen met een onbelangrijke schrapnelwonde aan zijn been. De gewapende mannen vernielden ook hospitaaluitrusting. Ze vielen een ziekenwagenchauffeur aan en braken zijn arm met een geweerkolf. Een andere chauffeur sloegen ze in het gezicht. Drie mannen vielen de ziekenhuisapotheker aan en sloegen en trapten hem om beurt. Eén van de gewapende mannen schoot kogels af net boven het hoofd van een dokter, met nog meer angst en hysterie in het hospitaal voor gevolg.24

Op 28 september gingen artsen in Bagdad’s Yarmouk Hospitaal in staking, nadat de Iraakse politie er was binnengevallen en, zwaaiend met hun wapens, de dokters hadden gedwongen om een gewonde collega te verzorgen. De dokters riepen het ministerie van Binnenlandse Zaken op om de complete ban op vuurwapens in ziekenhuizen te doen naleven.25  Begin november meldde Dr. Ibrahim Abdel-Sattar, een cardioloog in Bagdad: “Twee weken geleden werd mijn collega gedood toen hij een patiënt behandelde. Een gewapende bende drong zijn kliniek binnen, schoot hem dood en ging weer weg, zonder enige uitleg.”26  Op 17 december bestormden mannen in legeruniform het kantoor van de IRCS in Bagdad en ontvoerden er 42 mensen. 26 IRCS-bedienden, zowel sjiïeten als soennieten, werden later weer vrijgelaten.27

Alsof het dagelijks geweld nog niet genoeg was, vallen gezondheidswerkers in de chaos en wanorde van Irak ook ten prooi aan ontvoeringen voor losgeld. Een Irakese arts die in Groot-Brittannië werkt, Peter Kandela, interviewde Irakese gezondheidswerkers die naar Jordanië en Syrië zijn gevlucht. Hij beschrijft een nierchirurg die werd meegevoerd door een groep gewapende mannen. Het eerste wat ze deden: de man zijn adresboekje doorbladeren op zoek naar een volgend slachtoffer! “Ze hadden zelfs het lef om te suggereren dat in ruil voor een betere behandeling in gevangenschap, ik anderen zou aanwijzen voor kidnapping”, zegt de chirurg. Hij werd uiteindelijk vrijgelaten nadat zijn vrouw 250.000 dollar losgeld had betaald.28  Dr. Kandela legt ook uit dat “je in het nieuwe Irak een prijskaartje hebt naargelang je positie en status. Dokters die in het land zijn gebleven, weten wat ze waard zijn voor de kidnappers. Ze zorgen er dan ook voor dat hun familie toegang heeft tot de nodige fondsen om hen snel vrij te krijgen eens het zover is.”29  Op 9 november werd het hoofd van de Iraakse Rode Halve Maan (IRCS), Dr. Anas Al-Azawi, gekidnapt voor zijn huis, door mannen die blauwe politieuniformen droegen. De prijs voor zijn vrijheid was oorspronkelijk op 750.000 dollar vastgelegd, maar hij kwam vrij nadat een lager losgeld was betaald.30

Dr. Omer, een cardiovasculaire chirurg, heeft zijn job in Bagdad verlaten en werkt nu als huisarts in een kliniekje in Syrië. “Wat kon ik beginnen?” vraagt hij. “In mijn ziekenhuis werd ik bedreigd door gewapende milities. Drie chirurgen waren al vermoord, we bleven maar met z’n drieën over. Ik kon me niet veroorloven het volgende doelwit te zijn, want ik heb een kind groot te brengen.” En hij voegt eraan toe: “Ik ben niet gelukkig met mijn job hier. Ik ben een specialist, en nu werk ik als huisarts. Dat is als een officier vragen om als soldaat te werken.”31

Gezondheidswerkers op de vlucht

In maart 2006 schreef de Britse ngo Medact dat 18.000 van Irak’s 34.000 artsen het land hadden verlaten sinds het begin van de oorlog. Dat cijfer kwam van de Iraakse Artsenvereniging (IMA). Farouk Najji, een clinicus en lid van de IMA, verklaart: “Sinds 2003 zijn ongeveer 2000 dokters vermoord. Het geweld is nog verergerd, elke dag verliezen we van onze beste mensen.” In sommige gevallen moeten ambulances gewonden oppikken zonder verpleegkundigen in de wagen, zegt Najji. “Er zijn simpelweg niet genoeg gezondheidswerkers meer. Degenen die in het ziekenhuis achterblijven, zijn druk doende uit te zoeken hoe ze patiënten kunnen behandelen in geïmproviseerde operatiezalen”, voegt hij eraan toe.32

Een tekort aan dokters en verpleegkundigen is er ook in Basra. Volgens een medische verantwoordelijke, Hassan Abdullah, zijn er geen betrouwbare statistieken over het aantal artsen, tandartsen, apothekers en verpleegkundigen dat de streek heeft verlaten, maar niet-officiële bronnen geven een cijfer van minstens 200 tussen januari en juli 2006.33 Sommigen proberen een veiligere job te versieren elders in Irak. Rezan Sayda, van het ministerie van Volksgezondheid van Kurdistan’s regionale regering, zei in december 2006 dat haar ministerie zo’n 600 dokters tewerkstelde die de minder veilige gebieden van het land waren ontvlucht, en dat er nog eens 320 op een wachtlijst stonden.34

Het gebrek aan medisch personeel heeft zware gevolgen voor de gezondheid van de patiënten. In de British Medical Journal schreven Dr. Bassim Al-Sheibani en twee collega’s van de faculteit geneeskunde van Diwaniyah dat “de medische staf toegeeft dat meer dan de helft van de overlijdens had kunnen vermeden worden als er goed opgeleide en ervaren personeel was geweest”.35  

Heropbouw van de medische infrastructuur: een complete mislukking 

Vier jaar nadat de VS ten oorlog trokken tegen Irak, is de gezondheidszorg van dat land nog steeds een puinhoop. De meeste ziekenhuizen hebben een tekort aan het meest elementaire materiaal, tientallen kliniekjes blijven half afgewerkt, en kostbare hoog-technologische uitrusting ligt te roesten in pakhuizen. Sinds 2003 hebben de VS wel 1 miljard dollar geïnvesteerd in de gezondheidszorg, maar daarmee zijn geen nieuwe hospitalen en maar een handvol kliniekjes gebouwd.36  

Volgens Amar Al-Saffar, die in het ministerie van Volksgezondheid verantwoordelijk is voor de wederopbouw, is in Irak geen enkel ziekenhuis meer gebouwd sinds in Bagdad het Al-Khadimiyah Hospitaal zijn deuren opende. Dat was in 1986.37  Begin 2006 kwam een project voor de bouw van 142 eerstelijnsgezondheidscentra, een project van 200 miljoen dollar, zonder geld te zitten. Slechts twintig centra geraakten afgewerkt, een resultaat dat de Wereldgezondheidsorganisatie shockerend noemde.38

In een vernietigend rapport heeft CorpWatch scherpe kritiek voor de door de VS uitgevoerde heropbouw van Irak’s medische infrastructuur. VS-bedrijven als Parsons Global, Abt Associates en Bechtel deden niet veel meer dan poen pakken en… de biezen pakken.39  Die bedrijven hadden enorme contracten in de wacht gesleept voor de wederopbouw: 70 miljoen dollar voor Parsons, 43 miljoen voor Abt en 50 miljoen voor Bechtel. Daarbij werden ervaren VN-instellingen als Unicef en de Wereldgezondheidsorganisatie aan de kant geschoven.

In april 2006 besloot het ingenieurscorps van het VS-leger, dat verantwoordelijk was voor de bouw van 150 eerstelijnscentra, om de constructie van 130 ervan stop te zetten. Het project was toegewezen aan Parsons Global. Op het moment dat het leger het contract van Parsons opzegde, waren er amper zes kliniekjes klaar. Intussen waren al wel 150 sets medische uitrusting voor de centra besteld en gestockeerd in Abu Ghraib. 130 van die dure sets zijn dus bestemd voor kliniekjes die nooit zullen bestaan. Maar geen erg, want het blijkt nu dat 46% van die paketten onvolledig, beschadigd, slecht of helemaal niet gelabeld zijn…

Abt Associates was contracteerd om de bestaande Irakese ziekenhuizen te herstellen, maar daar kwam niet veel van in huis. Het bedrijf gaf de job door aan lokale onderaannemers, die onervaren en corrupt bleken te zijn. Toen in 2004 de veiligheidssituatie in Irak verslechterde, verliet het personeel van Abt het land. Maar niet nadat al 20,7 miljoen dollar van de Amerikaanse belastingbetalers naar de zakken van Abt was gevloeid, via USAID.

De bouw van een hypermodern kinderziekenhuis in Basra, een prestigeproject van VS-presidentsvrouw Laura Bush, verging het niet veel beter. Het ziekenhuis, waarvan de bouw was toegewezen aan Bechtel, was voorzien om 94 bedden te tellen, privé-suites voor kankerpatiëntjes, CAT scanners en ander hoog-technologisch materiaal voor de bestrijding van kanker bij kinderen, in een regio die hard was getroffen door verarmd uranium na de eerste Golfoorlog. Het prijskaartje van het hospitaal steeg van 50 tot 170 miljoen dollar, maar in juli 2006 werd Bechtel gevraagd om zich van het project terug te trekken, omwille van veiligheidsproblemen. Het gebouw blijft intussen ongebruikt in de steigers staan…

Vier jaar na datum is het duidelijker dan ooit dat de VS-oorlog en -bezetting van Irak een enorme catastrofe voor de volksgezondheid hebben veroorzaakt. De trend van een verder verslechterende gezondheidstoestand keren, kan alleen maar als er een einde komt aan de bezetting.



1. Los Angeles Times, 15 November 2006.
2. UNICEF, The State of the World’s Children, 2007.
3. Los Angeles Times, 15 November 2006.
4. http://siteresources.worldbank.org/IRFFI/Resources/ExSumLivingStandardIraq3.pdf
5. Los Angeles Times, 15 November 2006.
6. IRIN [UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs], 28 January 2007.
7. IDEM, 5 Maart 2007.
8. MEDACT, Iraq Health Update, Maart 2006.
9. IRIN, 31 Januari 2007.
10. WILSON (David) , The Collapse of Iraq’s Health Care System,  October 14-15, 2006.
11. The Independent, 20 Januari 2007.
12. IPS, [Inter Press Service News Agency] , 26 November 2006.
13. Los Angeles Times, 15 November 2006.
14. IRIN, 9 Juli 2006.
15. IDEM, 13 februari  2007.
16. IPS, 14 December 2006.
17. The Washington Post, 30 August 2006.
18. Los Angeles Times, 15 November 2006.
19. IRIN, 9 Juli 2006.
20. IPS, 14 December 2006.
21. IRIN, 28 Januari 2007.
22. Telefonisch onderhoud met de auteur, 27 februari 2006.
23. Ibidem.
24. SALAM (Ismaël), Talafar Hospital Equipments smashed by angry armed gunmen, in Health Now Website, 22 juni 2006.
25. San Francisco Chronicle, 30 September 2006.
26. IRIN, 7 November 2006.
27. UN Assistance Mission for Iraq (UNAMI), Human Rights Report : 1 November-31 December 2006.
28. The Independent, 20 oktober 2006.
29. The Times, 20 oktober 2006.
30. UN Assistance Mission for Iraq (UNAMI), op. cit.
31. Mailcommunicatie van de auteur met Dr. Salam Ismael, 26 februari 2007.
32. IRIN, 7 november 2006.
33. IRIN, 9 juli 2006.
34. IPS, 6 december 2006.
35. British Medical Journal, 20 oktober 2006.
36. Los Angeles Times, 15 november 2006.
37. The Times, 21 oktober 2006.
38. The Independent, 20 oktober 2006.
39. CHATTERJEE (Pratap), High-Tech Healthcare in Iraq, Minus the Healthcare, in website van Corpwatch, 8 januari 2007.

Deel dit artikel