NGO'S stellen ' Evaluatie 4 jaar terugkeerwoningen' voor

rapport vluchtelingenwerk'Investeer in dit succesvol beleid'


Negen organisaties publiceren een tweede evaluatie van de open terugkeerwoningen.
Vandaag is het exact vier jaar geleden dat toenmalig minister van Asiel en Migratie Annemie Turtelboom een eind maakte aan de opsluiting van kinderen. En koos voor open terugkeerwoningen als alternatief.


Sindsdien werden 385 gezinnen met in totaal 694 kinderen, die aan de grens werden tegengehouden of België moesten verlaten, ondergebracht in open woonunits. Daar krijgen ze een begeleiding op maat. 13% werd erkend als vluchteling, 47% keerde terug. Maar liefst 75% van de opgevangen gezinnen dook niet onder.

Begeleiding in open terugkeerwoningen is even effectief maar minder traumatiserend voor kinderen, dan opsluiting in gesloten centra. Wij moedigen de regering aan verder te investeren in terugkeerwoningen in plaats van gesloten centra voor gezinnen te bouwen.

 

Coaches

In de terugkeerwoningen worden gezinnen begeleid door 'coaches'. De afgelopen vier jaar leverden deze coaches goed werk met beperkte middelen. Zij helpen gezinnen bij het rouwproces van een terugkeerprocedure en bieden begeleiding op maat.

In de kleinschalige woningen leeft het gezin autonoom, blijft de ouderrol intact en wordt psychologische schade vermeden die kinderen in een gesloten centrum ondervinden. Deze begeleidingsprocedure is ook duurzamer dan een terugkeer met meer dwangmiddelen.

 

 

Open woonunits

De open woonunits zijn een succes. Drie kwart van de gezinnen blijven tijdens hun verblijf in de woonunit in contact met de coaches. Ongeveer 65% bereikt een uitkomst (terugkeer of verblijfsstatuut). Bijna even effectief als gesloten centra dus, maar wel zonder  traumatiserende opsluiting.

Het onderduikpercentage blijft de afgelopen vier jaar stabiel rond 25%. Dat betekent dat maar liefst 75% beslist niet onder te duiken. De overheid moet grondig evalueren waarom een gezin wel besluit onder te duiken, zodat de begeleiders daar beter op kunnen inspelen.

Staatssecretaris Maggie De Block noemt de woonunits een 'aanvaardbaar alternatief voor de organisatie van de terugkeer van gezinnen en voor de opvang van gezinnen aan de grens'. Het is dan ook vreemd dat de regering familie-units plant in het gesloten centrum van Steenokkerzeel. De regering zou beter investeren in alternatieven.



De organisaties moedigen de regering sterk aan te blijven investeren in terugkeerwoningen en het beleid te verbeteren:


    • De overbelasting van de coaches is een knelpunt. Daarom is er nood aan nieuwe woningen en bijkomend personeel.

    • Asielzoekende gezinnen aan de grens vormen de grootste groep. Als asielzoekers horen zij thuis in de reguliere opvang van Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, niet in terugkeerwoningen.

Ook de Vlaamse Kinderrechtencommissaris en de Délégué général aux droits de l'enfant ondersteunen het rapport: 'Het is belangrijk dat de ngo's de precaire situatie van kinderen op de vlucht volgen. We volgen de aanbevelingen uit het rapport. Investeren in terugkeerwoningen is nodig. Kinderen opsluiten druist in tegen het Kinderrechtenverdrag.'
 

Perscontacten:
Eef Heylighen (NL): Vluchtelingenwerk Vlaanderen - 0473/88 65 97
Katja Fournier (FR): Platform Kinderen Op De Vlucht - 0479/83 53 68




Cijfergegevens oktober 2008 tot oktober 2012:


Van 1 oktober 2008 tot 1 oktober 2012 verbleven 385 gezinnen, waaronder 694 minderjarigen, in de woonunits. 374 gezinnen verlieten de woonunits:

  • 174 gezinnen keerden terug (46,5%). Hiervan kozen 35 gezinnen voor een vrijwillige terugkeer (al dan niet met begeleiding van IOM).

  • 94 gezinnen doken onder (25%). De meeste ontsnappingen gebeurden in Dublin-dossiers (verwijdering naar andere Europese lidstaat), de minste bij asielzoekers aan de grens. Bijna de helft van alle ontsnappingen gebeurden in de eerste vijf dagen na de aankomst in de woonunit. Nog eens een grote groep ontsnapping gebeurt in de dagen net voor de geplande terugkeer.

  • 106 gezinnen werden om diverse redenen door de Dienst Vreemdelingenzaken vrijgesteld (28,5%). Hiervan werden 49 gezinnen (13% van het totaal) vrijgesteld omwille van een erkenning als vluchteling of de toekenning van de subsidiaire bescherming (oorlogsvluchtelingen). daarnaast werden ook enkele gezinnen vrijgesteld omwille van een regularisatie.

  • Uit deze percentages maken we op dat 75% van alle gezinnen niet onderduikt en dus in contact blijft met de coach in de woonunit. Ongeveer 65% bereikt een uitkomst (terugkeer of verblijfsstatuut, namelijk een erkenning als vluchteling of een regularisatie).

  • De gemiddelde verblijfsduur bedraagt 23,3 dagen. Irak, Afghanistan, Rusland, Servië en Kosovo staan in de top 5 van de herkomstlanden. 70% van de gezinnen uit Irak en Afghanistan zijn asielzoekers aan de grens.

  • In 2011 waren 60% van de gezinnen asielzoeker aan de grens of andere grensdossiers (82 gezinnen, waarvan er 13 onderdoken), 26% van de gezinnen waren gezinnen zonder wettig verblijf op het grondgebied (36 gezinnen, waarvan er 13 onderdoken) en 14% doorliep een Dublin-procedure, dat is een verwijdering naar de Europese lidstaat waar de asielzoeker eerst aankwam (19 gezinnen, waarvan er 9 onderdoken).

  • De laatste vier jaar waren 48,5% van de gezinnen asielzoeker aan de grens of andere grensdossiers, 30,5% van de gezinnen waren gezinnen zonder wettig verblijf op het grondgebied en 11% doorliep een Dublin-procedure.

  • Alleenstaande moeders met kind(eren) maakten in 2011 43% uit van het totaal aantal gezinnen, in 2012 56%.
Vluchtelingenwerk DOOR:

Deel dit artikel