Nieuw klimaatverdrag wordt krachttoer

cop-lima-2014

In december komen 195 landen en de Europese Unie bijeen in Lima voor de cruciale Klimaatconferentie COP20. In Lima moet het eerste volledige concept van een nieuw klimaatverdrag geproduceerd worden, dat volgend jaar in Parijs moet worden goedgekeurd.



Overeenstemming bereiken over het verdrag is zoiets als een boek schrijven met 196 auteurs. Na vijf jaar van onderhandelingen is er alleen een grote lijn van overeenstemming. En een ruw concept van een aantal 'hoofdstukken'. De deadline komt intussen met rasse schreden nabij: het nieuwe klimaatverdrag dat de wereldwijde temperatuurstijging onder de 2 graden Celsius moet houden, moet volgend jaar december in Parijs ondertekend worden.

"In Lima moet enorm veel werk verzet worden", zegt Erika Rosenthal, advocaat bij Earthjustice, een organisatie die zich bezighoudt met milieuwetgeving. Rosenthal is ook adviseur van de voorzitter van de Alliantie van Kleine Eilandstaten (Aosis). "Na Lima is er nog maar weinig tijd en het mag niet mislukken in Parijs. In Parijs kan de wereld een cruciaal besluit nemen en inzetten op de voordelen van een schone, CO2-vrije economie."

Gletsjers

Of Lima een succes wordt, zal deels afhangen van de Peruaanse minister van Milieu, Manuel Pulgar-Vidal. Als voorzitter van de klimaatconferentie zullen zijn vastberadenheid en energie beslissend zijn, denken de meeste waarnemers. Klimaatverandering is een belangrijk onderwerp in Peru. Lima en veel andere delen van het land zijn afhankelijk van water van de Andes-gletsjers. Uit studies blijkt dat die in dertig jaar tijd 30 tot 50 procent van hun ijs zijn verloren. Veel gletsjers zullen binnenkort verdwijnen.

Pulgar-Vidal heeft gezegd te verwachten dat in Lima een concept-akkoord wordt bereikt, hoewel dat akkoord wellicht niet alle hoofdstukken zal bevatten. Het volledige concept moet er liggen voor mei 2015, om voldoende tijd te hebben voor de eindonderhandelingen.

Het toekomstige klimaatakkoord, dat de omvang van een boek kan krijgen, rust op drie pijlers: verzachting van de impact van de klimaatverandering, aanpassing en klimaatschade. De emissiereductie valt onder de eerste pijler en is verdeeld in vermindering van de uitstoot voor en na 2020. Beide secties zijn onderwerp van discussie, als het gaat om de vraag hoeveel uitstoot ieder land kan verminderen en wanneer.

De klimaatwetenschap is er duidelijk over dat de CO2-uitstoot voor 2020 teruggedrongen moet worden. Anders is wordt het extreem kostbaar en ingewikkeld om een temperatuurstijging van 2 graden te voorkomen. In 2014 zal de emissie waarschijnlijk echter een hoogtepunt bereiken van 40 miljard ton, vergeleken met 32 miljard ton in 2010. Dit jaar zal naar verwachting ook het warmste jaar ooit gemeten worden.

Gebrek aan ambitie

In 2009, tijdens de conferentie COP15 in Kopenhagen, spraken rijke landen af de uitstoot voor 2020 te verminderen. Die afspraken zijn echter onvoldoende en geen enkel land heeft sindsdien ambitieuzere doelen gesteld. Sommige landen, zoals Japan, Australië en Canada hebben zelfs afstand genomen van hun verplichtingen.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon hield op 24 september met 125 staatshoofden een conferentie in de hoop dat zij grotere reductiedoelstellingen zouden omarmen. In plaats daarvan deden rijke landen zoals de Verenigde Staten algemene beloften om meer te doen, terwijl honderdduizenden mensen in de hele wereld de straat opgingen om hun leiders aan te moedigen actie te ondernemen.

Het gebrek aan ambitie bleek duidelijk tijdens de klimaatbijeenkomst in Bonn in oktober, waar ontwikkelingslanden bij de rijke landen aandrongen op grotere uitstootreductie voor 2020. De Alliantie van Kleine Eilandstaten (Aosis) stelde daar echter ook een aanvullende benadering voor, namelijk het verminderen van de uitstoot door kennis, technologie en beleidsmechanismen te delen.

Rosenthal hoopt dat dit praktische en bruikbare voorstel een formeel onderdeel wordt van een nieuwe klimaatakkoord. "In Bonn zijn goede discussies gevoerd over hernieuwbare energie en beleid om de uitstoot te verminderen", zegt ook Enrique Maurtua Konstantinidis, internationaal beleidsadviseur bij CAN-Latin America, een netwerk van niet-gouvernementele organisaties (ngo's).

"Rijke landen moeten nieuwe reductiebeloften doen in Lima", zegt Konstantinidis. Dat moet ook gaan over de periode na 2020. Het Europese doel om voor 2030 tenminste 40 procent minder CO2 uit te stoten is niet genoeg. Opkomende landen zoals China, Brazilië, India en andere moeten hun uitstoot ook aanzienlijk verminderen. Het langetermijndoel is immers het uitfaseren van het gebruik van fossiele brandstoffen in 2050, om zo de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graden."

Klimaatschade

De pijler klimaataanpassing gaat voornamelijk over financiën en overdracht van technologie om arme landen te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering. Daarvoor is het Green Climate Fund opgezet, maar dat is nog niet operationeel. "Landen moeten nieuwe financiële verplichtingen aangaan in Lima. Dat geldt ook voor opkomende landen zoals China en Brazilië", zegt Konstantinidis.

Over de derde pijler, milieuschade, werd pas aan het einde van COP19, vorig jaar in Warschau, overeenstemming bereikt. Deze pijler moet arme landen helpen met de huidige en toekomstige economische en niet-economische schade van de klimaatverandering om te gaan. Dit onderdeel is het minst ontwikkeld en zal pas na de deadline van Parijs afgerond worden.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel