Nieuwe militaire operatie zaait terreur in Oost-Congo

Hilde Deman van Broederlijk Delen/Pax Christi Vlaanderen en Donatella Rostagno (Eurac) waren op dienstreis in Oost-Congo. De militaire operaties tegen de Rwandese Huturebellen van het FDLR eisen er een onaanvaardbare tol onder de burgerbevolking. Voor de krant De Morgen schreven ze een opiniebijdrage.

De gezamenlijke Rwandees-Congolese operaie tegen het FDLR begin 2009, Kimya I (“kalmte, rust” inVoor de krant De Morgen schreven ze een opiniebijdrage.ala), werd warm onthaald door het Westen. Volgens EU Commissaris Louis Michel was dit het begin van een oplossing voor de jarenlange conflicten in Congo. De samenwerking tussen de Rwandese en Congolese leiders is inderdaad een absolute voorwaarde om tot duurzame vrede te komen, maar deze samenwerking moet verder gaan dan puur militair machtsvertoon.

Enkele maanden na afloop van deze operatie stellen we vast dat er weliswaar zwaar schade is toegebracht aan de bastions van het FDLR in Noord-Kivu, maar dat ze verre van uitgeschakeld zijn. De rebellen nemen nu wraak op de bevolking in Noord-Kivu, die ze beschuldigden van collaboratie met het Rwandese en Congolese leger. Human Rights Watch berichtte vorige week over dorpen die werden uitgebrand in de streek rond Lubero, waarbij kinderen levend werden verbrand. Sinds januari 2009 zijn meer dan 150 burgers vermoord en zijn er 250.000 ontheemden bij gekomen. Sinds de start van Kimya I ging ook het aantal brutale verkrachtingen weer de hoogte in, zowel door FDLR, regeringssoldaten als andere milities. Door de gezamenlijke operatie werd ook een grote concentratie FDLR richting Zuid-Kivu geduwd.

Bovendien verloopt de integratie van de ex-rebellen van het CNDP (wiens vroegere leider Nkunda nog steeds onder huisarrest staat in Rwanda) in het Congolese leger niet van een leien dakje: er zijn signalen dat ze zich in grote getallen terugtrekken in de bossen van Noord-Kivu en zich klaarmaken voor nieuwe gevechten.

Wegens de beperkte resultaten van Kimya I startte de Congolese regering nu een tweede operatie in Noord-Kivu. Vanaf morgen breidt deze operatie zich uit naar Zuid-Kivu. Volgens de bevolking moet er een oplossing komen voor het FDLR-fenomeen, maar tegelijkertijd vrezen ze dat een nieuwe militaire operatie hun leed alleen zal verergeren. Niet ten onrechte. Ter voorbereiding van Kimya II worden 8000 extra soldaten van het nationale leger FARDC richting Zuid-Kivu gestuurd. Daar waar ze ingezet worden bericht de bevolking over plunderingen, verkrachtingen en moorden. De bevolking slaat nu al op de vlucht om te vermijden tussen FARDC en FDLR terecht te komen. Vele gezinnen slaan zo voor de zoveelste maal in enkele maanden tijd op de vlucht.

De internationale gemeenschap liet zich in dit hele gebeuren helemaal aan de kant schuiven. Het FARDC geeft weinig informatie vrij over Kimya II, wat Monuc’s voornaamste taak – de bescherming van de burgerbevolking – ernstig bemoeilijkt. De kans is groot dat Monuc en de humanitaire organisaties de komende weken vele nieuwe burgerslachtoffers zullen moeten bijstaan maar beiden zeggen nu al overbelast te zijn. Monuc wacht overigens nog steeds op de vorig jaar beloofde 3000 extra manschappen.

Maar of dat een groot verschil zal maken is nog maar de vraag. Zolang er binnen het FARDC geen orde op zaken wordt gesteld, blijven ze één van de grootste bedreigingen voor de bevolking. Dit zorgt er ook voor dat vele rebellengroepen voorlopig weigeren over te gaan tot ontwapening, ondanks in maart ondertekende akkoorden met de Congolese regering. Ze willen hun veiligheid en die van de etnische groep die ze verdedigen niet op het spel zetten. Het ontwapenings- en demobilisatieproces in het kader van het vredesprogramma Amani zit daardoor muurvast.

Kimya I bracht dus allerminst rust voor de bevolking in Oost-Congo en het ziet er niet naar uit dat Kimya II dit wel zal doen. Het is onrealistisch te denken dat het FDLR op puur militaire wijze volledig kan uitgeschakeld worden. Bovendien zijn de risico’s van dit soort operaties voor de bevolking te groot. De internationale gemeenschap moet bij de Congolese en Rwandese regering aandringen op een onderhandelde oplossing, die zal moeten lopen via moeizame politieke onderhandelingen. De hervorming van het leger verdient absolute prioriteit. België en de EU bieden hier al een belangrijke bijdrage toe maar de inspanningen moeten opgevoerd worden. Op zeer korte termijn moet er bij het FARDC worden aangedrongen op absolute garanties dat ze de burgerbevolking niet verder in gevaar brengt tijdens Kimya II.

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel