Nobelprijs 2008: Martti Ahtisaari. Terecht?

"De Nobelprijs voor de Vrede 2008 gaat naar de Fin Martti Ahtisaari voor zijn belangrijke inspanningen om internationale conflicten te helpen oplossen over verschillende continenten en over een tijdsspanne van meer dan 30 jaar." Zo staat het op de website van het Nobelprijscomité. Maar zijn rol in het Kosovo-conflict is toch problematisch en doet vragen rijzen over de toekenning van deze nobelprijs.

Hij was 1994 tot 2000 president van Finland. Hij bemiddelde onder meer in Noord-Ierland, voor de onafhankelijkheid van Namibië, voor een akkoord tussen de Indonesische centrale regering en de rebellen van Aceh. Hij was ook speciaal VN-gezant voor het Kosovo-dossier.

Wie een gewapend conflict op een politieke, onderhandelde manier probeert op te lossen, doet een fundamentele bijdrage tot vredevolle conflicthantering. Wie daarbij een oplossing kan helpen bewerkstelligen waarin de verschillende conflictpartijen een uitweg zien, en perspectief voor een nieuwe manier van samenleven, dient volop de vrede. Dat heeft Martti Ahtisaari in een aantal dossiers kunnen doen.

In 1989 leidde hij in Namibië een VN-vredesmacht waarbij hij vanwege de dreiging van de SWAPO (South West Africa People's Organisation) zich genoodzaakt zag Zuid-Afrikaanse (van het apartheidsregime) troepen binnen te halen teneinde de toestand in evenwicht te brengen. Uiteindelijk wist hij het voor elkaar te krijgen dat eind 1989 Namibië zijn eerste vrije verkiezingen mocht houden waarvoor hij als dank ereburger van Namibië werd.

Na de Golfoorlog tegen Irak van 1991 behoorde hij tot het gematigde kamp in de VN, wat hem niet in dank werd afgenomen door Washington.

In Noord-Ierland hielp hij in 2000 om de ontwapening van de conflictpartijen te realiseren.

Hij was ook betrokken bij het akkoord tussen de GAM (beweging voor een vrij Aceh) en de Indonesische regering dat midden 2005 in Helsinki werd afgesloten, en waarbij overeengekomen werd dat eigen politieke partijen konden worden opgericht in Aceh.

Maar zijn voorstel om Kosovo een 'onafhankelijkheid-onder-toezicht' te verlenen, was toch wel problematisch én in strijd met het internationaal recht. De realisatie van zijn voorstel heeft een belangrijk principe op de helling gezet: territoriale integriteit van erkende landen respecteren (erkenning door het VN-lidmaatschap, maar ook essentieel element in het Helsinki-akkoord van 1975 voor de oprichting van KVSE, nu OVSE)

ziehier wat Vrede hierover eerder dit jaar schreven

(...)In maart 2006 startten de onderhandelingen over het toekomstig statuut van Kosovo. Beide partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar. Pristina neemt alleen genoegen met een onmiddellijke onafhankelijkheid, Belgrado is bereid om Kosovo een grote autonomie te verlenen echter binnen het respect voor de Servische territoriale grenzen. De onderhandelingen bleven zonder resultaat. De VN had een speciale vertegenwoordiger aangesteld om het proces te begeleiden, de Fin Martti Athisaari, die nog in 1999 met de toenmalige Joegoslavische president Milosevic had onderhandeld over het einde van de bombardementen en resolutie 1244. Athisaari stelde in zijn rapport aan de Veiligheidsraad in maart 2007 voor om Kosovo een “onafhankelijkheid-onder-toezicht” te bieden, een stelling die hij ook al had gelanceerd voor de start van de onderhandelingen.

Volgens zijn plan zou Kosovo alles hebben van een onafhankelijke staat, maar zou wel onder bezetting van NAVO-troepen blijven, die ook het nieuwe Kosovaarse leger zouden opleiden. UNMIK zou vervangen worden door een EU-administratie, die functies van 'omkadering, bewaking en raadgeving' voor civiele en politionele zaken op zich zou nemen.

Tussen mei en juni 2007 werden zes ontwerp-resoluties over het plan Athisaari in de Veiligheidsraad tegengehouden door Rusland. Moskou verdedigt het principe dat een oplossing door beide partijen moet worden aanvaard, en wil niet dat Belgrado iets op eenzijdige wijze wordt opgedrongen. Bovendien meent Moskou dat er geen enkele reden kan zijn dat deze aanpak van het Kosovo-vraagstuk niet als precedent zou dienen voor bijvoorbeeld de zogenaamde 'bevroren conflicten' van de ex-USSR waar verschillende pro-Russische entiteiten eveneens kandidaat zijn voor onafhankelijkheid."

Ondertussen weten we allemaal wat dit laatste concreet betekent nu Rusland de de-facto-zelfstandige provincies van Georgië, Zuid-Ossetië en Abchazië, als onafhankelijke staten heeft erkend.

Met andere woorden, het besluit dat Ahtisaari trok uit zijn bemiddelingspogingen met Servië en de Kosovaren kan moeilijk als een mijlpaal in de vredesgeschiedenis worden gezien, maar is louter een aanvaarding van de militaire machtsverhoudingen die in dat dossier hebben gespeeld. Dit voorstel maakt van hem een partijdige medestander van de westerse machtspolitiek, niet bepaald een Nobelprijs voor de Vrede waard.

Georges Spriet

Vrede DOOR:

Deel dit artikel