Nog geen effen pad naar de klimaattop in Polen

Nog geen effen pad naar de klimaattop in Polen

De eerste twee weken van mei vonden de jaarlijkse tussentijdse klimaatonderhandelingen plaats in Bonn. Deze discussies moeten het pad effenen voor de klimaattop in Polen eind dit jaar (COP24). Daar staat veel op het spel. In Polen zal blijken hoe ernstig de wereldleiders het Akkoord van Parijs nemen.

Handboek voor de toekomst

In Polen moeten de wereldleiders het handboek dat nodig is voor de inwerkingtreding van het akkoord (Paris Rulebook) afkloppen. Het handboek moet ervoor zorgen dat het akkoord juist wordt uitgevoerd. Het bevat onder meer de afspraken over internationale klimaatfinanciering, of, met andere woorden, de financiële steun die historische vervuilers geven aan ontwikkelingslanden. Het handboek moet ook duidelijkheid scheppen over de definitie van die steun en over rapporteringsverplichtingen, en zo de garantie bieden dat de beloofde steun er daadwerkelijk komt. Dit is een discussie die telkens leidt tot een tweespalt tussen ontwikkelingslanden en rijke landen.

De onderhandelingen over het handboek waren grotendeels constructief, maar verliepen te traag. Eén alomvattende tekst kwam er niet. Bovendien werd bevestigd wat tijdens de vorige klimaattop al gefluisterd werd: om het werk af te krijgen, zal een extra sessie onderhandelingen nodig zijn. Deze is al vastgelegd en zal meteen na de zomer doorgaan in Bangkok, van 3 tot 7 september.

Is het menens met de 1,5°C-doelstelling?

Daarnaast staat in Polen een dialoog over de collectieve inspanningen voor de langetermijndoelstellingen op de agenda. Waar zijn we en waar willen we heen? Dat zijn 2 van de 3 vragen die alle landen in de loop van dit jaar bespreken in de zogenaamde 'Talanoa dialoog' over ambitie, met als hoogtepunt de klimaattop in Polen.

De dialoog is de voorbije weken opgestart. Het belang ervan is niet te onderschatten. Waar we staan, weten we eigenlijk al: de nationale plannen die landen opgesteld hebben, zijn niet voldoende om de doelstellingen van Parijs te behalen.

We weten ook al waar we naartoe willen op lange termijn. In Parijs spraken de landen af om extra inspanningen te leveren om zo de opwarming te beperken tot 1,5°C. Dit is een doelstelling die veel politieke wil vraagt, maar cruciaal is voor de globale welvaart en duurzame ontwikkeling. Nu, bij 1°C opwarming, zien we al een sterke toename van onder meer natuurrampen die voornamelijk de meest kwetsbare en armste bevolkingsgroepen treffen. De verdere uitdieping van deze eerste twee vragen staat vooral ten dienste van de derde en belangrijkste vraag.

Hoe geraken we daar?

De discussie gaat dus vooral over de vraag hoe we deze doelstelling zullen realiseren. Dit kan enkel door een politiek akkoord dat bepaalt dat alle landen tegen 2020 nieuwe en strengere nationale plannen op tafel moeten leggen. Een belangrijke wetenschappelijke studie over de 1,5°C-doelstelling die dit najaar uitkomt, moet deze plannen versterken. Voor het eerst worden scenario's, impacts en koolstofbudgetten berekend.

Onder meer Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg kwamen al samen om de kwestie te bespreken

Ook Europa moet zijn plan bijstellen. Dit gebeurde nog niet sinds het Akkoord van Parijs en de doelstellingen voor 2030 zijn onvoldoende. De EU kan een sterke impuls geven aan de dialoog over globale ambitie door zo snel mogelijk een signaal te geven dat ze daartoe bereid is. Onze buurlanden beseffen dat al. Onder meer Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg kwamen al samen om die kwestie te bespreken. België toont tot op heden geen blijk van interesse en hinkt dus achterop.

Financiering is de sleutel

De afgelopen weken bleek weer eens dat financiering zowel het grootste breekpunt voor als de sleutel tot vooruitgang vormt. Landen met een grote historische verantwoordelijkheid voor het klimaatprobleem, zoals België, moeten volgens de internationale afspraken klimaatsteun voorzien aan ontwikkelingslanden. Conflicterende ideeën over wat die steun dan precies inhoudt, zowel qua vorm als hoeveelheid, beheersen al jaren de klimaattoppen. Rijke landen zien deze financiering nog te weinig als een noodzakelijke bijdrage aan globale ambitie en aanpassing aan de klimaatverandering. Er is dringend nood aan een signaal dat de beloofde steun volgt en dat ze voldoende zal zijn. Een signaal dat ontwikkelingslanden in staat stelt om echt te beginnen plannen en bij te dragen aan de globale afspraken. Vooruitgang op dat vlak, voor en tijdens de klimaattop in Polen, zal een wereld van verschil maken.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels