Noodwoningen belanden bij Haïtianen die ze niet nodig hebben

Na de aardbeving van 2010 zijn heel wat Haïtiaanse noodwoningen in handen gekomen van mensen die ze niet nodig hebben. Dat blijkt uit een steekproef van Haiti Grassroots Watch (HGW) in de buurt van de kuststad Léogâne. Veel woningen staan leeg, sommige zijn zelfs te huur.

Onderzoeksjournalisten van Haiti Grassroots Watch (HGW) deden twee maanden onderzoek in Fond d'Oies en Cormiers, twee gehuchten van Léogâne. Ze stelden vast dat 34 van de 84 families die er noodwoningen gekregen hadden van de Britse organisatie Tearfund, er nog altijd niet in wonen. Elf families hebben zelfs woningen van twee verschillende humanitaire organisaties gekregen.

De 34 noodwoningen hebben volgens Tearfund elk 2300 euro gekost. Ze staan nu leeg. Sommige worden zelfs te huur aangeboden. Dat betekent dat minstens 78.000 euro verloren gaat terwijl tientallen families in de buurt nog altijd in tenten of geïmproviseerde hutten wonen.

Hout, doek en plastic

Rosemie Durandisse is razend. De vijftigjarige vrouw woonde voor de aardbeving van 12 januari 2010 met haar man en zes kinderen in een betonnen huis met vier kamers. Nu moeten ze het stellen met een hut van hout, doek en plastic. "Ik moet een huis vinden, want de stortregens maken het hier ellendig om te leven."

De christelijke organisatie Tearfund (The Evangelical Alliance Relief Fund), die in vijftig landen actief is, arriveerde na de aardbeving in deze berggehuchten tussen Léogâne en Jacmel. Ze bouwden er 249 noodwoningen.

"De huizen voldoen aan de normen", zegt Kristie van de Wetering, directeur van het aardbevingsprogramma van Tearfund. "En een van de zaken die we gedaan hebben, is extra geld zoeken zodat we de begunstigden en de gemeenschap in het project konden betrekken."

De huizen zijn 18 vierkante meter groot, tellen twee kamers, en zijn gemaakt van multiplexhout op een cementen fundering met een dak van tin. De laatste twee jaar hebben humanitaire organisaties ongeveer 110.000 van dit soort noodwoningen gebouwd in de zones die door de aardbeving getroffen zijn.

Niet voor gewone huurders

Op de markt van Tombe Gâteau, op de weg naar Jacmel, staan twee noodwoningen op hetzelfde stuk grond. Het ene is gebouwd door BRAC, een organisatie uit Bangladesh, het andere door Tearfund. Iedereen in de buurt zegt dat ze aan dezelfde persoon, Cevemoir Charles, toebehoren. "Te huur" staat op een bord bij het BRAC-huis. Wanneer Cevemoir daarover wordt aangesproken, loopt hij kwaad weg: "Die huizen zijn niet van mij. Ze zijn van mijn vrouw."

Zijn geval niet uniek. Résilia Pierre, een moeder met drie kinderen, leeft met haar man en twee andere mensen in een van de twee noodwoningen die ze gekregen heeft van BRAC. Voor het andere zoekt ze een huurder. "Ik woon in deze noodwoning en de andere staat leeg", geeft ze toe. "Af en toe maak ik er wat schoon."

Autoriteiten machteloos

Tearfund ontkent dat mensen twee noodwoningen kunnen krijgen. "Als iemand een noodwoning van een andere ngo gekregen heeft, dan houden we daar rekening mee", zegt Booz Serhum, de plaatselijke Tearfund-verantwoordelijke.

Toch stelde Haiti Grassroots Watch alleen al in de twee onderzochte gehuchten meer dan tien gevallen van dubbel begunstigden vast, en nog andere gevallen van mensen die een noodwoning gekregen hebben zonder dat ze er een nodig hadden.

De journalisten stelden vast dat er een gebrek aan coördinatie was, dat het distributiesysteem zwakke punten vertoonde en dat er op de koop toe gelogen werd en vergissingen werden begaan.

Plaatselijke ambtenaren erkennen de problemen. "Slachtoffers klagen dat mensen die geen noodwoningen nodig hebben er toch krijgen, terwijl anderen die kwetsbaarder zijn en er wel een nodig hebben, niets krijgen", zegt Laurore Joseph Jorés, lid van de administratieve raad van Cormiers.

Innocent Adam, coördinator van de administratieve raad van Fond d'Oies, is het eens met zijn collega maar voegt eraan toe dat de plaatselijke autoriteiten machteloos staan. "We kunnen niets doen. Wij zijn niet verantwoordelijk. Onze taak was alleen om toe te zien op zaken die met grondeigendom te maken hadden."



BRON:
IPS

Deel dit artikel