Onderzoek en ontwikkeling: hoe de nomaden laten beslissen?


Door een nieuw partnerschap tussen een NGO, de nomaden gemeenschappen en een onderzoeksinstituut hopen Dierenartsen zonder Grenzen en het International Livestock Research Institute (ILRI) de reeds gekende Livestock Farmer Field School methodologie ter beschikking te stellen van de nomaden in Soedan en Kenya. 

Wat zijn de nodige ingredienten voor een effectieve samenwerking? Behalve dat er natuurlijk twee of meer partners nodig zijn - die trouwens  erg verschillend kunnen zijn - hangt het succes van een goede samenwerking af van de mate waarin de sterktes van elke partner beter gevaloriseerd kunnen worden. Uitgaande van deze sterktes is de doelstelling van het nieuwe partnerschap tussen ILRI en Dierenartsen Zonder Grenzen om onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van dierlijke gezondheid en dierlijke produktie effectief met elkaar te verbinden.  ILRI, het International Livestock Research Institute, heeft een internationaal mandaat waarbinnen echter duidelijke parallellen te vinden zijn met de missie van DZG, een belgische NGO actief op het gebied van veeteelt in West, Central en Oost Afrika.

Binnen ILRI werd in afgelopen jaren het concept van de Farmer Field Schools (FFS) uitgewerkt en dit was de aanzet om een samenwerking met DZG op te starten. Hierdoor zal geprobeerd worden de FFS bij andere gemeenschappen van veehouders te introduceren, meer bepaald de nomaden in Zuid Soedan en Noord Kenia.

Een methode aanpassen

In gebieden waar “mixed-farming” wordt gepractiseerd zoals bijvoorbeeld de hoger gelegen gebieden in Kenya,  heeft de “Farmer Field School” aanpak al duidelijk vruchten afgeworpen voor de kleine melkveehouders. Het concept van de FFS verspeidt zich steeds verder en regelmatig komen uit alle hoeken van de wereld aanvragen voor ondersteuning binnen. Maar wat is de kans op succes met deze aanpak eigenlijk binnen de leefwereld van de  nomaden? De uitdagingen om met deze bevolkinggroep te werken zijn erg specifiek. Doordat de nomaden constant rondtrekken kunnen ze minder weerstand bieden aan plotselinge veranderingen in hun directe omgeving, en doordat ze in benadeelde en erg afgelegen gebieden wonen zijn de meeste van deze mensen niet alleen heel erg arm maar ook ongeletterd. Het FFS concept van “aldoende leert men” baseert zich op praktische oefening maar ook op het grondig beoordelen en onderling bespreken van behaalde resultaten. Nota’s maken en deze voorstellen aan de andere nomaden zal zeker een uitdaging zijn alhoewel niet onmogelijk, zelfs voor deelnemers die kunnen lezen noch schrijven. Zolang het basisprincipes bewaard blijven waardoor de boeren empowered worden door het  aldoende leren, zal dit een nieuwe instrument kunnen worden dat andere organisaties en instituten kunnen toepassen.

De sleutel tot werken met nomaden ligt hier in het opleiden van zogenaamde Community Animal Health Workers (CAHWs) tot facilitator. CAHWs zijn veehouders die geselecteerd en opgeleid zijn om in hun gemeenschappen in te staan voor de diergeneeskundige diensten alsook de toevoer van diergeneeskundige medicijnen. Gedurende een recente evaluatie werd echter vastgesteld dat de impact van deze CAHWs vaak nogal beperkt blijft en werd aanbevolen dat deze CAHWs ook zouden instaan voor de vulgarisatie rond dierlijke productie. Door de CAHW op te leiden als facilitatoren van de FFS aanpak zullen zij niet enkel medicijnen verkopen en toedienen, maar ook de mensen in hun gemeenschap helpen om de nodige relevante informatie te verkrijgen.

Voor de FFS methode gericht op de nomaden zal eenzelfde soort aanpak worden ontwikkeld als voor de andere reeds bestaande FFS: de veehouders zullen aangemoedigd worden om bestaande technieken aan te passen en nieuwe ideeën uit te proberen. Deze nieuwe ideeën zullen ontwikkeld worden door de interactie tussen veehouders, onderzoekers en in dit geval CAHWs. Nieuwe leer en communicatieinstrumenten zullen nodig zijn en de aanpak zal worden aangepast maar dit is juist de basis van de interesse vanuit de kant van een onderzoeks instituut: ‘Zou het lukken?’ en ‘Hoe zal het werken?’ En als het werkt hoe kunnen dezelfde principes kunnen worden aangepast voor arme en ongeletterde boeren?’

Het uiteindelijke doel is dat ook de vaak vergeten bevolkingsgroepen zoals de nomaden, nieuwe veeteelt technieken kunnen uitproberen zodat onaangepaste toepassingen geen kans krijgen. Een vernieuwend partnerschap zal de band tussen de begunstigden, ontwikkelingsorganisaties en onderzoekers duidelijk kunnen versterken.

Meer informatie op:
New agriculturalist

Deel dit artikel