Ons economisch model loopt dood

De voorbije maanden woedde in verscheidene landen al een debat over het boek Dead Aid van Dambisa Moyo. Ze kreeg bijval, maar ook heel wat kritiek. Los van alle tekortkomingen van Dead Aid, is de vraag naar de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp wel een essentiële. De vraag "hoe kan het anders en beter", is een vraag die iedereen zich moet stellen. Of men het nu eens is met Moyo of niet, je kan er niet om heen dat teveel ontwikkelingsgeld te weinig effect bereikte of - erger nog - verlammend heeft gewerkt.

Is de ontwikkelingshulp die onze regeringen en internationale instellingen al die jaren verstrekten dan in zijn geheel een mislukking? Mislukkingen zijn er zeker. Maar aan de andere kant zijn er ook voorbeelden waar massale economische hulp op korte termijn wel structurele ontwikkeling bracht. Bijvoorbeeld Zuid-Korea, Taiwan en de EU met het Marshallplan. Wat kunnen we daaruit leren? Ontwikkelingsgeld was in deze gevallen effectief, mede door het wederzijds belang dat er bestond tussen donor en ontvanger, waardoor de investeringen ook hand in hand gingen met een klare politieke strategie. In deze gevallen hadden de "gevende" partijen er namelijk alle belang bij om in deze regio's democratieën met een sterke economie te ontwikkelen, als tegengewicht voor de dreiging van de USSR. Mislukken was geen optie.

Om de kans op succes van hulp te verhogen, gaan we dus ook vandaag best op zoek naar zo'n gedeeld belang dat iedereen bij de les houdt. Vandaag zit dat wederzijds belang in het bestrijden van de klimaatcrisis en de duurzaamheidscrisis. Want niet alleen hulp loopt soms dood. Ons economisch model, gebaseerd op groei die schaarse grondstoffen verslindt en steeds meer broeikasgassen uitstoot, loopt ook dood. Zowel de ontwikkelingslanden als de geïndustrialiseerde landen kunnen op deze manier niet verder ontwikkelen. De planeet kan het simpelweg niet aan. Dat perspectief, dat besef komt helaas niet voor in het boek van Moyo.

Ontwikkelingssamenwerking moet zich daarom vandaag engageren in de wereldwijde transitie naar een duurzame economie. Een economie waarvan de vooruitgang de kansen van toekomstige generaties niet onomkeerbaar belast. Alle initiatieven die genomen worden door ngo's, maar ook door bedrijven en overheden dienen gericht te zijn op deze verschuiving.

De problemen van honger, armoede en klimaatopwarming zijn met elkaar verbonden. Als Vredeseilanden inkomen uit duurzame landbouw centraal plaatst in haar missie, is dat niet alleen omdat het de efficiëntste manier is om mensen uit de armoede te werken en honger te bestrijden. We weten ook dat de landbouwsector voor 25% van de uitstoot van broeikasgassen verantwoordelijk is. Een oplossing voor het klimaatprobleem is dus niet mogelijk zonder dat boeren wereldwijd nieuwe technieken en werkwijzen vinden om te produceren en producten op de markt te brengen.

Investeringen in infrastructuur, instellingen en nieuwe kennis zijn cruciaal om die transitie waar te maken. "Money for nothing", zoals Dambisa Moyo veel ontwikkelingshulp benoemt, kunnen we ons niet permiteren. We hebben resultaten nodig, want onze eigen soort is in het gedrang. Maar misschien moeten we het geen ontwikkelingshulp meer noemen, omdat het woord alleen al achterhaalde associaties zal blijven oproepen. Ons maakt het niet uit. Zolang het maar werkt, zolang er maar iets gebeurt. Want heel veel tijd rest ons niet.

Dit is een samenvatting van een langere analyse die terug te vinden is op:
http://www.vredeseilanden.be/dambisa-moyo-doodlopende-hulp.html

Deel dit artikel