Ontwikkeling in Palestina: mogelijk zonder politiek proces?

Ontwikkeling kan niet tot stand komen zonder een duurzaam politiek proces. Toch is dat nu net datgene waar de Europese Unie in Palestina niet in slaagde. Sinds 1993 besteedde de internationale gemeenschap in het kader van het vredesproces meer dan 12 miljard $ hulp aan de Palestijnse gebieden. Het probleem is echter dat het vredesproces niet uitmondde in een onafhankelijke Palestijnse staat, naast Israël. De werkgroep Palestina-Israël van CIDSE, het internationale netwerk van Broederlijk Delen, is actief in de regio via partners op het terrein en beleidsbeïnvloeding in het Noorden. Samen met onze partners streven wij naar ontwikkeling in de Palestijnse gebieden. In onze visie moeten de donoren, en in het bijzonder de EU als grootste donor van de Palestijnen, een coherente ontwikkelingsstrategie uittekenen die overeenstemt met hun doelstellingen in de regio. Om de dialoog hierover te stimuleren, en concrete beleidsaanbevelingen te doen, organiseren we een expertenseminarie over de Europese hulp aan de Palestijnse gebieden. Het doel is de hulp meer in overeenstemming te brengen met een duurzaam politiek proces en met het internationaal recht.

De laatste jaren groeide de kloof tussen het declaratieve en het operationele beleid van de Europese Unie.  Europa engageerde zich voor de tweestatenoplossing en de promotie van het respect voor mensenrechten en het internationaal recht. Het streeft deze doelstellingen echter niet op coherente wijze na in zijn relaties met Israël enerzijds en met de Palestijnen anderzijds. Wij verwelkomen de enorme diplomatieke en financiële inspanningen die de EU sinds het begin van het vredesproces leverde. Het is geen eenvoudige taak om meer invloed te krijgen op het vredesproces in het Midden-Oosten. Ons doel is echter om de kloof tussen het declaratieve en het operationele beleid te dichten. Op die manier willen we de Europese samenwerking in projecten die indruisen tegen het internationaal recht en het Gemeenschapsrecht voorkomen. Dit seminarie is één van de manieren om het debat over een meer effectieve rol van Europa te stimuleren.

Met onze partners in Israël en de bezette Palestijnse gebieden geloven wij dat het onmogelijk is de humanitaire situatie te verbeteren en de hulpafhankelijkheid van de Palestijnen te keren indien er geen einde komt aan Israëls illegale bezettingsmaatregelen. Zonder een politieke dimensie kan hulp niet tot duurzame verandering leiden. In de context van het Israëlisch-Palestijnse conflict en de steun aan de tweestatenoplossing, was Palestijnse staatsopbouw de voornaamste drijfveer voor de internationale hulpverlening. Als grootste donor van de pas opgerichte Palestijnse Autoriteit streefde de EU naar een ‘overgangsscenario’. Daarbij zou de PA haar gezag vestigen, een administratie opbouwen, publieke diensten verstrekken en zo haar legitimiteit opbouwen. Om zichzelf niet te marginaliseren in het vredesproces, heeft de Europese Unie echter onvoldoende aandacht gevestigd op de gevolgen van Israëls misbruik van zijn effectieve controle over de Palestijnse gebieden. Na een periode van brutaal en openlijk geweld tussen de verschillende Palestijnse partijen, zitten we vandaag in een situatie waar de Palestijnse Autoriteit slechts in staat is om (gedeeltelijke) controle uit te oefenen over één deel van de bezette Palestijnse Gebieden. In termen van staatsopbouw kunnen we dat enkel als een mislukking bestempelen.

Sinds het begin van het vredesproces heeft de EU zich geconcentreerd op financiële en materiële middelen en menselijk en intellectueel kapitaal. De cruciale factor die ontwikkeling mogelijk maakt, werd echter over het hoofd gezien: het stopzetten van de bezettingsmaatregelen en de schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten. Europa heeft het nodige politieke potentieel om het illegale gebruik van geweld tegen burgers te ontraden en het alternatief – het respect voor het recht – te promoten. De EU liet dat echter na en deinsde terug voor een rechtenbenadering. Daarmee droeg ze bij tot de on-ontwikkeling van de Palestijnse economie en maatschappij. 

Als ontwikkelingsorganisaties die al decennia actief zijn op het terrein, zien wij dat als één van de grootste tekortkomingen van de internationale hulp. De EU slaagde er niet in een coherente strategie te ontwikkelen om Israëls schendingen van het internationaal humanitair recht tegen te gaan. De Unie ging ervan uit dat als Israël zijn effectieve controle over de Palestijnse gebieden wou behouden, het dat op termijn op een legale manier zou doen, en zijn verplichtingen zou nakomen. De Europese inspanningen waren bijgevolg gebaseerd op veronderstellingen die niet strookten met de realiteit. Het scenario van staatsopbouw ging ervan uit dat Israël zijn verplichtingen als bezettende macht naleefde. Wanneer de EU vaststelde dat dit niet zo was, verkoos ze toch vast te houden aan haar veronderstellingen. In onze visie heeft de hulp niet bijgedragen aan de doelstelling van staatsopbouw. In plaats daarvan namen de donoren ongewild de verantwoordelijkheid voor de Palestijnse bevolking van Israël over.

Ten tweede heeft de EU geen maatregelen ondernomen om te vermijden dat de systematische schendingen van het internationaal humanitair recht juridische gevolgen hebben in de bilaterale relaties met Israël. Deze juridische gevolgen manifesteren zich op verschillende niveaus: de preferentiële invoer en douanetarieven voor producten van de nederzettingen, de deelname van instellingen uit de nederzettingen aan Europese onderzoeksprogramma’s en de samenwerking met firma’s in de nederzettingen bij de levering van Europese hulp. De EU heeft de verplichting om illegale daden niet te erkennen (duty of non-recognition). De instellingen moeten dan ook vermijden om illegale praktijken te gedogen of eraan deel te nemen. In de context van de gepriviligeerde samenwerking tussen de EU en Israël, moet de EU garanderen dat firma’s en instellingen uit de Israëlische nederzettingen geen financiële hulp of andere voordelen krijgen.

Tot slot, menen we dat donoren onvoldoende rekening hielden met de impact van de hulp op het conflict. Hulp wordt gezien als een manier om vrede te bewerkstellingen. Maar om het vredesproces niet te schaden, lieten donoren heel snel de rechtenbenadering varen. Zo zagen ze ervan af om hulp te koppelen aan het respect voor het recht. Ze konden geen positieve invloed op Israël uitoefenen en richtten zich vooral op het verlichten van de gevolgen van Israëls beleid. Hulp aan de Palestijnse gebieden heeft de tendens van on-ontwikkeling (de-development) niet gestopt. Wij menen evenwel dat de rechtenbenadering strookt met de Europese doelstellingen. De EU moet investeren in een politieke strategie die de destructieve dynamiek op het terrein omkeert. Het conflict zal niet stopen zolang de uitbreiding van de nederzettingen, de economische stagnatie, de humanitaire crisis en het zwakke Palestijnse bestuur doorgaan. Zonder een duurzaam politiek proces kan hulp niet veel veranderen.

Deel dit artikel