Ontwikkelingslanden hebben het meeste te verliezen in Parijs

Ontwikkelingslanden hebben het meeste te verliezen in Parijs

In aanloop van de klimaattop in Parijs brengt 11.11.11 een dossier uit met focus op de ontwikkelingslanden. Inwoners van ontwikkelingslanden zijn de grootste slachtoffers van de klimaatverandering, toch dreigt er met hen in Parijs te weinig rekening gehouden te worden.

Vooral de internationale klimaatfinanciering – geld dat beloofd is aan ontwikkelingslanden om zich te verdedigen en aan te passen aan de klimaatverandering – is een pijnpunt. Vanaf 2020 moet het internationaal engagement om 100 miljard dollar per jaar te besteden aan klimaatfinanciering waargemaakt worden. Dit element van de onderhandelingen is cruciaal om tot een universeel akkoord te komen.

In 2030 lopen – bij ongewijzigd beleid - 632.000 mensen het risico te sterven aan de gevolgen van de klimaatverandering: 150.000 door diarree, 380.000 door honger, 95.000 door ziektes en nog eens 7.000 door milieurampen.

Tot 98% van de klimaatslachtoffers valt vandaag in ontwikkelingslanden. De opwarming, zo is bekend, heeft desastreuse gevolgen voor ontwikkelingslanden. Omdat deze landen 'slecht' gelegen zijn, maar ook omdat ze over te weinig middelen beschikken om zichzelf te wapenen en te beschermen. Gevolgen bovendien, waar deze landen nauwelijks verantwoordelijk voor gesteld kunnen worden. Het zijn de allerarmsten, ook in ontwikkelingslanden, die steeds het eerste slachtoffer zijn.

Niet alleen worden ontwikkelingslanden het zwaarst getroffen door klimaatverandering, ze hebben ook de minste middelen om er mee om te gaan. 11.11.11 wijst er in het dossier aan de hand van drie pijlers op dat dit een fundamentele onrechtvaardigheid is die dient rechtgezet voor, in én na Parijs.

Klimaatfinanciering van ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden is een van deze pijlers en zal essentieel zijn om tot een écht mondiaal akkoord te komen. De ontwikkelde landen beloofden vanaf 2020 met 100 miljard dollar over de brug te komen, maar bieden tot op vandaag geen enkele zekerheid dat dit bedrag behaald zal worden. Hoewel de jaarlijkse klimaatfinanciering volgens de OESO momenteel 57 miljard dollar per jaar bedraagt, blijkt dat slecht 13 miljard dollar ervan uit giften bestaat. Giften die broodnodig zijn voor de minst ontwikkelde landen. Ook van een groeipad is vandaag te weinig sprake.

17%

Niet alleen is er een financieringstekort, er zijn ook dubbeltellingen. Een recent rapport van de OESO doet een poging om in kaart te brengen hoeveel geld er naar klimaatverandering in ontwikkelingslanden gaat. Een stijging, aldus de OESO, maar de organisatie vergeet er bij te vertellen dat slechts een minderheid van de getelde bedragen effectief gebruikt wordt voor de aanpassing aan klimaatverandering door de meest kwetsbare landen (adaptatie). Het merendeel zijn projecten die uitstoot verminderen (mitigatie). Bovendien telt de OESO ook bedragen mee die in geen geval als klimaatfinanciering kunnen gelden, zoals leningen.

In tegenstelling tot de internationale afspraken gebruiken verschillende landen ontwikkelingsgeld om de pot van de klimaatfinanciering te spijzen. Niet minder van 17% van het wereldwijde ontwikkelingsgeld  werd in 2013 op die manier gerecycleerd tot klimaatfinanciering. Tegen de achtergrond van wereldwijd dalende budgetten voor ontwikkelingssamenwerking betekent dit een bijkomende besparing. Dit komt de geloofwaardigheid ten aanzien van ontwikkelingslanden in geen geval ten goede.  

België

Ook België maakt zich hieraan schuldig. Van de Fast Start Financiering in de periode 2010-2012 was 95% afkomstig uit het budget ontwikkelingssamenwerking. Ook minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo beloofde eind 2014 50 miljoen voor het klimaatfonds.

Dat België nu mogelijk eind deze week nieuwe afspraken maakt over deze klimaatfinanciering stelt 11.11.11 dan ook allerminst gerust. Voor hetzelfde geld komen die engagementen opnieuw uit het budget ontwikkelingssamenwerking, terwijl daar reeds voor 1 miljard besparingen gepland zijn.

Bovendien is uit de gelekte cijfers in het deze week veelbesproken klimaatakkoord nog niet duidelijk of en hoe België van plan is een zinvol engagement te nemen.

Groot contrast met buurlanden

Voor 2015 en verder is het dus nog niet duidelijk hoeveel België gereserveerd heeft voor klimaatfinanciering. Dit staat in schril contrast met enkele buurlanden, die het belang van centen voor Parijs ondertussen wel begrepen hebben.

  • Duitsland stak in 2013 2 miljard euro in het klimaatfonds en engageert zich voor 4 miljard vanaf 2020
  • Frankrijk stort 5 miljard vanaf 2020
  • Nederland komt in 2015 met 440 miljoen over de brug en met 540 miljoen in 2016, wel allemaal uit het ontwikkelingsbudget
  • Engeland stort van 2016 tot 2021 8 miljard euro, eveneens uit het (weliswaar sterk stijgend) ontwikkelingsbudget
  • Luxemburg is het enige land met een groeipad naar 2020, zij engageren zich tot dan voor 120 miljoen euro

Voor 11.11.11 kan de onrechtvaardigheid die gepaard gaat met klimaatverandering enkel rechtgezet worden door een fundamentele koerswijziging.

Volgens berekening van 11.11.11 (op basis van de internationale afspraken) zou ons land tussen 2015-2020 200 miljoen per jaar moeten bijdragen en vanaf 2020 500 miljoen. Grote bedragen, maar zeer vergelijkbaar met de buurlanden én haalbaar, zoals blijkt uit het dossier. "België moet zo snel mogelijk zijn engagementen bekend maken. Een aanzienlijk deel van de inkomsten uit emissierechten hiervoor reserveren geeft de beste garantie voor duurzaamheid en de noodzakelijke additionaliteit (bovenop OS)."

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels