Oorlog in Libanon: gepland maar volstrekt zinloos

In zijn analyse komt het APP tot de conclusie dat niet alleen de strijdende partijen bewust de burgerbevolking in het conflict betrokken hebben, maar ook dat deze oorlog niet gerechtvaardigd was.  De enige adequate reactie op het geweld van niet-statelijke groeperingen is een reactie die gebaseerd is op het internationaal recht en die de goedkeuring van de VN wegdraagt. De VN resolutie 1701 heeft een einde aan het geweld gemaakt, maar toch valt het te betwijfelen of de resolutie bijdraagt tot de regio kan stabiliseren.


1 Een geplande maar volstrekt zinloze oorlog

De onmiddellijke aanleiding voor Israëls oorlog tegen Libanon was de grensaanval van Hezbollah op 12 juli 2006. Hierbij namen Hezbollahstrijders 2 Israëlische soldaten gevangen en doodden ze er 3. Bij een daaropvolgende Israëlische operatie op Libanees grondgebied kwamen nog eens vijf soldaten om. Israël startte diezelfde dag met zware bombardementen op de luchthaven, de grote wegen en tientallen andere, voornamelijk civiele, doelwitten. Hezbollah reageerde hierop met raketaanvallen tegen Israëlische steden.

Het duurde 34 dagen voor de Verenigde Naties een wapenstilstand konden bereiken. De Verenigde Staten en Israël verzetten zich immers tegen een wapenstilstand zolang Hezbollah niet ontwapend was, conform resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad. Wat ze echter bewust over het hoofd zagen, is dat diezelfde resolutie Libanons soevereiniteit wil garanderen en dat Israëls militaire inval in Zuid-Libanon hier tevens een inbreuk op was. Tragischer is echter dat de VN er niet in slaagden om de massale vernieling van Zuid-Libanon tegen te gaan en burgers te beschermen tegen het geweld van beide partijen. De balans van de oorlog is triest: bijna 1200 Libanese burgers en meer dan 40 Israëlische burgers werden gedood.  Beide partijen maakten zich schuldig aan schendingen van het oorlogsrecht door burgers doelbewust aan te vallen. Israël dropte in de laatste 72 uur van het conflict zelfs 90% van zijn clusterbommen. Hierdoor veranderde Zuid-Libanon in een mijnenveld.

Deze oorlog was niet gerechtvaardigd, ook al heeft Israël het recht zich te verdedigen tegen vijandelijke aanvallen. Zoals verschillende Israëlische politici en militaire bronnen bevestigen, gebruikte Israël de grensaanval van Hezbollah als een voorwendsel om een reeds maandenlang geplande oorlog uit te voeren. Er hadden zich immers reeds gelijkaardige incidenten voorgedaan, waarop Israël niet reageerde. Volgens Hezbollahleider Nasrallah was het doel van de aanval niet  een oorlog te ontketenen, maar een gevangenenruil te bekomen. Hij verklaarde dat hij de operatie had afgeblazen mocht hij geweten hebben dat Israël een oorlog zou  starten

Ook al trok Israël zich in 2000 terug uit Libanon, toch bleven de spanningen tussen Israël en Hezbollah de afgelopen jaren onverminderd aanhouden. Israël schond volgens UNIFIL-rapporten wekelijks het Libanese luchtruim en voerde militaire operaties uit en ook Hezbollah voerde aanvallen uit tegen het Israëlische leger. Beide partijen voeren argumenten aan voor hun acties. Israël wil Hezbollah, net zoals Hamas, zien verdwijnen en schuwt hiervoor geen militaire middelen. Met zijn militaire operaties in een buurland schendt Israël de soevereiniteit van Libanon. Volgens Hezbollah is de bezetting van Libanon nog niet beëindigd omdat Israël nog steeds de ‘Shebafarms ’ bezet. Maar beide partijen moeten zich houden aan de IVde Conventie van Genève, die doelgerichte militaire acties tegen burgers verbiedt.  

De spanningen tussen Israël en Hezbollah waren voordien echter geen reden voor Israël om Libanon op grootschalige manier aan te vallen. De Amerikaans geleide oorlog tegen het terrorisme en het plan van de Bushadministratie voor een nieuw Midden-Oosten, stimuleerde Israël om op een militaire manier komaf te maken met zijn islamistische tegenstanders: Hamas en Hezbollah. De Verenigde Staten werkten samen met Israël, om zo Syrië, en vooral Iran te verzwakken. Deze landen hebben dan ook hun steun aan Hezbollah en Hamas aanzienlijk vergroot. De oorlog tegen Libanon heeft de negatieve dynamieken in de regio verder versterkt. Iran stelt zich meer dan ooit onverzoenlijk op tegenover Israël en dreigde ook voet bij stuk te houden in zijn weigering om het programma verrijking van uranium stop te zetten.

Zowel Israël als de Verenigde Staten weigeren lessen te trekken uit de desastreuze gevolgen van de zogenaamde  ‘oorlog tegen het terrorisme’. 11 september maakte nog maar eens pijnlijk duidelijk dat elke staat blootstaat aan geweld door niet-statelijke actoren.  Deze actoren zijn niet kwetsbaar voor traditionele tegenaanvallen zoals staten dat zijn. Bovendien verschuilen ze zich vaak achter staten of worden ze er door gesteund. Dit is ook het geval in Libanon, waar de populariteit van Hezbollah enkel aan kracht gewonnen heeft. Het was de Libanese staat die de prijs voor de oorlog betaalde. Net als in Afghanistan vormde de oorlog in Libanon niet alleen een vergrijp tegen het internationaal recht, maar ging ze ook gepaard met onnoemelijk veel menselijk leed met bovendien een contraproductief resultaat.

Het is onbetwistbaar dat de huidige oorlog tegen de terreur buitenstatelijke actoren juist meer aanzet tot gewelddadige acties . Bovendien komt veel van het geweld voort uit het niet of niet correct aanpakken van politieke en maatschappelijke problemen. Een eerste adequaat antwoord is de voedingsbodem van het geweld wegnemen. Zo kunnen de gebeurtenissen in Libanon bijvoorbeeld niet losgezien worden van de bezetting van de Golanhoogte, de Shebafarms en de Palestijnse gebieden. In elk geval dient een reactie op het geweld van niet-statelijke groeperingen gebaseerd te zijn op het Handvest van de Verenigde Naties en moet het de goedkeuring wegdragen van de VN. Als staten zich buiten de internationale rechtsorde begeven, dan gaan ze die nog verder verzwakken.

Deze oorlog bevestigde nogmaals dat militaire macht tegen een kleine maar zeer gemotiveerde en ideologische tegenstander, het slechtst mogelijke antwoord is. De aanvallen van Hezbollah legden een fundamentele zwakheid van Israël bloot. Israël slaagde er niet in om zijn burgers te beschermen tegen de raketten van Hezbollah en bracht niet meer maar minder veiligheid teweeg voor zijn burgers. Tot hiertoe richtte Hezbollah haar aanvallen niet tegen Israëlische burgers maar tegen soldaten. Deze zomer brak het met deze traditie en vuurde het duizenden raketten af op het Noorden van Israël, zij het als reactie op de Israëlische bombardementen op Libanese burgerdoelen.

De door de VN uitgewerkte wapenstilstand maakte een einde aan het geweld tussen Israël en Hezbollah. Dit is een stap in de goede richting, maar toch valt het te betwijfelen of resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad de regio kan stabiliseren. Door de tegenstand van de Verenigde Staten en Israël, is de resolutie een vage tekst geworden waarbij Israël grotendeels wordt ontzien. Bovendien pakt de resolutie een  aantal fundamentele problemen niet aan. Israël schond reeds het bestand meermaals en eigent zich dit recht toe, zolang Hezbollah niet ontwapent. Het gevaar bestaat erin dat Israël opnieuw militaire acties onderneemt als het Libanees leger er, met de steun van UNIFIL, er niet in slaagt om Hezbollah te ontwapenen. De resolutie is zo vaag geformuleerd dat Israël argumenteert dat het dit recht heeft.

De resolutie voorziet een versterking van de plaatselijke VN-missie, UNIFIL, tot 15.000 soldaten. Dat zij enkel aan de Libanese kant van de grens worden ontplooid, zet kwaad bloed bij de bevolking in Libanon. Het is weinig geloofwaardig om te eisen dat Hezbollah de VN-resoluties moet respecteren, als Israël ongestraft het internationaal recht naast zich mag neerleggen. De VN moeten van deze gelegenheid gebruik maken om te eisen dat Israël zich terugtrekt uit alle gebieden die het bezet: de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Gazastrook en tevens de Golanhoogte en de Shebafarms. Ook andere problemen moeten nog worden aangepakt, zoals de kwestie van de politieke en militaire gevangenen.

Israël maakte inmiddels  gebruik van de oorlog in Libanon om zijn militaire operatie in de Gazastrook te verstevigen. Op 28 juni lanceerde het Israëlische leger ‘Operatie Zomerregen’, nadat Palestijnse militanten  twee Israëlische soldaten doodden en één gevangennamen. In juli en augustus doodde het leger bijna 250 Palestijnen, de meerderheid burgers. Zoals Israëlisch journalist Gideon Levy schrijft, is de Gazastrook één grote gevangenis. Israël bombardeerde de elektriciteitscentrale en bijgevolg zit meer dan de helft van de bevolking er, voor nog minstens de komende zes maanden, zonder stroom. Daarnaast is er ook een nijpend tekort aan water en wordt de dreiging van een humanitaire crisis steeds groter. De grensovergangsposten zijn bijna altijd gesloten en de bevolking zit opgesloten. Bovendien wachten meer dan 15.000 Palestijnen al twee maanden aan de Egyptische kant van de grens om Gaza terug binnen te gaan. De humanitaire crisis wordt nog vergroot door het financiële embargo van de belangrijkste donoren en Israël tegen de Palestijnse Autoriteit.


2 Wat moet er gebeuren?

• Eerst en vooral moet er een VN-onderzoekscommissie komen die de schendingen van het oorlogsrecht door beide partijen documenteert. Zowel Israël als Hezbollah beging schendingen van het internationaal humanitair recht met hun doelbewuste aanvallen tegen burgers.
• Israël moet de bezetting van de Palestijnse gebieden en de Golanhoogte (inclusief de Shebafarms) opgeven, conform onder meer resolutie 242 VN-Veiligheidsraad. De VN moeten het respect voor het recht van beide partijen afdwingen.
• Hezbollah moet zich ontwapenen, conform resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad. Het Libanese leger moet terug het staatsmonopolie verkrijgen op normale militaire verdedigingstaken onder democratische controle
• De EU moet haar eigen gedragscode op de wapenhandel naleven en een wapenembargo tegen Israël instellen.  
• De oorlog tegen Libanon belichtte nogmaals de noodzaak van een algemene oplossing voor de regio, en hiervoor is een VN-conferentie voor het Midden-Oosten nodig. Het is de taak van de VN om alle betrokken partijen samen te brengen aan de onderhandelingstafel.
• De EU verbond zich ertoe om het respect voor het internationaal recht te versterken in haar akkoorden met derde landen. Daarom mag Europa niet langer toezien hoe de internationale rechtsorde ondermijnd wordt door de ‘oorlog tegen het terrorisme’. Ze moet een kritischer en onafhankelijker beleid voeren in het Midden-Oosten, gestoeld op het internationaal recht
• De EU moet Israël onder druk zetten om geen militaire maar politieke oplossingen te zoeken. De eerste stap hierbij is een dialoog met Hamas en Hezbollah. De EU moet diplomatieke initiatieven ontplooien die zorgen voor een rechtvaardige oplossing. Cruciaal  hierbij is dat alle partijen elkaars bestaansrecht erkennen én het geweld tegen burgers afzweren.
• De EU moet zo snel mogelijk de steun aan de Palestijnse Autoriteit hervatten om het scenario van een volledige ineenstorting te vermijden.
• De EU moet het initiatief nemen om van het Midden-Oosten een regio vrij van nucleaire wapens te maken.


 

Deel dit artikel