Op zoek naar exit-strategie uit Irak

President George Bush blijkt volgens opiniepeilingen één van de minst populaire Amerikaanse presidenten ooit. De reden: de oorlog in Irak. Niet alleen het steeds verder oplopende aantal Amerikaanse slachtoffers wekt tegenstand, maar ook het feit dat Bush en zijn Britse bondgenoot Tony Blair volop hebben gelogen om de oorlog te kunnen beginnen. Geen wonder dus dat er al geruime tijd naar een exit-strategie wordt gezocht.

Officieel houden Bush, zijn vice-president Dick Cheney en zijn minister van Defensie Donald Rumsfeld nog altijd vol dat er geen sprake kan zijn van terugtrekking uit Irak zolang de oorlog niet is gewonnen en de Irakese regering niet in staat is zichzelf te verdedigen. Ze zijn zelfs een paar keer fel in de tegenaanval gegaan tegen de Democraten. En die moeten zeker niet fier zijn. Ze stonden achter de beslissing Irak binnen te vallen en het is pas sedert de publieke opinie begon af te haken, dat ze openlijk vragen begonnen te stellen.

Maar volgend jaar zijn er de tweejaarlijkse verkiezingen voor het Amerikaanse Congres, waarbij de Democraten hopen te profiteren van het gebrek aan populariteit van de president. Bush van zijn kant moet proberen gezichtsverlies en de schade zoveel mogelijk te beperken. Een schade die nog opliep toen het Pentagon moest toegeven dat het fosforbommen had gebruikt in de slag om Fallujah vorig jaar – een verboden wapen onder Protocol III van de Conventie over Conventionele Wapens van 1980. En het gebruik van "verboden wapens" door Saddam Hoessein was juist één van de redenen die werden ingeroepen om hem de oorlog te verklaren…

Wegens de toenemende druk op de regeringen van Bush en Blair is er is al geruime tijd sprake van een beperkte terugtrekking van troepen in Washington en ook in Londen. Het zal dus geen verwondering wekken dat het Witte Huis aankondigde dat het aantal Amerikaanse militairen in Irak van 160.000 tot 138.000 zal worden verminderd. Daar het woord "aftocht" taboe blijft, wordt de vermindering voorgesteld als een "normalisering". Het zou gaan om het vertrek van 23.000 extra manschappen die naar Irak werden gestuurd in het vooruitzicht van het referendum van 15 oktober over een nieuwe grondwet en van de verkiezingen van 15 december, die in principe een eerste "echt" parlement zouden moeten opleveren.

Zowel in de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden volgden de voorbije weken de initiatieven tegen Bush elkaar op, waar ook de Republikeinen van Bush zich soms kunnen in vinden. Zo maande de Senaat op 15 november Bush aan een plan voor het te leggen over de uitvoering van de missie in Irak. De motie daaromtrent werd met 98 ten 0 stemmen goedgekeurd. De Republikeinen verdedigden hun steun voor de motie met het argument dat daardoor het oorspronkelijke voorstel van de Democraten – een kalender voor de terugtrekking van de troepen – van de tafel werd geveegd.

Een motie van de Democraat en Vietnam-veteraan John Murtha in het Huis van Afgevaardigden voor een onmiddellijke terugtrekking, ging ook de Democraten nog te ver. Het werd verworpen met 403 stemmen tegen, drie voor en zes onthoudingen. Maar de vraag is hoelang het Congres, en het Witte Huis, het nog zullen volhouden onder de toenemende druk van de publieke opinie. Volgens peilingen twijfelt 58% van de Amerikanen aan de eerlijkheid van Bush. Slechts 40% geeft hem nog krediet. En 57% meent dat Bush het slecht doet. Ook wordt het klimaat steeds isolationistischer. Een onderzoek van het Pew Onderzoekscentrum wees uit dat 42% van de Amerikanen van oordeel zijn dat de VS "zich met hun eigen zaken moeten bemoeien en de anderen hun plan moeten laten trekken". Dit is zelfs één procent hoger dan het recordcijfer van 41 dat werd bereikt in 1976, net na het einde van de oorlog in Vietnam.

Het zijn duidelijk slechte tijden voor de Amerikaanse neoconservatieven en christelijke fundamentalisten, die het beleid van Bush sturen en hoopten de wereld naar hun hand te zetten om aldus van de 21ste eeuw ook een "Amerikaanse eeuw" te maken. Van plannen voor verdere oorlogen tegen Syrië, Iran, Noord-Korea, Cuba, Venezuela enz. wordt tegenwoordig maar weinig meer gehoord. Het Iraakse moeras waarin de Amerikanen zijn vastgelopen, heeft er alvast voor gezorgd dat de ambities werden teruggeschroefd. Ook van de plannen voor een "Groot Midden-Oosten" van democratie en welvaart, is er nauwelijks nog sprake. Het is nu eenmaal zo dat een hele reeks totalitaire heersers in de regio (in Egypte, Saoedi-Arabië, Jordanië, de emiraten in de Golf; en in Marokko, Algerije en Tunesië elders in de Arabische wereld) tot de beste bondgenoten van Washington behoren. Hun regimes aan het wankelen brengen, zou kunnen leiden tot nieuwe antiwesterse regeringen op religieusnationalistische basis.

De Iraakse bewindslieden zelf maken het er Bush en Blair niet gemakkelijker op om een voorwendsel om te vertrekken te vinden. Het zal nog heel lang duren vooraleer ze oplossingen zullen vinden voor de grote problemen die Irak al sedert 1920 teisteren: het probleem van het samenleven van twee etnische groepen, Arabieren en Koerden, en van de aanhangers van de twee grote islamitische strekkingen, de soennieten en de sjiieten. Moet Irak al dan niet, en zo ja in welke mate, een federale staat worden? En welke rol moet de godsdienst krijgen in de staat?

De Irakezen zijn daarnaast nog onderling nog altijd fel verdeeld in facties en fracties allerhande. In Koerdistan is er sedert vorig jaar officieel weer één regering, maar in feite zijn er nog altijd twee Koerdistans: dit van Mahmoed Barzani en dit van Jalal Talabani, die tegelijkertijd ook president van heel Irak is. De soennieten zijn verdeeld tussen degenen die in het verzet tegen de bezetting zitten en dezen die bereid zijn het politieke spel mee te spelen. Even verdeeld zijn de sjiieten. De enen willen ronduit een islamitische staat naar Iraans model – in Basra bestaat die al, onder de bescherming van de Britse troepen die er dus alles behalve democratie hebben gebracht -, anderen komen op voor een wetgeving geïnspireerd op de koran.

Het resultaat van bijna 2,5 jaar Amerikaans-Britse bezetting is ronduit negatief. De schattingen van het aantal Iraakse doden loopt op tot 150.000(1). Tienduizenden zitten gevangen en worden zowel door Amerikanen als de Irakese militairen en veiligheidsdienst gefolterd en onmenselijk behandeld. Desondanks heeft het verzet nog niets aan kracht ingeboet. Zuiver water, elektriciteit en benzine zijn nog altijd niet beschikbaar voor grote delen van de bevolking. Zowat 60% van de families hangt volledig af van de maandelijkse voedselrantsoenen. De ondervoeding van de kinderen onder de vijf jaar is vorig jaar verdubbeld. De gezondheidszorg blijft ondermaats en kampt met gebrek aan geneesmiddelen en medisch materiaal.

Niet alleen de onveiligheid, maar ook de wijdverbreide corruptie staan de heropbouw van Irak in de weg. Stuart Bowen, de inspecteur-generaal van de reconstructie van Irak, leverde daarover op 30 oktober een zwaar belastend rapport af(2). Volgens hem "verdwijnt" er elk jaar voor meer dan 2 miljard dollar brandstof en werd er tussen juni 2004 en februari 2005 zowat 1,27 miljard dollar aan geheime commissies verspild in het kader van onderhandse contracten aan "bevoorrechte leveranciers". Men mag ook niet vergeten dat onder de voormalige Amerikaanse administrator Paul Bremer ruim 6 miljard dollar verdween. En dat op 10 oktober aanhoudingsmandaten werden uitgevaardigd tegen vijf voormalige ministers en tegen 22 ambtenaren van het ministerie van Defensie. Samen slaagden die erin de staat zowat een miljard dollar lichter te maken door de aankoop van minderwaardige, zoniet gewoonweg waardeloos militair materiaal. Volgens het klassement van Transparency International is Irak het meest corrupte land van het Midden-Oosten. Het ziet er naar uit dat degenen die nu aan de kas zitten, die schaamteloos plunderen om later in een gouden ballingschap te kunnen gaan leven.

Paul Vanden Bavière

Dit artikel verscheen in Uitpers, nr. 70, 7de jg., december 2005

Noten

(1) Zie hierover: Irak. De menselijke kost van de bezetting, een publicatie van intal, Vrede vzw, Brussells Tribunaal, STopUSA en 11.11.11. Voor info over de brochure, zie de rubriek Signalement van vorig nummer van Uitpers.

(2) Eric Lesser, La corruption et l’insécurité compromettent la reconstruction de l’Irak, in Le Monde van 02.11.05.

Vrede DOOR:

Deel dit artikel