Ortega wint verkiezingen in Nicaragua

Daniel OrtegaDaniel Ortega, de huidige Sandinistische president van Nicaragua, wint de verkiezingen van zondag 6 november 2011 met een score van 62.5%. De grootste tegenkandidaat, de liberale zakenman Fabio Gadea van de PLI (Partido Liberal Independiente - Onafhankelijke Liberale Partij) haalt bijna 31% van de stemmen.
De verkiezingsresultaten worden echter fel gecontesteerd door verschillende oppositiepartijen en organisaties van de civiele maatschappij.
Ook de weinige internationale organisaties die uiteindelijk toestemming kregen om de verkiezingen waar te nemen, signaleren een reeks onregelmatigheden tijdens het verkiezingsproces.

Ortega: meer van hetzelfde, maar beter?

De herverkiezing betekent een derde ambtstermijn voor de voormalige revolutionaire commandant Ortega. Na een onverwachte verkiezingsnederlaag na zijn eerste termijn (1985-1990), kon Ortega in 2007 - na drie opeenvolgende nederlagen tegen neoliberale kandidaten - zijn land opnieuw gaan leiden. Van in het begin verklaart hij dat een van zijn prioriteiten erin bestaat het socialisme terug in te voeren in Nicaragua. Hij definieert dit als een gemengde economie, die gestuurd wordt door christelijke en solidaire waarden, en waarbij de bevolking rechtstreeks inspraak krijgt in de besluitvorming. Hoewel Ortega duidelijk opkomt voor de armere lagen van de bevolking die grotendeels werden genegeerd door de vorige regeringen, behoudt hij - ondanks de retoriek waarin hij het neoliberale economische model aanklaagt - een groot deel van het wettelijke kader van het vrijemarktmodel van zijn voorgangers. De afgelopen vijf jaar worden gekenmerkt door een relatieve economische stabiliteit en groei, en een uitbreiding van sociale armoedebestrijdingsprogramma's, die vooral gefinancierd werden met uit Venezuela afkomstige fondsen.


Al vanaf zijn verkiezing in 2007 probeert Ortega zijn volgende herverkiezing veilig te stellen. Een reeks politieke afspraken ('pacten') met zijn liberale voorganger Arnoldo Alemán (Partido Liberal Constitucionalista – Constitutionele Liberale Partij) stelden hem in staat om, ondanks het feit dat zijn Sandinistische partij geen meerderheid in het parlement had, enkele grondwetswijzigingen door te voeren, waardoor de belangrijkste overheidsinstituties, zoals het hooggerechtshof en de nationale kiesraad, gepolitiseerd werden. Zo slaagde Ortega er onder andere in om het grondwettelijk verbod op een derde presidentiële ambtstermijn 'ontoepasbaar' te laten verklaren, zodat hij zich opnieuw kandidaat kon stellen voor deze presidentsverkiezingen. Hij beloofde de kiezers om tijdens zijn volgende ambtsperiode de bestaande sociale programma's verder uit te breiden, en rekent daarbij op verdere steun van zijn Venezolaanse bondgenoot Hugo Chávez.


Verkiezingen in een controversieel klimaat

Hoewel de verkiezingen plaatsvonden in een gespannen sfeer, verliep de verkiezingsdag zelf zonder gewelddadige incidenten. De fel gecontesteerde gemeentelijke verkiezingen van 2008, waarbij de Sandinisten een klinkende overwinning behaalden, maar die door de oppositie en verschillende civiele en internationale organisaties als frauduleus werden bestempeld, liggen immers nog vers in het geheugen van elke Nicaraguaan. In de aanloop naar deze presidentiële en parlementaire verkiezingen kloegen de oppositiepartijen en verschillende nationale civiele organisaties een hele resem onregelmatigheden aan. Zo is voor de oppositie de kandidatuur van Ortega illegaal, omdat hij het grondwettelijk verbod op een derde ambtstermijn aan zijn laars lapt.

Ook de zeer laattijdige en selectieve uitnodiging van internationale verkiezingswaarnemers van de Europese Unie en van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) wordt geïnterpreteerd als een strategie om een correct toezicht op het hele verkiezingsproces te verhinderen. Een heleboel nationale NGO's kregen bovendien geen toelating van de nationale kiesraad om de verkiezingen waar te nemen. Ook de partijgebonden distributie van identiteitskaarten door de Sandinistisch gestuurde kiesraad leidde tot hevige protesten bij burgers die van het proces uitgesloten werden, en dus verhinderd werden om hun stem uit te brengen.


Tijdens de verkiezingsdag zelf werden ook een reeks onregelmatigheden gesignaleerd. Dante Caputo, hoofd van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), liet tijdens een persconferentie verstaan dat zijn medewerkers de toegang werd geweigerd tot 20% van de kiesbureaus die de OAS in haar statistische steekproef opgenomen had. De waarnemers van de Europese Unie concludeerden op 8 november in hun missierapport dat de verkiezingen geleid werden door een kiesraad die 'weinig onafhankelijk en niet transparant is'. Europarlementslid Luis Yáñez, hoofd van de Europese waarnemers, uitte ook zijn bezorgdheid over de weigering om bijzitters van oppositiepartijen te accrediteren, waardoor verschillende stembureaus vrij spel kregen bij het tellen van de stemmen. Deze onregelmatigheden leidden tot een veroordeling van de resultaten door de oppositie, die de verkiezingen als frauduleus bestempelt. Fabio Gadea liet kort na de bekendmaking van de voorlopige resultaten al verstaan dat hij de verkiezingsuitslag niet erkent.


Sandinistische meerderheid in het parlement

Ortega's partij, het FSLN (Frente Sandinista de Liberación Nacional - Sandinistisch Bevrijdingsfront), behaalt met meer dan 61% van de stemmen ook een gekwalificeerde meerderheid in het parlement, waardoor de Sandinisten vanaf 2012 op eigen houtje de grondwet kunnen veranderen. Volgens de politieke analist Alejandro Serrano zal dat leiden tot een 'constitutionele dictatuur, waarbij er geen controle meer zal zijn tussen de verschillende institutionele machten'. Ook woordvoerders van de civiele maatschappij drukten hun bezorgdheid uit over de verdere machtsconcentratie bij de Sandinisten, waarbij ze vrezen dat de beperkte ruimte die de meeste civiele organisaties momenteel nu al hebben, nog verder zal inkrimpen.


Volgens de Nicaraguaanse socioloog Cirilo Otero is de grote overwinning van Ortega en de Sandinisten volledig te wijten aan 'een verdeelde en afkoopbare oppositie, die er maar niet in slaagt een gezamenlijke strategie te ontwikkelen om zich op langere termijn te organiseren'. Toch zijn niet alle tegenstanders van Ortega even negatief over de verkiezingsresultaten. Edmundo Jarquin, een dissidente Sandinist en kandidaat vice-president in alliantie met Fabio Gadea, stelt dat 'de grote verkiezingsnederlaag van Alemán (die slechts 6% van de stemmen haalde) voor goed een einde maakt aan het tijdperk van de politieke pacten tussen Ortega en de oppositie'.

Gert Van Hecken, steunpunt Broederlijk Delen in Nicaragua

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel