Panama Papers, zonder transparantieregels gaan we ons blijven stoten aan dezelfde steen

panama papers

Na Luxleaks, Swissleaks en Offshore Leaks zijn er nu ook de Panama Papers. Duizenden bedrijven en vermogende individuen maken gebruik van allerlei papieren schermvennootschappen in belastingparadijzen als Panama om hun vermogen aan het zicht van de fiscus te onttrekken. Onder hen ook meer dan 700 Belgen. Opvallend; onder hen niet alleen de usual suspects van meest vermogende zakenfamilies, maar ook vrije beroepers en zelfstandigen.

Niet alleen de economische elites uit rijke landen staan in hun hemd. De meer dan 11 miljoen gelekte documenten schetsen ook een beeld van het belang van belastingparadijzen als Panama bij het wegsluizen van geld uit ontwikkelingslanden.

Zo onthult de Afrikaanse onderzoeksjournaliste Khadija Sharife hoe de aandeelhouders van de Congolese zakenbank Rawbank over een uitgebreid netwerk schermvennootschappen beschikt in Dubai, Panama, de Britse Maagdeneilanden en Kaaimaneilanden.

Vermits de bank sterk betrokken is in de goudhandel uit DRC bestaat het risico dat het web van papieren bedrijfsconstructies illegale goudhandel mogelijk maken. Pittig detail, CEO van Rawbank is de Belg Thierry Taeymans die volgens Sharife eerder in opspraak kwam in een fraudezaak.  

Als we in de toekomst niet afhankelijk willen blijven van eerder toevalligheden zoals een lek, is een heuse transparantie-revolutie nodig. De recepten liggen klaar, het komt erop aan ze eindelijk toe te passen.

Toeval uitschakelen

Net zoals bij vorige schandalen, krijgen we deze informatie pas na een lek bij een belangrijke speler binnen de fiscale optimalisatie-industrie en hardnekkig speurwerk van een internationaal consortium van onderzoeksjournalisten. Als we in de toekomst niet  afhankelijk willen blijven van eerder toevalligheden zoals een lek, is een heuse transparantie-revolutie nodig. De recepten liggen klaar, het komt erop aan ze eindelijk toe te passen.

Er bestaan een aantal vrij eenvoudige oplossingen die het gebruik van dergelijke schimmige tussenstructuren al een pak minder aantrekkelijk maken. Die oplossingen wachten op uitvoering en daarvoor is politieke wil nodig van alle landen, ook België.

Eerst en vooral moeten regeringen werk maken van gecentraliseerde registers van zogenaamde ‘begunstigde eigenaars’ met naam en toenaam van de uiteindelijke eigenaars van allerlei tussenstructuren. Dergelijke registers moeten zowel administraties als investeerders en burgers de kans geven te weten wie uiteindelijk schuilgaat achter een bedrijf. 

Op Europees niveau is dergelijk register voorzien in het kader van de herziene anti-witwasrichtlijn. Dat initiatief verdient dus zeker internationale navolging. Ondertussen kunnen de lidstaten nog voor zichzelf beslissen of ze dat register publiek willen openstellen. Hier kan België dus een voortrekkersrol spelen door de gegevens publiek toegankelijk te maken.

Top van de ijsberg

De onthullingen over schaduwbedrijven in Panama of de Britse Maagdeneilanden waarachter bedrijven en rijke individuen hun vermogen verbergen is slechts een topje van de ijsberg. Niet alleen omdat het gaat over de gegevens van slechts één Panamees advocatenkantoor – Mossack Fonseca – maar ook en vooral omdat Panama en de Britse Maagdeneilanden geen alleenstaande gevallen zijn.

Ondanks de verklaringen van beleidsmakers zoals voormalig Frans president Nicolas Sarkozy dat ‘het tijdperk van de belastingparadijzen voorbij is’, blijft de wereld bezaaid met landen en territoria die van geheimhouding een specialiteit maken.

Dergelijke ‘secrecy jurisdictions’ omvatten heel wat Britse ‘Kroonbezittingen’ zoals Jersey of het Eiland Man naast deelstaten van de VS zoals Delaware en Nevada, Europese dwergstaten zoals Andorra of Liechtenstein en exotische eilanden genre Vanuatu of Nie.

In de Financial Secrecy Index van Tax Justice Network, waar 11.11.11 aan meewerkte, staat Panama slechts op de 13de plaats inzake geheimhouding. Het Midden-Amerikaanse land wordt voorafgegaan door minder exotische oorden als Zwitserland, de VS, Luxemburg, Duitsland en Japan.  Financiële geheimhouding is niet de uitzondering, maar de regel in het economisch bestel van vandaag.

Beleidsmakers moeten dan ook werk maken van een effectief systeem voor automatische uitwisseling van gegevens tussen alle landen.

Binnen de OESO werd een standaard ontwikkeld maar de politieke wil om ook daadwerkelijk aan die standaard te voldoen lijkt onvoldoende aanwezig. Panama weigert voorlopig nog om zich te engageren tot volledige automatische uitwisseling van gegevens. België deed dat gelukkig wel, maar kan een stapje verder zetten. Zo is er niets dat ons land belet de gegevens die het via de banken krijgt aangeleverd ook te publiceren in geaggregeerde vorm.

Vooral voor ontwikkelingslanden, die vandaag buiten het OESO-systeem voor gegevensuitwisseling worden gehouden, is dat een zeer zinvolle démarche. Het laat toe te zien hoeveel middelen elites uit de hele wereld in ons land op de rekening hebben staan. Dat soort transparantie is de eerste cruciale stap naar een meer rechtvaardige fiscaliteit waarin iedereen bijdraagt naar vermogen.

Jan Van de Poel

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels