Persbericht Vluchtelingenwerk: 'Terugkeercentra zijn contraproductief'

Intensieve terugkeerbegeleiding is effectiever en goedkoper

De regering wil een speciaal terugkeercentrum voor afgewezen asielzoekers. Zo een terugkeercentrum is contraproductief. Dat leert Vluchtelingenwerk uit ervaringen uit België en ook uit Nederland. Een continue begeleiding, door dezelfde begeleiders en in eenzelfde locatie is veel menselijker en uiteindelijk ook goedkoper voor de overheid.

De bevoegde staatssecretaris Melchior Wathelet plant een terugkeercentrum. Een open centrum, waar men gedurende 30 dagen zal proberen om de papieren van afgewezen asielzoekers in orde te brengen om hen dan terug te doen keren naar hun thuisland. Dit zal nog de enige plek zijn waar een afgewezen asielzoeker van opvang kan genieten. De andere keuze is onderduiken in de illegaliteit. Mensen die in deze periode niet vrijwillig willen vertrekken, worden naar een gesloten centrum overgebracht om hen dan gedwongen terug te sturen. "Terugkeercentra zijn contraproductief. En ook niet per se goedkoper." reageert Els Keytsman, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen op dit plan.

Positief aan het plan is dat afgewezen asielzoekers 30 dagen zullen krijgen om te werken aan een vrijwillige terugkeer. Momenteel is dat nog maar vijf dagen, een veel te korte termijn. Het geplande terugkeercentrum komt onder leiding van de Dienst Vreemdelingenzaken. "Dat wijst er op dat men in het centrum vooral een gedwongen terugkeer wil voorbereiden en niet zozeer wil werken aan een vrijwillige terugkeer." zegt Keytsman. De begeleiding naar vrijwillige terugkeer is namelijk de bevoegdheid van Fedasil, het agentschap voor de opvang van asielzoekers. "En aan het eind van de rit is het organiseren van een gedwongen terugkeer een pak duurder dan een afgewezen asielzoeker die vrijwillig terugkeert.."

Terugkeercentra zijn ook contraproductief. In België werd in 2001 gekozen voor dergelijke centra. Dat draaide uit op een mislukking: 84% van de afgewezen asielzoekers dook onder in de illegaliteit en kwam niet in die centra terecht. De terugkeercentra waren dan ook een kort leven beschoren. En veel van deze 'illegale' afgewezen asielzoekers diende in 2009 een regularisatieaanvraag in en leefde dus al die jaren ondergedoken.

Ook Nederland toont ons dat terugkeercentra niet productief zijn. Dat leerde Vluchtelingenwerk Vlaanderen tijdens een werkbezoek aan het Nederlandse terugkeercentrum in Ter Apel. In dit centrum krijgen afgewezen asielzoekers 12 weken de tijd om te werken aan een vrijwillige terugkeer. Sociale begeleiding gericht op een vrijwillige terugkeer ontbreekt volledig en men richt zich vooral op het identificeren van de persoon. De cijfers zijn er dan ook naar. In 2010 keerde slechts 29% van de bewoners terug, van wie 23% vrijwillig en de rest gedwongen. 23% van de mensen duiken onder. En bovendien stroomt 42% vanuit het centrum in Ter Apel terug naar de gewone opvang, bijvoorbeeld omdat ze een nieuwe asielaanvraag mogen indienen.

Wat werkt er wel? Terugkeerbegeleiding na een negatieve beslissing niet isoleren maar integreren in de gewone opvangstructuren. Zo kan je vanaf het moment dat iemand een asielaanvraag indient, al beginnen praten over de mogelijkheid van vrijwillige terugkeer. Met veel meer kansen tot succes en minder gedwongen uitzettingen. Er is ook geen breuk in de begeleiding, waardoor mensen minder zullen gaan onderduiken. Een continue begeleiding, door dezelfde begeleiders en in eenzelfde locatie maken de kost op menselijk en financieel vlak minder groot.

Contact voor de pers: Els Keytsman 0474 86 17 67

 


Vluchtelingenwerk DOOR:

Deel dit artikel