Presidentsverkiezingen in Afghanistan

Op 9 oktober 2004, minder dan drie jaar na het verdrijven van het Taliban-regime, konden de ‘bevrijde’ Afghanen een president kiezen uit 16 kandidaten, waaronder één vrouw en waaronder interim-president Hamid Karzai. Laatstgenoemde heeft het zoals verwacht gehaald. Het hele verkiezingsproces wordt in de Westerse media bejubeld als een triomf van de democratie in Afghanistan, maar is dat wel zo?
Democratie Het ontgaat stilaan niemand meer dat de nieuwe hobby van de Westerse wereld bestaat uit het exporteren van de ‘democratie naar Westers model’ naar economisch achtergestelde naties. Sommigen gebruiken het gebrek aan democratie als een excuus om het bewind van soevereine maar weerbarstige staten naar hun hand te zetten en er zich te kunnen mengen in de binnenlandse aangelegenheden. Een vergaand voorbeeld is de invasie van Irak door de Verenigde Staten. Anderen denken effectief dat de invoering van een Westerse democratie de eerste voorwaarde is om tot een ontwikkelingsproces te komen. Wat ook de ware beweegredenen zijn er bestaan tegenwoordig allerlei projecten die het opleggen van een democratisch politiek systeem tot doel hebben. Zonder in te gaan op de vele theoretische traktaten over ‘democratie’, kunnen we toch vaststellen dat het begrip voor interpretatie vatbaar is. Om te controleren of een land democratisch is of niet, kunnen bijvoorbeeld allerhande criteria gebruikt worden. Op nationaal niveau blijkt het criterium bij uitstek het organiseren van ‘vrije verkiezingen’ te zijn. Ondanks alle ellende in Irak, zullen de Amerikaanse activiteiten daar enkel en alleen afgerekend worden op het welslagen van de eerste democratische verkiezingen. De Amerikaanse president Bush heeft dit beoordelingscriterium zelf naar voor geschoven en de Westerse media nemen het doorgaans kritiekloos over. Dat een democratie staat of valt bij het simpele feit dat er ‘eerlijke’ verkiezingen georganiseerd worden is op zich al een zeer verengde interpretatie van wat een democratie moet inhouden. Er is trouwens helemaal geen wetmatig verband tussen het organiseren van verkiezingen en het democratisch gehalte van een land. Ook in Afghanistan werd het houden van nationale verkiezingen, als het ultieme instrument beschouwd om het land een democratisch statuut toe te kennen. Een democratisch mandaat voor de interim-president, Hamid Karzai moet legitimiteit verschaffen aan het huidige bewind en zal het internationale aanzien ervan zeker ten goede komen. De verkiezing van de VS-vertrouweling tot president levert bovendien een extra pluim op voor het buitenlands beleid van de Amerikanen. Op CNN werden de zogezegd eerste democratische verkiezingen in Afghanistan dan ook bejubeld. Afgaande op de massale opkomst voor de verkiezingen en het enthousiasme van de bevolking was het democratische experiment inderdaad een succes. De gevreesde Taliban-aanslagen bleven uit en alles verliep tamelijk vredig. De focus in de uiterst positieve internationale verslaggeving lag dan ook volop op bovenvernoemde aspecten. Op welke manier de verkiezingen werkelijk tot stand gekomen zijn en hoe democratisch ze precies verlopen zijn, deed minder ter zake. Hier valt nochtans heel wat over te vertellen. Verkiezingskwaaltjes? Zinvolle verkiezingen steunen eerst en vooral op betrouwbare demografische informatie. Men moet weten hoeveel inwoners er zijn, en wat hun leeftijd is, om te kunnen bepalen wie er stemgerechtigd is. Deze essentiële informatie ontbreekt echter in Afghanistan. De vorige Afghaanse regeringen hebben bijvoorbeeld nooit geboortecertificaten uitgedeeld. Er bestaat momenteel nog altijd geen legaal document waarmee het Afghaans burgerschap kan worden aangetoond. Dit betekent concreet dat het opstellen van lijsten met kiesgerechtigden niet zo’n simpele taak is. De opeenvolgende oorlogen van de laatste 25 jaar hebben bovendien een enorme stroom vluchtelingen op gang gebracht, vooral naar de buurlanden Iran en Pakistan. Om zoveel mogelijk Afghanen de kans te geven om te participeren aan de verkiezingen, konden de vluchtelingen zowel in Pakistan als in Iran een stem uitbrengen vanuit hun respectievelijke gastlanden. Maar ook daar zit men met het probleem dat het moeilijk is om de Afghaanse identiteit aan te tonen. Er leven zeker miljoenen Afghanen in de buurlanden maar in Pakistan is er bijvoorbeeld nooit een officiële telling gehouden van de inwijkelingen. Tijdens de jaren tachtig en negentig rapporteerde de VN Hoge Commissaris voor Vluchtelingen de registratie van ongeveer 2 miljoen vluchtelingen in Iran en ongeveer 3,2 miljoen in Pakistan. Maar een groot aantal Afghaanse vluchtelingen liet zich niet registreren om politieke redenen en vele arme Pakistani lieten zich registreren als Afghaanse vluchtelingen om zo te kunnen profiteren van de maandelijkse VN-rantsoenen waar de Afghaanse ontheemden recht op hadden. Hoeveel Afghanen er ondertussen zijn teruggekeerd weet men niet. Er wordt geschat dat er nog altijd zo’n 2 à 3 miljoen vluchtelingen in Pakistan verblijven. Het is alleszins zeker dat honderdduizenden onder hen niet hebben kunnen deelnemen aan de eerste vrije verkiezingen. De beslissing om die ook te laten doorgaan buiten Afghanistan is namelijk zodanig laat genomen dat de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) geen tijd meer had om de kiezersregistratie goed te organiseren. Het resultaat hiervan was dat volledige vluchtelingengemeenschappen honderden kilometers ver moesten reizen om zich amper een week voor de verkiezingen nog in te kunnen schrijven. Om te stemmen moesten ze dezelfde afstanden afleggen. Het spreekt vanzelf dat vele vluchtelingen niet in de mogelijkheid waren om dit ook effectief te doen. Bush en sidekick Karzai hebben trots de registratie van meer dan 10,5 miljoen Afghaanse kiesgerechtigden aangekondigd. Alweer een bewijs, zo luidt het, van het overweldigende succes van de invoering van de democratie in Afghanistan. ‘The Afghanistan Research and Evaluation Unit’ (AREU), een niet-gouvernementele organisatie die het verloop van de verkiezingen volgde, beweert dat er zelfs meer dan 11,5 miljoen kiezers geregistreerd werden. Beide cijfers zijn een stuk hoger dan de 9,8 miljoen ‘kiesgerechtigden’ die aanwezig geacht worden in Afghanistan volgens de schattingen van een gezamenlijke instantie van de VN en de Afghaanse regering die de verkiezingen moest observeren. Er is dus duidelijk sprake van overregistratie. Blijkbaar zijn er een pak mensen die meerdere registratiekaarten hebben bemachtigd. Het feit dat er geen officiële manier bestaat om te verifiëren of iemand een Afghaan is schept natuurlijk ook heel wat mogelijkheden tot misbruik. Zo zijn er bijvoorbeeld plaatselijke persberichten die melden dat in de streek langs de grens van Pakistan, heel wat Pakistaanse Pasjtoen , de grens zijn overgetrokken om zich te laten registreren voor de Afghaanse presidentsverkiezingen. Deze beweringen worden gestaafd door de bevindingen van de AREU dat in bepaalde grensprovincies, die voornamelijk bevolkt zijn door Pasjtoen, meer dan 140% van het geschatte aantal aanwezige kiesgerechtigden, geregistreerd waren om te stemmen. De overregistratie is des te straffer omdat in het Zuiden en Zuid-Oosten van het land veel Afghanen zich niet eens durfden te registreren wegens bedreigingen van de Taliban en andere milities. Uiteindelijk werden er ongeveer 8,11 miljoen geldige stemmen uitgebracht. Het ‘inkt-incident’, dat in tegenstelling tot de andere verkiezingskwalen besproken in dit artikel, wel door de media gecoverd is, heeft ongetwijfeld ook een invloed gehad op het totale aantal geldige stemmen. De ‘onuitwisbare’ inkt, die op de vingers aangebracht werd om te voorkomen dat geregistreerde kiezers meermaals hun stem konden uitbrengen, bleek helemaal niet zo onuitwisbaar te zijn. Voor de ogen van de Tv-camera’s namen verschillende reporters de proef op de som, om onmiddellijk erna doodleuk te staan verkondigen dat dit “het enige minder democratische elementje” was in de “verder zeer vlot verlopen eerste democratische en vrije verkiezingen van Afghanistan”. Dat vele kiesgerechtigden meermaals hun stem konden uitbrengen en velen dat ook effectief hebben gedaan, doet volgens de internationale pers niets af aan de eerlijkheid van de verkiezingen. De 15 opponenten van Karzai in de strijd om het presidentschap dachten er duidelijk anders over en kondigden op de dag van de stemming zelf, nog een boycot af. Die werd later terug ingetrokken onder zware druk van Westerse diplomaten en na de belofte dat de VN een commissie zou oprichten om de onregelmatigheden in het verkiezingsproces te onderzoeken. Karzai speelde handig in op de beschuldigingen van zijn rivalen door ze te verwijten het Afghaanse volk te verloochenen dat urenlang, vaak in barre weersomstandigheden en met gevaar voor eigen leven, had staan aanschuiven om een stem te kunnen uitbrengen. Omdat het inderdaad zou overkomen alsof de andere presidentskandidaten de democratische gang van zaken in het gedrang brachten, moesten ze wel toegeven. ‘Onafhankelijke’ onderzoekscommissie De beloofde VN-onderzoekscommissie telt slechts drie leden. Een Canadees, een Zweed en een Brit, die alledrie niet aanwezig waren in Afghanistan tijdens de aanloop naar de verkiezingen. Mathieson, het Britse commissielid arriveerde zelfs pas vijf dagen na de presidentsverkiezingen in het land. De grootse mensenrechtenorganisatie van Afghanistan (Afghanistan Independent Human Rights Commission – AIHRC) heeft zijn bedenkingen bij de onafhankelijkheid en de efficiëntie van de driekoppige onderzoekscommissie. Mogelijke onregelmatigheden tijdens de verkiezingen worden door de AIHRC toegewezen aan het Gezamenlijk Verkiezingsmanagement Orgaan (Joint Electoral Management Body - JEMB) dat instond voor de praktische organisatie van de verkiezingen. Hoewel dit orgaan opgericht is door de het huidige Afghaanse bewind, in samenwerking met de VN, is het bijna uitsluitend bevolkt door buitenlands personeel. Vandaar het wantrouwen tegenover de eveneens uit buitenlanders bestaande onderzoekscommissie. “Er zou meer vertrouwen zijn als er toch tenminste één Afghaanse expert in de commissie werd opgenomen”, zegt de AIHCR. Bovendien werd de 3 koppige onderzoekscommissie ook nog eens mede opgericht door het JEMB, dat net één van de onderwerpen van hun onderzoek moet vormen. Op 18 oktober al, meldde de verkiezingscommissie, niet geheel tot onze verrassing, dat er geen sprake was van fraude op grote schaal. Een finaal rapport van de commissie wordt verwacht eind oktober, begin november. Het probleem, dat alleen in de ogen van de verliezende presidentskandidaten bestond, zal dan volledig van de baan zijn. Kritische waarnemers hebben toch heel wat ‘onregelmatigheden’ vastgesteld. Zo zijn er meldingen van volgepropte stembussen met verbroken zegels en zelfs van stembussen die simpelweg niet verzegeld waren. De organisator van de verkiezingen, het JEMB, wijt dit echter volledig aan de onhandigheid van sommige onervaren medewerkers. Men kan zich ook vragen stellen bij de amper 100 observatoren die ingezet werden om toe te zien op het vrij en democratisch gehalte van de verkiezingen in dit reusachtige land, waar er miljoenen mensen konden gaan stemmen en dat zulke onherbergzame uithoeken telt dat er een heleboel stembussen ter plekke gebracht moesten worden per helikopter of zelfs per ezel. Over de kiescampagne van zittend interim-president Hamid Karzai kan men trouwens ook een boekje opendoen. Sommige waarnemers beweren dat de interim-president verschillende heropbouwprojecten heeft uitgesteld om de plechtige opening ervan te kunnen inlassen in zijn verkiezingscampagne. Ook de overheidsgelden werden door Karzai kwistig gebruikt voor zijn campagne. Zo nodigde hij delegaties van stamleiders en lokale notabelen uit op het presidentiele paleis in Kaboel, waar ze uitgebreid geëntertaind werden op kosten van de staat. Tot groot ongenoegen van de andere kandidaten maakte de huidige interim-president eveneens volop misbruik van de nationale media (zowel TV, radio als geschreven pers) om zijn campagne te ondersteunen. Volgens de BBC radio bijvoorbeeld, zonden de leiders van een bepaalde stam langs de Pakistaanse grens (de Tarazai) via het provinciale publieke radiostation uit, dat diegenen die niet op Karzai zouden stemmen er zich aan konden verwachten dat hun huizen in brand gestoken zouden worden. Verder was Karzai de enige van de 16 kandidaten die een Amerikaanse militaire helikopter ter beschikking had om zich te kunnen verplaatsen tijdens de verkiezingscampagne. De interim-president werd bovendien 24 uur op 24 uur bewaakt door een Amerikaanse privé-bewakingsfirma. De meeste andere presidentskandidaten lieten over hun veiligheid waken door hun eigen privé-milities. Van een algemene onafhankelijke politiemacht, met de opdracht in te staan voor veilige en rechtvaardige kiesverrichtingen voor alle kandidaten en alle kiezers, is er geen sprake in Afghanistan. Een democratie vraagt nochtans om een staatsstructuur met een administratie (o.a. een gerechtelijke macht) en een door de bevolking aanvaard, goed functionerend veiligheidsapparaat (politie). Naast organisatorische en praktische onregelmatigheden zijn er dus ook heel wat structurele obstakels die een domper op het democratische feest zetten in Afghanistan. De voorlopige grondwet (opgesteld door Karzai’s adviseurs, in het Westen opgeleide technocraten) voorziet in een sterk presidentialisme. Toch reikt de reële macht van de president niet veel verder dan de hoofdstad Kaboel. Grote delen van het land zijn immers nog altijd in handen van lokale krijgsheren. In deze instabiele omstandigheden toch verkiezingen organiseren die door de internationale gemeenschap erkent zullen worden, verschaft een zekere legitimiteit aan de clangebonden manier van regeren in het land, waarbij de centrale macht de steun afkoopt van lokale krijgsheren en stamleiders. Etnisch-sektarische verbrokkeling Ondanks de grote media-aandacht voor de ‘allereerste’ vrije verkiezingen van Afghanistan, moet het gezegd dat er in het verleden al 13 maal verkiezingen werden georganiseerd voor het wolusi jirga, een soort parlement. De meeste waarnemers beschouwen de verkiezingen van 1948, 1965 en 1969 zelfs als relatief vrij en eerlijk. Relatief, omdat het systeem van stammenleiders en clanloyaliteit er toen voor zorgde dat de kiesgerechtigden stemden op de persoon die hen opgedragen werd door stamouderen of regionale leiders. Er is geen enkele reden om te denken dat de recentste verkiezingen in Afghanistan niet meer beïnvloed zouden worden door deze vaak etnisch gelieerde clanverbanden. Onder de 18 oorspronkelijke presidentskandidaten waren er acht Pasjtoenen, zes Tadzjieken, twee Oezbeken en één Hazara. De etnische verhouding onder de kandidaten komt min of meer overeen met de etnische samenstelling van de Afghaanse bevolking, die dan weer parallel loopt met de bestaande politieke breuklijnen in het land. De kandidaten die het presidentieel gezag aanvochten tijdens de verkiezingen, deden dat dan ook vaak op basis van etnische argumenten en niet op basis nationale thema’s. Zoals reeds vermeld zijn de demografische gegevens over Afghanistan van twijfelachtig allooi maar vermits er niet direct plannen zijn om een nieuwe volkstelling te houden blijft de precieze grootte van de verschillende etnische groepen onzeker. Algemeen wordt wel aangenomen dat de Pasjtoenen de grootste etnische groep uitmaken in Afghanistan . In het verleden heeft deze bevolkingsgroep altijd geregeerd over de andere etnische minderheden. Deze politieke dominantie vertaalde zich op administratief vlak in de ongelijke verdeling van het land in provincies en districten. Zo zijn er veel meer provincies en districten in de voornamelijk door Pasjtoenen bevolkte Oostelijke en Zuidelijke regio’s van het land en in de Zuidwestelijke streek langs de Pakistaanse grens. Deze regionale onderverdelingen vormden (en vormen nog altijd) de basis voor de toekenning van sociale diensten en economische ontwikkelingsprojecten. De administratieve verdeling van het land verzekert ook de politieke dominantie van de Pasjtoenen in alle representatieve organen in Afghanistan. Toen de hoofdstad Kaboel in 1992 veroverd werd door de moedjahedeen (vooral Tadjieken) kregen een aantal Noordelijke provincies er een pak districten bij. In 2004 werden twee nieuwe provincies gecreëerd, (één in een streek met een meerderheid aan Tadjieken en één in een streek met een Hazara meerderheid), in een poging om de multi-etniciteit van de nieuwe Afghaanse regering te bevorderen. De administratieve ongelijkheid ten nadele van de niet-Pasjtoen minderheden blijft echter bestaan en noopt ons om de eerlijkheid van toekomstige verkiezingen in vraag te stellen. Besluit Wat is de werkelijke betekenis van deze zogenaamde democratische oefening met een prijskaartje van 200 miljoen dollar? Omdat de structurele problemen uit het verleden voorlopig onopgelost blijven, zal de impact van de verkiezingen in het post-Taliban tijdperk zich beperken tot het permanent en officieel maken van wat een interim-regering had moeten zijn. Oude structuren en het beleid van de Verenigde Staten in Afghanistan bevoordelen de door de Amerikanen uitgekozen Karzai. Concreet betekent dit geen beletsel meer voor de reeds lang geplande, en door de VS zeer gewenste, aanleg van de gaspijpleiding dwars door Afghanistan. Maar betekent het ook een eerste stap in de richting van het vaststellen en verwezenlijken van de gezamenlijke doelstellingen en verwachtingen van een natie? Democratische verkiezingen bieden op zich geen oplossing voor de vele problemen waar Afghanistan momenteel mee kampt, zoals de economische malaise, de bloeiende drughandel, het gebrek aan veiligheid, de schrijnende armoede, enzovoort. De irrealistische verwachtingen die in de aanloop van de verkiezingen gecreëerd werden bij de Afghaanse bevolking (vandaar de massale opkomst), zullen zeker niet ingelost kunnen worden. De onvermijdelijke collectieve desillusie die stilaan zal optreden zou de oude (gewelddadige) inter-etnische conflicten opnieuw kunnen doen oplaaien. Soetkin Van Muylem http://www.vrede.be Bronnen: SHAHRAN M. Nazif, ‘Spreading Democracy or a Sham?’, Merip, 8 okt. 2004. www.bbcworld.com www.destandaardonline.be www.lemondediplomatique.fr
Vrede DOOR:

Deel dit artikel