Private investeringen in Afrikaanse landbouw niet bij voorbaat afwijzen


koreo voedseloogsten wereldbankfoto[Foto: Oogsten in Korea. © Curt Carnemark / Wereldbank]


Op 17 en 18 juni vindt in het Verenigd Koninkrijk de jaarlijkse bijeenkomst plaats van de G8. Het wereldwijde voedselvraagstuk staat hoog op de agenda, in opvolging van de beloftes die op een vorige topontmoeting in L'Aquila werden gemaakt.

De G8-leiders engageerden zich daar om samen met Afrikaanse partners de voedselonzekerheid op het continent te bestrijden en riepen daarvoor de 'New Alliance for Food Security and Nutrition' in het leven.





Het initiatief wil in de komende tien jaar 50 miljoen mensen uit de armoede halen. Enerzijds door meer publieke investeringen van Afrikaanse overheden in de landbouwsector, anderzijds door meer grote investeringen vanuit de private sector om de productiviteit en het inkomen van de producenten te verhogen. Een hernieuwde focus dus op de verantwoordelijkheid van de private sector om het hongerprobleem aan te pakken.

Ngo's steigeren doorgaans bij deze gedachte. Ze klagen aan dat de G8-engagementen en de extra private investeringen eigenlijk enkel tot doel hebben om de belangen en de winsten van multinationals te dienen, want uiteraard is een bedrijf steeds op zoek naar winst.

Maar het is te gemakkelijk om langs de kant te schreeuwen dat een versterkte rol voor de private sector in de aanpak van de globale voedselproblematiek fout is en enkel meer honger en verdrukking zal veroorzaken.

Bedrijven, zowel kleine voedselverwerkende KMO's als grote voedingsmultinationals als Unilever of Mars, spelen een cruciale rol in onze voedselketen. Zij kopen hun grondstoffen op bij de producenten, zorgen voor verwerking en verkopen verder aan de distributiesector.

Ook al bestaan er wereldwijd waardevolle alternatieven waarbij er rechtstreeks van producent aan consument verkocht wordt, toch blijft dit een niche. We kunnen ons geen voedselsysteem zonder voedselverwerkende bedrijven of supermarkten meer inbeelden. Deze bedrijven zijn dus belangrijke spelers, onmisbaar en nodig. Waarom dan niet meer zoeken naar win-win-oplossingen?

 

 

Nieuwe modellen

Enerzijds moeten bedrijven winst kunnen maken, om werkgelegenheid te creëren, ons voedselsysteem en de economie draaiende te houden. Maar anderzijds is er ook grotere 'winst' nodig voor miljoenen boeren in ontwikkelingslanden die nu amper een kostendekkende prijs krijgen voor de gewassen die ze telen, waardoor hun inkomen te laag is om te herinvesteren en hun bedrijven leefbaar te houden.

De problemen waarmee boeren in ontwikkelingslanden kampen, zijn divers. Ze beschikken over onvoldoende meststoffen om hun productiviteit op te drijven, na de oogst gaat veel verloren gaat door inefficiënte oogst- en opslagmogelijkheden, ze creëren zelf te weinig toegevoegde waarde aan hun product door een gebrek aan investeringsmogelijkheden, hun producten voldoen niet aan de opgelegde kwaliteitseisen, ze missen de ondernemersvaardigheden die nodig zijn in prijsonderhandelingen met ervaren en machtigere spelers in de keten, ze zijn gebrekkig georganiseerd,...

Dát zijn net de domeinen waar zowel overheden als bedrijven meer in moeten investeren. Overheden door te zorgen voor publieke infrastructuur, scholing en een stimulerend institutioneel kader dat boeren bijvoorbeeld toelaat zich commercieel te organiseren en hen zekerheid geeft over grondrechten.

Bedrijven door contracten op langere termijn af te sluiten, gerichte training te verzorgen rond kwaliteitsstandaarden en door contracten voor te financieren, zodat boeren hun zaden en meststoffen kunnen voorfinancieren.

Er moet gezocht worden naar nieuwe businessmodellen om kleine producenten te engageren in de toeleveringsketens van voedselverwerkende bedrijven. Als boeren daarbij een billijk deel van de winst kunnen opstrijken, is dat de efficiëntste vorm van armoedebestrijding.

 

 

Potentieel

Een interessante evolutie is dat steeds meer bedrijven dezelfde analyse maken en daadwerkelijk op zoek gaan naar duurzamer handelspraktijken. Het is zonneklaar dat we op dit moment meer consumeren dan onze planeet aan kan. Grondstoffen worden schaarser, terwijl de wereldbevolking blijft groeien.

Het grootste productiepotentieel zit nu net bij die boerenfamilies die vandaag amper rondkomen. Private investeringen kunnen meehelpen dat potentieel waar te maken. Moeten we daarbij als ngo's onze kritische houding overboord gooien? Zeker niet, maar evenmin kunnen we ons veroorloven om deze kansen af te houden.


We zijn er natuurlijk nog lang niet. De koplopers in het bedrijfsleven zijn niet bijzonder talrijk. Hierbij dus een oproep aan de leiders van de G8, de betrokken Afrikaanse overheden, de meer dan 45 lokale en multinationale bedrijven in deze 'New Alliance', en aan alle Belgische spelers die hier invloed op uitoefenen: neem steeds de uitdagingen van kleinschalige producenten in beschouwing en kijk samen met hun vertegenwoordigers waar precies investeringen nodig zijn.

Enkel met engagementen op lange termijn kan men zowel de bedrijfsbelangen als de belangen van deze miljoenen boerenfamilies dienen. Het mogen geen intenties blijven. Met mooie woorden alleen kunnen we tegen 2050 geen 9 miljard mensen voeden.

Saartje Boutsen is beleidsmedewerkster bij Vredeseilanden


Deel dit artikel