Q & A : Etikettering van Israëlische nederzettingsproducten

palestina fruitboer[Foto: Michael.Loadenthal via photopin cc]

In 2012 verklaarden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zich akkoord met de correcte etikettering van producten uit de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogten en Oost-Jeruzalem, conform de Europese wetgeving. Concreet moet de consument het onderscheid kunnen maken tussen producten uit Israël zelf en producten uit de nederzettingen.


Minister Reynders had zich hier al voor uitgesproken, maar voegde de daad nog niet bij het woord. De regering stelde nog geen richtlijnen voor handelaars op, maar minister van Economie en Consumentenzaken Vande Lanotte heeft bevestigd dat er richtlijnen komen.

Ook al vloeit deze maatregel voort uit het consumentenrecht, toch roept hij nog enkele vragen op.





1. Over welke producten gaat het?

De herkomst van de producten hoeft niet altijd vermeld te worden. Europese richtlijnen leggen vast voor welke producten dit verplicht is (vers fruit en groenten, enkele andere voedingsproducten zoals honing, olijfolie, wijn of cosmetica) en voor welke niet. Maar als de oorsprong vermeld wordt op het product - al dan niet verplicht -, dan moet die correct zijn. De EU-richtlijn over foutieve of misleidende etikettering betreft dus alle producten in alle sectoren. Dit moet duidelijk gemaakt worden in een advies aan de handelaren.

 

 

2. Is dit geen selectieve maatregel tegen Israël?

Neen, want zoals de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken stelde: "de nederzettingen horen niet bij Israël." De status van de Palestijnse gebieden is niet omstreden. Het standpunt van de Verenigde Naties, de EU en België is duidelijk: Israël bezet de Palestijnse gebieden, en ook de Golanhoogte.

Correcte etikettering is niets anders dan de toepassing van het Europese recht, waaronder de richtlijn over oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EC). Ook de Belgische wet op de handelspraktijken en consumentenbescherming bepaalt dat informatie die de beslissing van de consument om een product te kopen kan beïnvloeden, voorhanden moet zijn. Hoge EU-vertegenwoordiger Ashton spoorde de lidstaten recent nog aan om hun verantwoordelijkheid in dit verband op te nemen.

 

 

3. Wat met de Palestijnse producten uit bezet gebied?

Op dit moment kan de consument de herkomst van de producten niet afleiden aan de hand van het etiket. Daarom is voorgesteld om bijvoorbeeld producten uit nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te voorzien van het etiket 'Westelijke Jordaanoever, product uit nederzetting', om ze te onderscheiden van producten met het etiket 'Westelijke Jordaanoever, Palestijns product'. Het etiket 'West Bank' of 'Palestijns gebied' is in elk geval niet voldoende, omdat het foutief de indruk kan geven dat al deze producten van Palestijnse origine zijn.

 

 

4. Zal deze maatregel de Palestijnse arbeiders treffen?

Werk in de nederzettingen is immers vaak goed betaald. Palestijnen werken voornamelijk in de nederzettingen uit gebrek aan alternatieven. 82% van hen zou zijn job in de nederzettingen opgeven als er een alternatief was. (Zie studie van 'Who Profits').

Israëls nederzettingen veroorzaken immers onderontwikkeling en werkloosheid bij de Palestijnen. Hun economie wordt ondermijnd door restricties op bewegingsvrijheid, landroof, de bouw van de Muur en exportbeperkingen.

Bovendien geven rapporten aan dat de rechten van Palestijnse arbeiders in nederzettingen systematisch geschonden worden. Ze zijn kwetsbaar omdat ze geen Israëlische burgers zijn en afhankelijk van werkvergunningen. (Rapporten International Labour Organisation en rapport van UNHRC fact finding missie over nederzettingen.)

Verder is het uiterst bedenkelijk om arbeid in de nederzettingen te promoten. Ze zijn illegaal onder het internationaal humanitair recht. De aanwezigheid van Israëlische bedrijven is er enkel mogelijk door illegale praktijken van de staat. Sommige bedrijven zijn ook betrokken bij schendingen van het internationaal recht, onder meer doordat ze zich natuurlijke rijkdommen toe-eigenen. De nederzettingen en de daarmee gepaarde schendingen van het internationaal recht kunnen niet gerechtvaardigd worden op grond van werkgelegenheid voor de bezette bevolking.

 

5. Zal dit geen extra belasting voor Palestijnse en Israëlische producenten met zich meebrengen?

Neen, want volgens de Europese wetgeving is etikettering de verantwoordelijkheid van de handelaar en niet van de producent. Europese handelaars kennen de herkomst van producten meestal via hun eigen kanalen en contacten met producenten. In theorie zouden ze die oorsprong ook moeten kunnen achterhalen via de douaneformulieren. Vaak zijn handelaars zich echter niet bewust van de nederzettingenproblematiek, waardoor ze deze producten niet juist etiketteren.

 

 

6. Zal dit kosten met zich meebrengen en de Palestijnse competitiviteit schaden?

De handelaars moeten de kosten dragen, maar dit is geen grote belasting voor hen. In het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, waar de maatregel reeds in voege is, moeten ze verse voeding en cosmetica voorzien van het etiket, 'Product van Israël' of 'Product van een Israëlische nederzetting'. Wat betreft de competitiviteit van Palestijnse producenten, is Israëls beleid, met onder meer beperkingen op uitvoer (met name de afsluiting van Gaza), de grote boosdoener.

 

7. Heeft deze maatregel een impact op het Associatie-akkoord?

De EU sloot zowel met Israël als met de Palestijnen (PLO) een vrijhandelsakkoord af. Dit stelt bepaalde Israëlische en Palestijnse producten vrij van importtaksen. Om te kunnen genieten van deze preferentiële invoer, zijn de producenten nu reeds verplicht om de oorsprong van hun goederen aan te geven. De Israëlische douane maakt echter geen onderscheid tussen Israëlische en nederzettingsproducten, wat niet de bedoeling is. Door Israëls onrechtmatige toepassing van het akkoord, krijgen sommige nederzettingsproducten onterecht taksvrijstelling.

De EU heeft geprobeerd dit probleem te verhelpen door een lijst met postcodes samen te stellen. Doordat de postcode de plaats van productie aangeeft, zouden douanediensten in de lidstaten het onderscheid moeten kunnen maken.

Deze technische regeling bleek onvolkomen, te meer omdat de bewijslast bij de Europese douane wordt gelegd. Daarom heeft de Europese Commissie in 2012 beslist om het onderscheid te laten maken door de handelaars die de producten invoeren. De maatregel voor correcte etikettering heeft geen invloed op de toepassing van het Associatie-akkoord. Maar het blijkt wel dat er ook in andere domeinen nog werk is om het onderscheid tussen de nederzettingen en Israël te garanderen.


Brigitte Herremans, Broederlijk Delen - Pax Christi Vlaanderen



Meer info:

11.be:
Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel