Q&A: Grondstoffen en conflict in Oost-Congo



Wat bedoelt men met de 'grondstoffenproblematiek'?
Oost-Congo heeft een rijke ondergrond waar ertsen zoals tin, coltan, wolframiet en goud te vinden zijn. Tegen het einde van het Mobutu-regime was de industriële ontginning van deze ertsen zo goed als stilgevallen. Men is dan overgestapt op artisanale mijnbouw. Dit betekent dat de ertsen met hand en schop worden opgegraven. Dan worden ze via tussenhandelaars tot op de internationale markt gebracht.

Toen de oorlog in Oost-Congo uitbrak, verloor de Congolese regering de controle over de regio. Rebellengroepen en enkele buurlanden namen die controle over. Zo kwamen de mijnen in de handen van de rebellen. De opbrengst hiervan kon zo de oorlog blijven financieren. Bovendien heeft de Congolese bevolking enorm geleden onder het geweld in het oosten van het land, ook vandaag nog. Daarom worden de mineralen wel eens bloedmineralen of conflictmineralen genoemd.


Zijn de grondstoffen de oorzaak van het conflict?
Neen, volgens ons niet. De situatie in Oost-Congo is heel complex, en in feite gaat het zelfs niet over één conflict, maar over verschillende die tegelijkertijd doorgaan. De motieven en actoren lopen ook in elkaar over. Elementen zijn onder andere: de afwezigheid van de Congolese staat, verzet tegen het regime in Kinshasa, Rwandese en Oegandese rebellen die toevlucht zoeken in Oost-Congo, maar ook betwistingen rond grondbezit en etnische spanningen.

Omdat de ertsenhandel zo lucratief bleek, is die een belangrijke rol gaan spelen in het conflict. Zo vecht men bijvoorbeeld soms bitter om grondstofrijke gebieden. De opbrengst van de smokkel financiert dan weer de oorlog. Zo maken de grondstoffen de vicieuze cirkel rond.


Waarom is het belangrijk om grondstoffen te vermelden in het debat rond het conflict?
Door de chaos kunnen rebellengroepen voorlopig nog steeds profiteren van de ertsenhandel. Wanneer het Congolese leger hen uit de mijnen verdrijft, neemt het leger eigenlijk de uitbuiting van de bevolking gewoon over, voor zijn eigen profijt. En dat, terwijl het leger eigenlijk de bevolking zou moeten beschermen. Het Congolese leger maakt zich bovendien schuldig aan andere wreedheden. Daarom heeft een VN- mensenrechtenexpert de huidige militaire operatie als catastrofaal bestempeld.

Het is duidelijk dat de ertsen voor alle strijdende partijen een verleiding zijn. De potentiële winst is een economisch motief om de onstabiliteit in stand te houden. Dat bemoeilijkt de inspanningen om tot een duurzame vrede te komen. Als de civiele administratie weer controle kan krijgen over de mijnbouw, dan is tenminste één van de vele motieven van de strijdende groepen al uitgeschakeld. Het moet economisch interessanter zijn om grondstoffen in een legaal en vreedzaam kader te ontginnen dan in een context van geweld en smokkel. Daarom is het belangrijk om rekening te houden met de grondstoffen wanneer we zoeken naar een duurzame oplossing voor het conflict.


Maar is de Congolese regering dan niet zelf corrupt?
Dat de opbrengst van de grondstoffen ook in andere delen van Congo door corruptie niet aan de bevolking ten goede komt, is al langer bekend. Broederlijk Delen pleit al jaren voor een goed en transparant beheer van de natuurlijke rijkdommen. Enkel zo kan de bevolking een eerlijk aandeel krijgen, want daar heeft ze immers recht op. Hier is nog veel werk aan de winkel.

De mijnbouwsector in Oost-Congo weer onder regeringscontrole krijgen, zal dus niet onmiddellijk alle problemen oplossen. Maar het is wel een eerste belangrijke stap. Anders kan de regering zich blijven verschuilen achter het feit dat ze geen controle heeft over de mijnen, om zo haar verantwoordelijkheden i.v.m. goed beheer te ontlopen. Vanaf het moment dat de regering de mijnbouw in het oosten weer volledig beheert, kan de bevolking ook om transparantie en een eerlijk aandeel te vragen.
 

coltan trade congo 1024x768
[Foto: Jon Gosier via photopin cc]



Wat met de Belgische bedrijven?
De handmatig ontgonnen ertsen uit het binnenland worden door tussenhandelaars verder verkocht aan koophuizen, die zich in de grote steden bevinden. De koophuizen vormen de schakel met de internationale markt: ze verkopen de ertsen aan handelaars. De belangrijkste van deze handelaars zijn in België gevestigd. Hun rol is om de mineralen door te spelen aan smelters en fabrieken in Azië, waar ze verwerkt kunnen worden in o.a. gsm's, mp3-spelers en laptops. Via elektronicabedrijven komen deze uiteindelijk op de Belgische markt terecht.

Verschillende rapporten, o.a. van de VN, wijzen met de vinger naar enkele van deze Belgische bedrijven omdat ze mineralen kopen van koophuizen die grondstoffen opkopen afkomstig uit conflictgebieden. Broederlijk Delen is van oordeel dat de Belgische regering de verantwoordelijkheid heeft om deze beschuldigingen te onderzoeken en betrokken bedrijven te veroordelen.

Anderzijds willen we niet dat de bedrijven volledig wegtrekken uit de regio. Vele Congolezen winnen immers hun brood in de mijnbouw, en bovendien zouden er andere bedrijven in de plaats kunnen komen, die nog veel minder transparant zijn.

We pleiten wel voor een constructieve aanpak waarin bedrijven kunnen nagaan en bewijzen wat de herkomst is van de mineralen die ze verhandelen. Dit kan door een certificatiesysteem op te richten, zoals dat voor diamanten ook al bestaat. Op die manier kunnen de bedrijven in Oost-Congo actief blijven en enkel propere mineralen verhandelen. Zo leveren ze een positieve bijdrage aan de plaatselijke economie en aan de ontwikkeling van het land.

Wat stelt Broederlijk Delen dan voor?

De internationale gemeenschap moet steun verlenen om een certificatiemechanisme te ontwikkelen voor de verschillende ertsen die in Oost-Congo verhandeld worden.

De Congolese overheid moet werk maken van de implementatie van het vermeende nultolerantiebeleid ten opzichte van soldaten die betrokken zijn in de ertsenhandel.

Meer algemeen moet men het leger maar ook de politiemacht beter integreren, opleiden en uitbetalen. Dit is nodig om de veiligheid en stabiliteit te garanderen. Dan kan de civiele administratie weer controle krijgen over de mijnen.

Tenslotte moet de sector geformaliseerd en hervormd worden, met aandacht voor de artisanale mijnwerkers. De internationale gemeenschap kan de Congolese overheid hiertoe onder druk zetten en hen steunen met middelen of logistieke hulp.



Auteur: Tamira Gunzburg, medewerkster Centraal-Afrika -  Broederlijk Delen 


Deel dit artikel