Q&A Oost-Congo

Hilde Deman, medewerkster Oost-Congo

Wat is operatie Kimya II?

Begin dit jaar lanceerden Congo en Rwanda een militaire operatie Umoja Wetu (Onze eenheid) tegen de Rwandese Hutu-rebellen van het FDLR. Die zijn na de genocide in Rwanda naar Congo gevlucht en zijn nu al 15 jaar actief in het oosten van Congo. Tot ieders verbazing gingen vijanden Congo en Rwanda plots samenwerken. De toenadering tussen Rwanda en Congo is een grote stap vooruit. Een gezamenlijke aanpak van de regionale problemen is immers nodig voor een duurzame vrede. Na de afloop van Umoja Wetu ging het Congolese leger alleen verder met operatie Kimya II (Lingala voor rust, kalmte). Het wordt hierin ondersteund door de VN-missie Monuc. Operatie Kimya II is begonnen in Noord-Kivu maar heeft zich sinds juli verplaatst naar Zuid-Kivu. Het doel van de operatie blijft vaag: druk uitoefenen op de FDLR om terug te keren naar Rwanda en hun gewelddaden in Congo stoppen. Indicatoren voor succes of een duidelijke tijdslijn voor de operatie geeft de Congolese overheid niet.

Wat is de humanitaire impact van operatie Kimya II?

De militaire operatie doet meer kwaad dan goed. De rebellen voeren aanvallen uit op burgers, doden, branden, verkrachten en plunderen. Maar ook het Congolese regeringsleger maakt zich schuldig aan zulke misdaden. De humanitaire tol van deze operatie is onaanvaardbaar hoog: op basis van cijfers van OCHA (het VN-bureau voor de coördinatie van humanitaire hulp) berekende een coalitie van 84 ngo’s dat voor elke FDLR die succesvol ontwapend is, 1 burger werd gedood, 7 verkracht, 6 huizen werden platgebrand en 900 mensen moesten vluchten. Op vele plaatsen in Oost-Congo is de veiligheidssituatie vandaag slechter dan voor het begin van de operatie. Het voortzetten van operatie Kimya II in haar huidige vorm zal de humanitaire situatie nog verergeren.

Wat is de rol van het Congolese leger in deze operatie?

Het Congolese leger is een deel van het probleem. Een VN-mensenrechtenexpert bracht pas een rapport uit over de grove mensenrechtenschendingen van het leger. Het Congolese leger bestaat deels uit rebellengroepen die in het leger werden geïntegreerd. Die integratie loopt niet altijd van een leien dakje. Zo werd het CNDP (de pro-Tutsi rebellen van Laurent Nkunda) in januari op een drafje in het leger geïntegreerd. Zij verkregen meteen hoge rangen en leiden nu operatie Kimya II. Ze worden ingezet in grondstofrijke gebieden, wat wrevel opwekt bij andere legereenheden. Er zijn al gevechten gemeld waarbij verschillende eenheden strijden om controle over mijnsites of lokale markten. De andere rebellengroepen vinden dat het CNDP bevoordeeld wordt en trekken zich terug uit het ontwapeningsproces. Om het nog ingewikkelder te maken: tot voor kort werkten sommige eenheden van het leger samen met het FDLR in illegale mijnontginning. Nu moeten zij hun vroegere bondgenoten aanvallen. Al deze dynamieken creëren uiteraard spanningen binnen het nationale leger.

Minister Leterme schreef in een opiniestuk (21/10/09, De Standaard) dat het gedrag van het leger dringend moet verbeteren. Dat vinden wij ook. Maar dat is een werk van lange adem en onmogelijk te bereiken binnen de tijdspanne van Kimya II. Net daarom is het voortzetten van de huidige militaire operatie onrealistisch en onverantwoord. Om een performant en gedisciplineerd leger uit te bouwen zijn vele zaken nodig: de inspanningen rond integratie van ex-rebellen moeten opgedreven worden, soldij moet regelmatig uitbetaald worden en er moet werk gemaakt worden van het nultolerantiebeleid inzake mensenrechtenschendingen en seksueel misbruik.

Pleiten Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen voor een terugtrekking van Monuc?

Dat hebben wij nooit gezegd. Integendeel, wij denken dat – ondanks al haar gebreken – het opdoeken van Monuc de situatie nog erger zou maken, en tot een Somaliëscenario zou kunnen leiden. We zijn dus voorstander van méér Monuc, en niet van minder Monuc zoals afgelopen week enkele malen verkeerdelijk werd gesuggereerd. We vragen al lang om een betekenisvolle versterking van Monuc (manschappen, financiën, logistiek…). Want al is dit de grootste en duurste VN-missie ooit, Congo is een immens groot land met zeer complexe conflictdynamieken.
Spijtig genoeg verloopt de versterking van Monuc heel moeizaam. Zo werden in november 2008, 3000 extra manschappen beloofd. Die zijn echter nog steeds niet ter plekke. Bovendien kampt Monuc met een chronisch tekort aan civiel personeel en vertalers. Toch kan zelfs een kwantitatieve versterking van Monuc geen mirakels doen. Het blijft in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van het Congolese leger om zijn eigen burgers en territorium te beschermen, en binnen- en buitenlandse milities aan te pakken.

Ook zal een louter kwantitatieve versterking geen soelaas bieden, indien die niet gepaard gaat met een herziening van de huidige strategie. Monuc ondersteunt operatie Kimya II met logistieke steun. Het is ook Monuc die instaat voor de ontwapening en repatriëring van Rwandese rebellen die zich overgeven (via het zogenaamde DDRRR programma – Disarmament, Demobilisation, Repatriation, Reintegration and Resettlement). Maar Monuc kan geen voedsel, transport en medische hulp blijven verlenen aan een leger dat zich schuldig maakt aan verkrachtingen, plunderingen, platbranden van dorpen, enz. Bovendien gaat de steun voor dit militaire offensief ten koste van haar prioritaire rol, m.n. bescherming van de burgerbevolking.

Monuc moet een stap terugnemen en haar strategie herbekijken. De voorwaarden voor samenwerking met het Congolese leger moeten dringend herzien worden. Naast een probleem van strategische keuze, doet zich nog een ander probleem voor: Monuc-personeel geeft officieus toe dat de samenwerking met het Congolese leger verre van ideaal is. Monuc wordt vaak niet tijdig op de hoogte gebracht van de operaties die het leger plant. Dit bemoeilijkt uiteraard het werk van Monuc.

Wat is er tot hiertoe al bereikt met deze militaire operatie?

In het begin van de militaire operatie werd een deel van het FDLR uitgeschakeld of gerepatrieerd, de onderlinge communicatie werd bemoeilijkt en lokale financieringsmechanismen werden drooggelegd. Maar volgens ons draagt deze operatie niet bij tot een duurzame oplossing voor het FDLR-probleem. We stellen ons ook ernstige vragen bij de positieve berichten over het geboekte militaire succes:

  • De FDLR hebben op vele plaatsen hun vroegere posities weer ingenomen omdat leger en politie niet in staat zijn het staatsgezag in de vrijgemaakte gebieden te herstellen.
  • Door de militaire operatie worden de FDLR-rebellen verder de bossen ingeduwd. Maar ze kennen dit terrein als geen ander en bewegen er zich gemakkelijk. Degenen die zich overgeven zijn vooral vrouwen en kinderen waardoor de mannen nog mobieler worden.
  • Het FDLR gaat intussen gewoon door met rekruteren (onder dwang, maar ook bv. ex-FNL rebellen uit Burundi versterken hun rangen of soldaten die uit het reguliere Congolese leger deserteerden). Of het FDLR echt in aantal afneemt, is dus nog maar de vraag.
  • De capaciteit van het FDLR om schade te berokkenen aan de bevolking is niet gedaald. Integendeel, door de operatie zijn de FDLR-rebellen juist gewelddadiger geworden. Ze beschuldigen de burgers van collaboratie met het Congolese leger (FARDC) en nemen hiervoor wraak.

Wat moet er volgens Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen gebeuren met het FDLR?

Het FDLR moet aangepakt worden, daarover is iedereen het eens. Vandaag zijn ze meer een bedreiging voor de Congolese bevolking dan voor het Rwandese regime. Maar om het FDLR definitief aan te pakken, is meer nodig dan een puur militaire aanpak. Er is een bredere strategie nodig die het FDLR via verschillende wegen verzwakt: economisch, politiek, militair en juridisch. Ook de online petitie van Oxfam International, die wij ondersteunen, roept op tot een combinatie van verschillende drukkingmiddelen. Zo’n strategie kan een combinatie omvatten van volgende elementen:

  • Inspanningen voor vrijwillige ontwapening verhogen: een deel van het FDLR-voetvolk staat open voor terugkeer naar Rwanda maar zit in de greep van zijn leiders. Er moeten meer inspanningen geleverd worden om hen een kans te geven zich over te geven. Nu is er op verschillende plaatsen waar de militaire operatie doorgaat geen DDRRR-sectie van Monuc. Het leger voorziet ook vaak geen uitwegen voor de rebellen die zich willen overgeven. Er zijn incidenten gemeld waarbij FDLR die zich overgaven, aangevallen werden door reguliere soldaten. Al deze elementen bemoeilijken de vrijwillige overgave van rebellen.
  • De inkomsten van het FDLR, die deels voortvloeien uit de illegale ertsenhandel, dienen verder drooggelegd te worden.
  • Het FDLR-leiderschap in Europa moet aangepakt worden. Zij houden vanuit Europa het conflict mee in stand en blijven de extremistische ideologie van het FDLR uitdragen. Hun bewegingsvrijheid moet aan banden gelegd worden, hun financiële steun aan de rebellen moet drooggelegd worden en waar mogelijk moeten juridische processen tegen hen gestart worden.
  • Er moet druk uitgeoefend worden op Rwanda om de FDLR-rebellen die terugkeren naar Rwanda en die niet medeplichtig zijn aan de genocide, de mogelijkheid te bieden hun leven opnieuw te beginnen. Rwanda moet hiervoor harde garanties geven en de internationale gemeenschap moet dit proces monitoren.
  • Voor de harde kern van het FDLR die zich niet wil overgeven blijft militaire druk noodzakelijk. Maar die moet dan veel beter voorbereid en omkaderd worden om de negatieve impact op de burgerbevolking zoveel mogelijk te beperken. Zo’n operatie moet uitgevoerd worden door gedisciplineerde en goed getrainde troepen. Alleen in zo’n scenario kan Monuc een militaire operatie ondersteunen. Monuc moet dan harde garanties vragen rond respect voor het internationaal humanitair recht, mensenrechten en geweld tegen vrouwen. Wij vinden dat Monuc haar steun aan verdere militaire operaties hieraan voorwaardelijk moet maken.

Vorig jaar pleitten jullie voor het starten van een militaire operatie, vandaag roepen jullie op om de huidige operatie stop te zetten. Is dat niet tegenstrijdig?
Vorig jaar vroegen Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen samen met andere Belgische en internationale ngo’s om een Europese interventiemacht naar Oost-Congo te sturen. De VN, de Congolese overheid en een groot deel van de bevolking in Oost-Congo hadden daar op aangedrongen. Bedoeling was om een bridging force in te zetten om de periode te overbruggen totdat de 3000 extra Monuc-manschappen ter plaatse zouden zijn. Dat zou 3 à 6 maanden duren (dit bleek achteraf een te optimistische inschatting), terwijl EU-troepen binnen 2-3 weken ter plekke konden zijn. Zo’n Europese interventiemacht had een operationeel verschil kunnen maken en de veiligheid van burgers kunnen garanderen. Een EU-vredesmacht had ook de uitbreiding van het conflict kunnen afremmen.

Vandaag zitten we in een heel andere situatie: nu voert een ongedisciplineerd, onbetaald leger een klopjacht op een groep rebellen die guerrillatactieken gebruiken en zich wreken op de bevolking. De militaire strategie is niet goed doordacht en de samenwerking met Monuc loopt mank. De humanitaire tol van deze operatie is niet meer te overzien. Bovendien biedt de huidige militaire strategie geen garantie op succes.

Het antwoord op de vraag of wij al dan niet een militaire interventie ondersteunen hangt af van de mogelijke positieve of negatieve impact van zo’n operatie op de burgerbevolking. Die is in elke context anders. Daarom is een doordachte analyse van de specifieke situatie zo noodzakelijk. Zo keuren we de deelname van Belgische F-16 gevechtsvliegtuigen aan de huidige militaire operatie in Afghanistan af, omdat deze geen adequaat antwoord biedt op de huidige situatie, ook veel burgers treft en deze nog meer in handen drijft van extremistische groepen.. Om dezelfde reden kunnen we de huidige militaire operaties in Congo (Kimya II tegen het FDLR in het oosten en Rudia II tegen het Lord Resistance Army (LRA) van Joseph Kony in het noorden) niet ondersteunen.

Deel dit artikel