Q&A: Vijandelijkheden tussen Israël en Hamas

In deze Q&A bekijkt Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten van Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen, enkele essentiële aspecten van het huidig drama in de Gazastrook. 

1. Hoe ontstond dit huidige conflict tussen Israël en Hamas?

Volgens Israël verbrak Hamas het bestand unilateraal. De Israëlische regering hield zich echter zelf niet aan het bestand en weigerde bijvoorbeeld de grenzen te openen voor de doorvoer van humanitaire goederen of af te zien van sporadische militaire invallen. Op 4 november verbrak Israël het bestand met de Palestijnse gewapende groeperingen, dat sinds 19 juni 2008 in voege was, effectief via een zware aanval op de Gazastrook. In antwoord daarop vuurde Hamas raketten af op Israël. Toen het bestand met Israël afliep op 19 december, weigerde Hamas het te verlengen. Ze hadden weinig of niets teruggekregen voor het zich quasi volledig houden aan hun kant van de overeenkomst. Op 27 december lanceerde Israël de operatie ‘gegoten lood’ en startte het massale luchtaanvallen. Volgens de Israëlische regering is het doel een staakt-het-vuren op gang te brengen volgens Israëls termen en de situatie in Zuid-Israël drastisch te wijzigen. Volgens Hamas is dit de volgende stap in de campagne voor vernietiging van de organisatie. Een campagne die van start ging na hun democratische verkiezing in januari 2006.

2. Komt dit conflict als een verrassing?

Neen, sinds zes maanden bereidt Israël een aanval op Hamas voor, volgens de Israëlische overheid om de raketaanvallen te stoppen. Sinds 2000, maar vooral na de Israëlische terugtrekking uit Gaza in 2005 en de machtsovername van Hamas in juni 2007, vuren Palestijnse gewapende groeperingen raketten af op Zuid-Israël. Die veroorzaakten weinig doden, maar ontregelden het leven daar en creëerden angst. De uitzichtloze situatie ten gevolge van de aanhoudende Israëlische bezetting en vooral de draconische blokkade van de Gazastrook sinds juni 2007 dreef de Palestijnse bevolking en Hamas tot het uiterste. Hamas bood in de periode van het bestand verscheidene malen een verlenging aan, zelfs een tienjarige, maar dit werd door de Israëlische overheid naast zich neergelegd.
Ook qua timing is dit conflict geen verrassing. Op 10 februari  zijn er Israëlische parlementsverkiezingen voorzien. Naar aanloop daarvan willen Israëlische politici, en hier in het bijzonder minister van defensie Barak, en van buitenlandse zaken, Tzipi Livni, zich profileren als efficiënte leiders. 

3. Waarom startte Israël een grondoffensief?
 
Aanvankelijk startte Israël met luchtaanvallen tegen wat zij als doelwitten van Hamas bestempelen: tunnels, ministeries, de politieschool, de gevangenis,  de universiteit, moskeeën, …, Daarnaast startte Israël begin januari ook met aanvallen op Hamasleiders in hun privé-woningen. Toch slaagde het er niet in om de raketaanvallen te stoppen. De lanceerinstallaties zijn zeer eenvoudig te maken en na gebruik weer mee te nemen. Daarom lanceerde het op 3 januari een grondoffensief. Volgens minister van defensie Barak is ‘Israël niet oorlogszuchtig, maar rest er geen alternatief. We zijn zoekers naar vrede die zich lang hebben beheerst. Nu is de tijd gekomen om maatregelen te treffen. Gelijk waar ter wereld hebben burgers recht op vrede, rust en vrijheid van aanvallen.’ Wij geloven echter niet dat de veiligheid van Israëlische burgers gegarandeerd kan worden door Palestijnse burgers massaal bloot te stellen aan extreem geweld.

4. Wat zijn de perspectieven voor de nabije toekomst?
 
Israëls wil niet opnieuw de militaire controle over de Gazastrook. Het hoopt op een korte maar zeer krachtige operatie via luchtaanvallen, een grondoffensief en aanvallen via de zee. Toch waarschuwde premier Olmert ervoor dat de operatie lang zou kunnen duren. De Hamasmilitanten zijn immers beter bewapend en getraind dan vóór het bestand. In deze situatie van asymmetrische oorlogsvoering is hun doel niet om Israël te verslagen, maar om zoveel mogelijk schade aan te richten en soldaten te doden. De Israëlische publieke opinie is hier erg gevoelig voor, zeker met het debacle van de oorlog tegen Hezbollah in gedachten.
De perspectieven voor de burgerbevolking in Gaza zijn dramatisch. Er is niet alleen de impact van de huidige militaire operatie, met een ongezien dodentol en duizenden gewonden. Mensen worden via pamfletten en telefonisch aangeraden veiliger oorden op te zoeken maar die zijn onbestaande in de hermetisch afgesloten Gazastrook. De weerloze burgerbevolking kan niets meer dan hopen dat de volgende bom of granaat niet op hun huis of hun familieleden terecht komt. Daarnaast is de infrastructuur, watervoorzieningen, elektriciteit, rioleringen, gezondheidszorg en transport, die al erg verzwakt was ten gevolge van Israëls hermetische afsluiting sinds juni 2007, bijna volledig ingestort. In tegenstelling tot wat Israël stelt, is de voedselbedeling te gering en kunnen humanitaire organisaties de noden niet lenigen. Vooral de zorg voor de duizenden gewonden in de ziekenhuizen is uitermate moeilijk door een gebrek aan quasi alles: chirurgen, bloed, medicijnen, voedsel, elektriciteit, zuiver water, bedden. Ondanks de oproepen van het Internationale Rode Kruis en de VN organisaties in de regio laat Israël voorlopig slechts minimale hoeveelheden van deze goederen en personen toe. 

5. Ligt een staakt-het-vuren nog in het verschiet?

De internationale gemeenschap, met als koploper Frans president Sarkozy, pleitte de eerste week van Israëls operatie sterk voor een tijdelijk staakt-het-vuren. Ondanks initiële geruchten dat de partijen hiervoor open stonden, kwam het niet tot stand. Beide partijen verklaarden niet geïnteresseerd te zijn. Israël is ervoor beducht om Hamas legitimiteit te verstrekken en verdedigt zijn operatie door te stellen dat dit de enige manier is om op termijn een duurzaam staakt-het-vuren te bereiken en de veiligheid van de burgers van Zuid-Israël te garanderen. De hamvraag is of Israël Hamas zwaar zal treffen. De groepering won bij elke stap om haar te isoleren, aan sterkte en populariteit. Het is onwaarschijnlijk dat Israël instemt met een staakt-het-vuren zolang de raketaanvallen voortduren. Hamas wil een staakt-het-vuren op voorwaarde dat Israël de grenzen open stelt en de economische blokkade opheft. De diplomatieke initiatieven nemen toe nu het aantal burgerdoden dramatische proporties aanneemt. Europa, zo blijkt, is voorlopig niet in staat een staakt-het-vuren te realiseren, net zo min als de Arabische landen. Zolang de Verenigde Staten zijn gewicht niet in de schaal gooit, lijkt Israël het tijdstip te gaan bepalen.

6. Wat is de status van dit conflict tussen Israël en Hamas en wat zijn hun verplichtingen?

Het is een niet-internationaal gewapend conflict in de context van Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden, inclusief de Gazastrook. De partijen bij het conflict – Israël enerzijds en de Palestijnse gewapende groepen anderzijds – worden gebonden door het internationaal humanitair recht. Ondanks zijn terugtrekking uit de Gazastrook in 2005, blijft Israël de bezettende macht omdat het de effectieve controle over het gebied behoudt. Het moet de Vierde Conventie van Genève naleven en instaan voor de veiligheid en het welzijn van de Palestijnse burgerbevolking. Israël moet een onderscheid maken tussen militaire doelwitten en burgers en tevens het principe van proportionaliteit respecteren. Als partijen bij dit conflict, moeten de Palestijnse gewapende groeperingen, waaronder Hamas, tevens het oorlogsrecht respecteren en afzien van geweld tegen Israëlische burgers.

7. Wat zegt het internationaal humanitair recht over de raketaanvallen van de Palestijnse groeperingen?

Bewuste aanvallen tegen burgers die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, zijn oorlogsmisdaden. Aanvallen tegen militaire doelwitten zijn toegelaten, maar hierbij moeten alle maatregelen genomen worden om schade aan burgers te vermijden en te beperken. De raketten die Hamas afvuurt zijn zo onnauwkeurig dat het onmogelijk is om een onderscheid te maken tussen militaire doelwitten en burgers. Hamas richt zijn raketten bovendien bewust op de steden en dorpen, met het doel om Israëlische burgers te treffen.

8. Wat zegt het internationaal humanitair recht over bombardementen op burgers en burgerlijke goederen?

Het meest fundamentele principe van het internationaal humanitair recht is het principe van onderscheid. Dit principe bepaalt dat aanvallen enkel gericht mogen worden op militaire doelwitten en personen die rechtstreeks of actief aan de vijandelijkheden deelnemen (d.w.z. de facto strijders). Doelbewuste aanvallen op burgers of burgerlijke goederen zijn verboden.
Het geven van algemene logistieke steun, onderdak of voedsel aan strijders is onvoldoende om van rechtstreekse deelname aan de vijandelijkheden te spreken. Burgers die dergelijke activiteiten ondernemen, mogen dus niet doelbewust aangevallen worden. Al was het maar omdat onmogelijk uitgemaakt kan worden of de persoon in kwestie daartoe niet gedwongen wordt. Burgers die deelnemen aan gewapende aanvallen op de vijand verliezen wél tijdelijk hun juridische bescherming tegen aanvallen. Legitieme militaire doelwitten zijn goederen die een ‘daadwerkelijke bijdrage tot de gevechten’ leveren en waarvan de vernietiging, verovering of neutralisatie op het moment van de aanval een ‘duidelijk militair voordeel’ oplevert. Alle andere goederen zijn burgerlijke goederen die niet aangevallen mogen worden. De aanwezigheid van wapens, munitie of strijders in een burgerwoning maakt die woning niet automatisch tot een legitiem doelwit. Enkel wanneer de voorwaarden met betrekking tot de militaire noodzaak vervuld zijn, kan een aanval wettig zijn.
Bij het voeren van militaire operaties hebben alle strijdende partijen de verplichting om voorzorgsmaatregelen te nemen ter bescherming van de burgerbevolking. Ze moeten de wapens en gevechtsmethoden kiezen die het minst schade berokkenen aan burgers. Indien mogelijk moet voor iedere aanval de nodige waarschuwing gegeven worden. Ook het proportionaliteitsprincipe dient gerespecteerd te worden. Dit principe bepaalt dat de fysieke en materiële schade aan burgers bij een aanval op een legitiem militair doelwit niet buitensporig mag zijn ten aanzien van het directe militaire voordeel van de aanval. Wanneer Palestijnse burgers gedood worden bij een Israëlisch bombardement volstaat als rechtvaardiging niet dat het doelwit een wapendepot of een Hamasstrijder was. Enkel wanneer het verlies van onschuldige mensenlevens in verhouding staat tot het rechtstreekse militaire nut van de aanval is die aanval wettig.
Het hoge aantal burgerdoden en de berichten over de doelwitten van een aantal specifieke operaties doen sterk vermoeden dat Israël het  principe van onderscheid en proportionaliteit in Gaza geregeld schendt.

9. Wat zijn de eisen van Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen?

  • Een onmiddellijke stopzetting van het geweld en een staakt-het-vuren dat gerespecteerd wordt door alle partijen.
  • De naleving van het internationaal humanitair recht door alle strijdende partijen en de juridische vervolging van alle schendingen, in het bijzonder oorlogsmisdaden gepleegd tegen de burgerbevolking.
  • Het bevriezen van de opwaardering van de bilaterale relaties met Israël door de Europese Unie zolang Israël het internationaal recht massaal schendt.

Deel dit artikel