Radiointerview over oost-Congo

Naar aanleiding van het opiniestuk 'Stop de Congolese rebellenjacht' in De Standaard van dinsdag 20 oktober 2009 gaf Hilde Deman diezelfde ochtend een interview aan Radio 1. Hieronder vindt u een transcriptie van het hele interview.
 

RADIO 1 : In het oosten van Congo opereert het Congolese leger met de politieke steun van Rwanda én de VN-missie MONUC nu al maanden tegen de rebellen van het FDLR. Dat zijn Rwandese Hutu- milities – en hun nazaten – waarvan sommigen in 1994 betrokken waren bij de genocide in Rwanda. Het wordt steeds duidelijker dat de operatie niet het beoogde effect heeft, namelijk de milities ontwapenen en naar Rwanda sturen. Integendeel: de operatie is uitgedraaid op etnische afrekeningen en plunderingen aan beide kanten, waarbij de bevolking er het slechtste uitkomt. 
Hilde Deman, onderzoekster bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. U bent net terug uit Zuid-Kivu en hebt vandaag een opiniestuk gepubliceerd in De Standaard.
Voor alle duidelijkheid: de operatie is begonnen in Noord-Kivu, en is daar officieel beëindigd. Wat is de balans daar?
Hilde Deman: Kort ter herinnering: begin dit jaar werd de operatie Umoja Wetu (Onze eenheid) tegen de FDLR -rebellen gelanceerd door Congo en Rwanda. Dit tot ieders verbazing, want plots gingen twee vijanden samenwerken. Deze toenadering tussen Rwanda en Congo werd alom toegejuicht, want een gezamenlijke aanpak van de regionale problemen is een absolute voorwaarde voor een duurzame vrede.
Na de afloop van Umoja Wetu ging het Congolese leger alleen verder met operatie Kimya II (Lingala voor rust, kalmte). Ze wordt hierin ondersteund door de VN-missie Monuc. Operatie Kimya II is begonnen in Noord-Kivu maar heeft zich sinds juli verplaatst naar Zuid-Kivu.
Wat is nu de balans van deze operatie in Noord-Kivu?
Volgens het officieel discours is de operatie afgelopen, de FDLR-rebellen zijn verjaagd en het is nu veilig voor vluchtelingen om terug te keren. Dit staat in schril contrast met situatie op het terrein, waarover Ine Roox deze week bericht in DS. Vluchtelingen durven niet terugkeren omdat het nog niet veilig is. Wat er is gebeurd met de vluchtelingen die zijn moeten vertrekken uit de kampen rond Goma, weet niemand. Daar waar het nationale leger gestationeerd is, blijven berichten binnenkomen over plunderingen, platgebrande dorpen, brutale verkrachtingen, etc. Bijna overal hoor je dat de bevolking zeker evenveel schrik heeft van haar eigen leger dan van de rebellen.
En de plaatsen die tijdelijk bevrijd waren van het FDLR zijn inmiddels weer ingenomen door de rebellen, die zich nu wreken op de bevolking omdat zij zogezegd gecollaboreerd hebben met het leger. In theorie zou de Congolese politie moeten ingezet worden op die plekken om er het staatsgezag te herstellen. Maar dit blijft theorie want in werkelijkheid heeft de politie onvoldoende middelen en manschappen om dit te doen. Het FDLR rekruteert intussen verder en het zijn vooral vrouwen en kinderen die zich voorlopig hebben overgegeven zodat de mannen zich kunnen hergroeperen en veel mobieler worden. Dus of het FDLR door deze operatie erg verzwakt is, blijft nog maar de vraag.
Om het redelijk cynisch te stellen, de kosten-batenanalyse van deze operatie laat duidelijk zien dat deze operatie een mislukking is: voor elke FDLR-strijder die sinds het begin van de operatie ontwapend is, werd er 1 burger vermoord, 7 verkracht en zijn er 900 op de vlucht geslagen.
Een VN-mensenrechtenexpert noemde de operatie vorige week dan ook  catastrofaal.


RADIO 1 : In Zuid-Kivu is de operatie nog aan de gang. Was er een verschil tussen de twee regio’s?
HD: Vorig jaar kwam vooral Noord-Kivu in het nieuws, omdat daar de pro-Tutsirebellen van Laurent Nkunda zeer actief waren en een reële bedreiging vormden voor het regime in Kinshasa. Om het nogal vereenvoudigd te zeggen: Noord-Kivu was tot voor kort een pak woeliger dan Zuid-Kivu, met meer openlijke gevechten, vluchtelingen etc.
Zuid-Kivu was stabieler, ondanks de moeilijke etnische verhoudingen in deze provincie. Vooral in zuidelijk Zuid-Kivu begon men een jaar geleden al te dromen over structurele ontwikkeling. Maar met de huidige operatie is dat volledig teniet gedaan en zitten we vandaag terug volop in een humanitaire crisis.


RADIO 1 : Maar door die Kimya II is de doos van Pandora geopend, zegt u. Wat betekent dat dan?
HD: Zuid-Kivu, en dan vooral het zuidelijk deel, is een onherbergzaam bergachtig gebied waar verschillende etnische groepen samenleven die van tijd tot tijd met elkaar in botsing komen. De conflicten gaan vooral over het bezit en het gebruik van grond (veehouders vs. landbewerkers) en over wie aanspraak kan maken op de Congolese identiteit en dus ook op politieke macht. Soms komt het tot openlijk geweld omdat gemeenschappen – bij gebrek aan bescherming door een leger of aan een functionerend rechtssysteem – het heft in eigen handen nemen en tot zelfverdediging overgaan. Er worden milities gecreëerd die moeten instaan voor de bescherming van hun gemeenschap maar tegenwoordig draaien velen vooral om economisch winstbejag en plegen ze geweld op de bevolking die ze beweren te beschermen. Daarenboven zijn er onder de gewone bevolking ook veel wapens in omloop. Dit is dus sowieso een explosieve context.

Met de volledig ondoordachte klopjacht op FDLR-rebellen, uitgevoerd door een leger dat zich op massale schaal schuldig maakt aan geweld en mensenrechtenschendingen, vraagt men natuurlijk om problemen.

1. Door Kimya II is het FDLR veel gewelddadiger geworden t.a.v. de lokale bevolking. De FDLR waren daarvoor uiteraard ook in Zuid-Kivu een probleem, maar op vele plaatsen bestond een soort ‘modus vivendi’ met de lokale bevolking. Nu reageert het FDLR als woedende wespen op de klopjacht die het leger op hen voert en ze wreken zich op de bevolking die ze beschuldigen van verraad.

2. Het nationale leger FARDC is eerder deel van het probleem. Met de huidige staat van dit leger zijn er m.i. geen kansen dat Kimya II tot een goed einde gebracht kan worden.

3. Door deze nieuwe golf van geweld zijn de lokale rebellenbewegingen niet bereid te ontwapenen. Ze hebben zich eind september teruggetrokken uit het demobilisatieproces. Uiteraard zitten hier voor een deel economische redenen achter: ze willen hun inkomsten uit de illegale mijnbouw niet opgeven, ze willen garanties op een goed loon en een hoge rang in het leger. Maar door het aanhoudende geweld blijven de lokale gemeenschappen voor hun veiligheid ook afhangen van de lokale milities.


RADIO 1 : bedoeling was toch de FDLR-milities ontwapenen. Maar, het Congolese leger zet zelf dan weer ex-rebellen in, die van Laurent Nkunda, een Tutsi. Dat kan alleen maar problemen geven.
HD: De rebellen van het CNDP van Nkunda werden na de arrestatie van hun leider in januari op een drafje in het leger geïntegreerd, verkregen meteen hoge rangen en leiden nu de militaire operaties tegen de Hutu-rebellen van het FDLR. Toen ik in mei in Zuid-Kivu was, uitten vele mensen de vrees dat dit het wankele evenwicht tussen  de verschillende gemeenschappen in Zuid-Kivu zou verstoren. Want er bestaat in Oost-Congo veel wantrouwen t.o.v. Rwanda en t.o.v. de Congolese Tutsi’s, die nogal makkelijk allemaal over dezelfde kam worden geschoren. Door het inzetten van mensen die worden beschouwd als handlangers van het Rwandese regime worden de spanningen ten top gedreven. Om het nog ingewikkelder te maken: tot voor kort werkten sommige eenheden van het FARDC nauw samen met het FDLR, bv. in illegale mijnontginning. Al deze dynamieken creëren uiteraard spanningen binnen het nationale leger. Zo worden er gevechten gemeld waarbij verschillende legereenheden strijden om controle over mijnsites of lokale markten.


RADIO 1 : En de VN-missie: kan die de operatie dan niet controleren?
HD: In principe ondersteunt Monuc deze operatie, vnl. door het geven van logistieke ondersteuning. Het is ook Monuc die instaat voor de ontwapening en repatriëring van FDLR’ers die zich overgeven.
Maar off the record geven Monuc-mensen toe dat de samenwerking met het FARDC verre van ideaal is: het FARDC houdt Monuc niet voldoende op de hoogte van de operatie. Dit bemoeilijkt uiteraard de taak van Monuc. Zo zijn er bv. zeer verontrustende verhalen over aanvallen door regeringssoldaten op FDLR-rebellen die zich overgeven, nog voordat Monuc hen kan bereiken.
Bovendien blijft Monuc kampen met te weinig middelen: zo zijn de 3000 extra manschappen die een jaar geleden beloofd werden, nog steeds niet gearriveerd. Daarnaast is er ook gebrek aan civiel personeel, vertalers, etc.
Maar anderzijds heeft de top van Monuc ook duidelijk een politieke beslissing genomen om voluit te gaan voor steun aan Kimya II ten koste van het inzetten van zijn schaarse middelen op bescherming van burgers. Een beslissing waarmee niet per se iedereen binnen Monuc het eens is.


RADIO 1 : U wijst ook op de verantwoordelijkheid van de Rwandese regering. Zij ziet natuurlijk liever het FDLR niet terugkomen. Ligt daar het probleem?
HD: De officiële doelstelling van de operatie is het FDLR onder druk zetten om te ontwapenen en terug te keren naar Rwanda. Rwanda dringt er al lang bij de Congolese regering op aan om paal en perk te stellen aan het FDLR. Maar of Rwanda echt staat te springen om deze FDLR te ontvangen, daar zijn inderdaad vragen over.
Toch kan het FDLR niet eeuwig in Congo blijven, daar is iedereen het over eens. Het FDLR vormt nu vooral een bedreiging voor de Congolese bevolking, niet voor het Rwandese regime. De bevolking in Oost-Congo wil dat het FDLR-probleem wordt aangepakt maar is gekant tegen de manier waarop dit nu gebeurt, namelijk op uitsluitend militaire wijze. Want zij dragen er de gevolgen van. De bevolking wil dat er eindelijk werk wordt gemaakt van een politiek onderhandelde oplossing en een vreedzame terugkeer van het FDLR. Daarvoor is inderdaad medewerking van de Rwandese regering nodig, iets wat op dit moment weinig realistisch lijkt. Tenzij de internationale gemeenschap natuurlijk meer druk gaat uitoefenen op Rwanda opdat het zijn verantwoordelijkheid hierin neemt. We hebben de laatste maanden gezien dat dit toch effect kan hebben.Opties moeten ook overwogen worden om het FDLR te herlokaliseren in de regio of erbuiten. En de leden van het FDLR die deel hebben genomen aan de Rwandese genocide moeten uiteraard berecht worden, ook de politieke leiders die zich in Europa bevinden.


RADIO 1 : U zegt: de operatie moet stoppen. Maar kan er wel een politieke oplossing komen voor dat moeilijke etnische kluwen?
HD: De mensen in Oost-Congo vragen inderdaad dat er onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan deze desastreuze militaire operatie. Deze terechte vraag wordt door Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen ondersteund. Door Kimya II is nog maar eens het failliet van de puur militaire aanpak aangetoond.
Maar we zijn niet naïef: een onderhandelde oplossing die de politieke en economische oorzaken van de jarenlange conflicten in de Grote Merenregio ten gronde aanpakt is een werk van lange adem. Het vraagt een diepgaand, oprecht en langdurig engagement van de regeringen in de regio en van de internationale gemeenschap, twee zaken die tot nu toe vaak ontbraken.
Om terug te komen op de kosten-batenanalyse: we moeten ervoor zorgen dat er meer mensen baat krijgen bij vrede en stabiliteit in Oost-Congo dan bij het in stand houden van de chaos. Daarin ligt natuurlijk ook een grote verantwoordelijkheid van Westerse bedrijven en regeringen.

RADIO 1 : Wat raadt u de Belgische regering aan?
HD: 1) Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen vinden in de allereerste plaats dat de Belgische regering bij de Congolese regering moet aandringen op het onmiddellijk stopzetten van de militaire operatie. Bij de VN moet erop worden aangedrongen dat Monuc zich weer gaat focussen op haar hoofdtaak, nml. bescherming van de burgers. Wij sluiten niet uit dat er in de toekomst op kleinere schaal verdere militaire actie wordt ondernomen tegen de harde kern van het FDLR, maar zulke actie moet dan veel beter voorbereid en omkaderd worden om de negatieve impact op de burgerbevolking zoveel mogelijk te beperken.

2) Er moet ook een openlijke veroordeling komen van de zware humanitaire tol die deze operatie eist, want nu wordt het leed van de vele slachtoffers niet erkend. De bijeenkomst van Europese buitenlandministers volgende week maandag is hiervoor een uitgelezen moment.

3) Ons land moet zich blijven engageren om structurele antwoorden te vinden voor het FDLR en andere problemen in de regio. Er moet blijvend druk gezet worden op de regeringen in de regio: op Kabila om zijn leger om te vormen tot een leger dat zijn eigen bevolking beschermt. En op Kagame, om de kansen voor een vreedzame terugkeer van het FDLR naar Rwanda te verhogen.

We zijn misschien een klein land, maar zowel Congo als Rwanda zijn belangrijke partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Dit geeft ons toch wel wat gewicht, we zouden het alleen beter moeten leren aanwenden. Ons land kan dit niet alleen doen, we moeten de rest van de internationale gemeenschap meekrijgen. En we moeten zelf vooral een lange termijnvisie en -aanpak op Congo uitbouwen, tot nu toe blijven die toch schrijnend ad hoc en worden ze vooral bepaald door interne Belgische politieke dynamieken. Daar moeten we echt van af. Hopelijk kan minister Leterme hierin een stijlbreuk teweeg brengen. Dat zou in elk geval een mooi verjaardagscadeau zijn voor de 50ste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid in 2010.

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel