Repressie in de Arabische wereld met 'onze' wapens

De opstand tegen het dictatoriaal regime in Libië heeft in het zuiden van ons land voor ophef gezorgd. De Waalse regering leverde in 2009 immers een wapenexportvergunning voor Libië af, ter waarde van ongeveer 11,5 miljoen euro. Het betrof lichte wapens van FN Herstal, een bedrijf dat 100 procent in handen is van de Waalse overheid. Het gros van de wapens was bestemd voor een bataljon van de Libische elitetroepen, die onder leiding staan van de zoon van Khadafi. Een ander deel van de levering was bestemd voor de politie.

fn303Toen de Waalse regering vorig jaar opnieuw wapens wilde leveren, trokken de Franstalige Liga voor de Mensenrechten en het Vredesplatform CNAPD naar de Raad van State. Terecht, zo blijkt nu. De kans is namelijk behoorlijk groot dat de Belgische wapens ingezet worden bij het bloedig neerslaan van de manifestaties in Libië. Tot 2004 gold een Europees wapenembargo tegen Libië. Sinds het zonder voorwaarden is opgeheven, leveren tal van EU-landen opnieuw zonder scrupules wapens aan dit dictatoriaal regime, ook al heeft het een bar slechte reputatie op vlak van mensenrechten. In 2009 leverden 13 landen van de Europese Unie voor 343 miljoen aan wapenvergunningen voor Libië af.  België, dat volgens het rapport goed is voor 22,3 miljoen Euro (het dubbele dus van het bedrag dat in de media circuleert!), is dus geen uitzondering.

Het legt de vinger op de wonde van een problematiek die de vredesbeweging al jaren aankaart. Wapenwetten noch Europese regels blijken een hinderpaal te vormen voor de levering van wapens aan landen met repressieve regimes. De Belgische wapenwet stelt nochtans duidelijk -in een van de vijf leveringscriteria- dat elke vergunning moet worden verworpen als “er voldoende aanwijzingen bestaan dat in het land van bestemming de uitvoer of doorvoer bijdraagt tot een klaarblijkelijke schending van de mensenrechten, er een duidelijk risico bestaat dat de beoogde uitvoer gebruikt wordt voor binnenlandse onderdrukking...” Ook de in 2008 bindend gemaakte EU-Gedragscode betreffende wapenuitvoer heeft het risico op binnenlandse onderdrukking als criterium voor niet-levering.

In de praktijk verloopt het evenwel helemaal anders en laten de EU-landen met inbegrip van België de economische en politieke belangen primeren. Volgens het laatste officiële EU-rapport hebben de landen van de EU in 2009 voor maar liefst 11,6 miljard Euro aan wapenvergunningen goedgekeurd voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, met inbegrip van alle problematische landen. Dat is een verdubbeling in vergelijking met het jaar daarvoor (5,95 miljard Euro)! Het Belgische aandeel daarin bedraagt 418 miljoen Euro (375 miljoen Euro in 2008). Tot de belangrijke eindbestemmingen horen de brutaalste regimes met als grote uitschieter Saoedi-Arabië, met 5 miljard Euro, goed voor bijna de helft van de Europese wapenexport (België: 337 miljoen Euro). De positieve noot over het Europese wapenbeleid die de Vlaamse regering op haar website heeft geplaatst, krijgt in het licht van de gebeurtenissen in de mediterrane regio een nogal cynische bijklank. Daar staat dat de “EU lidstaten zich opnieuw vastberaden (hebben) getoond in hun streven de uitvoer van militaire technologie en goederen te voorkomen indien die gebruikt kunnen worden voor ongewenste doeleinden zoals binnenlandse onderdrukking...”

fn303_libieBelgië heeft de afgelopen jaren naar bijna alle landen uitgevoerd waar de bevolking op straat is gekomen voor vrijheid, democratie en mensenrechten, namelijk Marokko, Algerije, Libië, Egypte, Jordanië, Jemen en Bahrein. In België is het vergunningenbeleid en de controle al een aantal jaar geregionaliseerd. Hoewel de belangrijkste wapenbedrijven zich in Wallonië bevinden groeit de handel van vooral hoogtechnologische onderdelen van wapens uit Vlaanderen met even problematische proporties. Volgens de officiële Vlaamse verslagen leverde Vlaanderen in december 2010 nog voor 1,5 miljoen Euro vergunningen af voor militaire voertuigen en/of onderdelen met eindbestemming Bahrein. In Bahrein vielen de afgelopen week verschillende doden als gevolg van het hardhandig optreden van leger en politie.

“Mensenrechten zijn aanwezig in alle geledingen van ons buitenlands beleid”, aldus de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het probleem is echter dat het wapenhandelbeleid geen federale materie is en Buitenlandse Zaken wel. Discrepanties kunnen tussen de twee treden dus gemakkelijk op. Het wapenhandelbeleid illustreert dat we vooral goed zijn in het leveren van lippendienst aan het respect voor de mensenrechten. De militaire industrie is een belangrijke sector in Europa en beschikt over een sterke lobby om haar belangen te verdedigen. In 2009 leverden de EU landen voor 40 miljard Euro vergunningen voor wapenexport af, een stijging van zomaar eventjes 20% t.o.v. 2008. Meer dan de helft daarvan komt op de markten in het zuiden terecht. Dat slorpt niet alleen massa's middelen op in die landen waar de bevolking amper de eindjes aan elkaar kan knopen. Bovendien komen veel van die wapens terecht in conflictregio's. Bij de repressie door de regimes van de Arabische wereld en Israël hebben deze wapens al voor heel wat leed gezorgd. De jongste weken hebben landen als Groot-Brittannië en Duitsland vergunningen naar landen als Egypte en Libië ingetrokken. Laat ons hopen dat dit tot nadenken stemt voor de toekomst. We beschikken over duidelijke criteria die de wapenhandel aan banden moet leggen, maar de beleidsmakers moeten er dan ook voor zorgen dat ze deze criteria respecteren. Misschien moeten we het principe omdraaien en een principieel verbod afkondigen op alle wapenexport, tenzij wordt aangetoond dat de landen van bestemming koosjer zijn.

Ludo De Brabander

Opiniestuk verschenen in De Morgen van 22/02

zie ook: Dodelijk cynisme van Belgische makelij

Vrede DOOR:

Deel dit artikel