Rigoberta Menchú: “Onderschat mij en mijn volk niet”

De Guatemalteekse voorvechtster voor de mensenrechten Rigoberta Menchú kreeg in 1992 de Nobelprijs voor de Vrede. Vandaag doet ze een gooi naar het presidentschap van haar land, als eerste vrouw en vooral als eerste inheemse. Ze kan in de voetsporen treden van Evo Morales, de president van Bolivia. Maar allicht schiet ze bij de verkiezingen van dit jaar – eerste ronde op 9 september, tweede ronde op 4 november – tekort, wegens te laat begonnen met de campagne en te weinig middelen. “Geen erg”, zegt Rigoberta Menchú vastberaden, dat is dan een goede aanzet voor een volgende keer, in 2011”.

Rigoberta, zoals iedereen haar noemt, was op 19 juli te gast op een gezondheidsconferentie in Guatemala. Net als andere presidentskandidaten mocht ze er haar voorstellen voor het gezondheidsbeleid komen toelichten. Ik ben niet zeker dat ik haar eerste zinnen goed heb begrepen – die waren in het Quiché, de taal van haar inheemse gemeenschap. Maar van de rest van haar toespraak, en van haar antwoorden op de vele vragen uit het publiek, volgt hier een korte neerslag.

Rigoberta Menchú begint met een lofzang op het werk van de gezondheidsorganisaties: “Jullie zijn de bevolking altijd blijven dienen, ook in de hardste perioden.” Een duidelijke referentie naar de jaren van de gruwelijke repressie door nietsontziende militaire dictaturen, waarvan ook haar eigen vader het slachtoffer werd. “Een van mijn programmapunten is het uitwerken van een gezondheidsbeleid dat multicultureel is en multi-etnisch”, vervolgt ze, “om recht te doen aan dat andere Guatemala, dat nooit in rekening wordt gebracht.” Ze bedoelt het inheemse Guatemala, de tientallen inheemse gemeenschappen die samen 40% van de bevolking uitmaken. “We zullen het grondig anders moeten aanpakken dan in de voorbije 200 jaar”, zegt ze, toen de inheemsen helemaal niet aan de bak kwamen.

Waarom stapt Rigoberta in de verkiezingsarena? “Ik wil met veel overgave gaan voor een multiculturele staat”, zegt ze, “en dat betekent gaan voor de macht. Want deelnemen aan de verschillende niveaus van beslissing is nog wat méér dan alleen maar deelnemen aan verkiezingen. We zijn veel te lang waarnemers en commentatoren gebleven van een systeem dat monocultureel was en exclusief, dat bevolkingsgroepen uitsloot. Nu ga ik de uitdaging aan, als Guatemalteekse, als Maya en als vrouw. Ik neem die hele rugzak op m'n rug. Onze dromen werden altijd tegengehouden, nu willen we ze eindelijk realiseren.”

Omdat Rigoberta's beweging Winaq gloednieuw is en onvoldoende sterk staat, is ze een alliantie aangegaan met de Encuentro por Guatemala van een andere mensenrechtenactiviste met lange staat van dienst, Wineth Montenegro. Rigoberta Menchú: “Als we regeringsverantwoordelijkheid willen opnemen, moeten we allianties aangaan. Die bondgenoten moeten uiteraard wel willen gaan voor een inclusief beleid, waarbij alle bevolkingsgroepen aan hun trekken komen, en voor een sociaal beleid, met ondere andere een landhervorming.”

Niet alleen slechte tanden vullen

Wat zou zo'n beleid kunnen betekenen op vlak van gezondheid? Rigoberta: “Net als jullie hebben wij een integrale visie op gezondheid. We moeten ermee ophouden om te denken dat gezondheidszorg bestaat uit het uitdelen van aspirientjes en kalmeermiddelen, uit links en rechts wat hulp bieden. De gezondheidszorg moet voor iedereen toegankelijk zijn, moet gebaseerd zijn op het solidariteitsprincipe, en moet respect hebben voor verschillende vormen van medische kennis, ook de inheemse. We willen het systeem van gezondheidszorg grondig herzien, en via wetgevend werk komen tot een eengemaakt nationaal gezondheidssysteem, waarbinnen er plaats is voor de systemen van de inheemse volkeren, de ngo's, private stichtingen, enz.”

Een integraal gezondheidsbeleid moet ook – of zelfs in de eerste plaats – andere domeinen van het sociaal beleid bestrijken. “Want een minister kan zich niet alleen bezighouden met het vullen van slechte tanden, er zijn ook nog andere lichaamsdelen”, lacht Rigoberta. Ze noemt drie prioriteiten: “Ten eerste de verschrikkelijke ongelijkheid in onze maatschappij – die niet verward mag worden met armoede: het gaat om gelijkheid van kansen, niet alleen tussen inheemsen en latino's, maar ook tussen de verschillende sociale klassen. Ten tweede is er de armoede. Die kan bestreden worden door jobs te creëren en te voorzien in een goede opleiding. En ten derde is er de discriminatie, de uitsluiting van de inheemse volkeren.”

Iemand uit het publiek wil weten welk budget 'president Menchú' zal voorzien voor gezondheidszorg. Rigoberta: “Het is duidelijk dat er drastische maatregelen moeten komen, want ons netwerk van publieke hospitalen ligt op apegapen. Maar je mag ook niet alles in monetaire termen vertalen: levenskwaliteit kan je niet afmeten aan het aantal quetzales (de Guatemalteekse munt, nvdr) dat je investeert in gezondheidszorg. Hoewel kandidaten natuurlijk graag dat soort beloften doen. Het is triest, de verkiezingen zijn in feite één grote markt waar alles om het geld draait.”

Ik vraag Rigoberta wat haar buitenlands beleid zal zijn, of ze Guatemala zal laten toetreden tot het alternatief handelsblok ALBA (met Cuba, Venezuela, Ecuador en Nicaragua). Rigoberta antwoordt ontwijkend: “Wij willen dat Guatemala zijn waardigheid terugvindt op het wereldtoneel”. En dan wijdt ze uit over haar economisch beleid: “80% van onze economie is informeel, en 80% van de inheemse bevolking leeft in extreme armoede. Om daar wat aan te doen, willen we een sociale invulling geven aan het economisch beleid, met plaats voor de volks-, de familiale en de coöperatieve economie. Waarbij de overheid vooral wil faciliteren in plaats van te reguleren: de overheid mag geen politie zijn.”

Moeite met kritiek?

Er komen ook kritische vragen. Veel mensen zijn er immers niet mee gediend dat Rigoberta de speciale vredesambassadrice is van de huidige, rechtse regering. Ze heeft ook een eigen stichting opgezet, die gezondheidszorg verstrekt en inheemse geneesmiddelen verkoopt – een winstgevend zaakje, volgens sommigen. Er doen geruchten de ronde dat ze haar werknemers het minimumloon niet zou betalen. En internationaal is er de heisa geweest over haar autobiografie, waarin ze soms een loopje met de waarheid zou hebben genomen. (Hoewel het vaststaat dat Rigoberta's vader door de militairen werd vermoord toen hij in 1980 – Rigoberta was toen twintig – met andere protesterende boeren de Spaanse ambassade in Guatemala City bezette.)

Rigoberta Menchú heeft het zichtbaar moeilijk met de kritiek. Of ze zich als symbool niet laat misbruiken, en of ze zelf geen handeltjes opzet met gezondheid? “Me laten misbruiken, dat verwijt hoor ik al 27 jaar”, repliceert ze. “En wat is er fout aan het opzetten van gezondheidsposten en apotheekjes in de Quiché (de arme, inheemse streek waarvan Rigoberta afkomstig is, nvdr)? Kritiek zal er altijd zijn, ik herinner me nog de kritiek die ik kreeg toen we condomen binnenbrachten in Guatemala!” Of ze wel genoeg doet tegen mensenrechtenschendingen, zoals die begaan door de petroleummaatschappijen, onder de huidige regering? Rigoberta's gelaat vertrekt. “Als er iemand is die iets heeft ondernomen voor onze gevallen compañeros, dan ben ik het wel. Wie anders heeft in Spanje een proces aangespannen tegen Guatemalteekse militairen?”

Het is tijd voor een afsluitend woordje, want ze moet alweer naar een volgende afspraak. Rigoberta Menchú: “Ik zal niet toestaan dat ik onderschat word. Ik ben een sterke vrouw. Maar onderschat ook vooral mijn volk niet, dat vandaag goed geïnformeerd en georganiseerd is. We zullen niet meer laten gebeuren dat de armen worden gemanipuleerd ten voordele van enkelingen. Ook internationaal hebben we veel vrienden en hulp, en dat is mooi, op één voorwaarde: dat we niet worden onderworpen aan een beleid dat we niet wensen.” En weg is ze, sterke Rigoberta.

intal DOOR:

Deel dit artikel