Rust in Oost-Congo is illusie

De Rwandese troepen ronden vandaag hun terugtrekking uit Congo af, als alles volgens schema verloopt. De internationale gemeenschap kijkt goedkeurend toe. Maar er is weinig reden tot feestvreugde.

Het Rwandese en Congolese leger ontmoetten elkaar vorige week niet voor een hevige clash, maar voor een gezamenlijke militaire parade. Dit onder goedkeurend oog van presidenten Paul Kagame en Joseph Kabila. De feestelijke ceremonie luidde het eind in van een gezamenlijke campagne en het begin van de Rwandese troepenterugtrekking uit Congo. Die moet vandaag afgerond worden.

Afgelopen herfst had niemand zoiets kunnen vermoeden. Toen veroorzaakten de gevechten tussen de rebellen van Laurent Nkunda en het Congolese leger een humanitaire crisis. Tijdens en na het conflict vielen duizenden burgerdoden en een kwart miljoen mensen sloeg op de vlucht. Een golf van verkrachtingen en kinderontvoeringen teisterde de bevolking van Oost-Congo. Een VN-rapport bevestigt dat Nkunda steun kreeg van Rwanda.

Maar met de plotse arrestatie van Nkunda door Rwanda keerde het tij. President Kagame voelde de internationale druk stijgen en begon de controle over Nkunda te verliezen. Voor Kabila was de arrestatie meer dan welkom, de militaire nederlagen en de grenzeloze ambitie van Nkunda wogen op zijn gezag.

Vandaar dat Kabila en Kagame elkaar vonden. Kagame kreeg vrij spel om op Congolese bodem het rebellenleger FDLR aan te pakken. De harde kern van deze Hutubeweging wordt beschuldigd van deelname aan de genocide in Rwanda. In het noorden zette Congo dan weer samen met Oeganda en Zuid-Soedan een aanval op poten tegen het Lord Resistance Army (LRA) van Joseph Kony, bekend van zijn massale ontvoering van kindsoldaten.

De leden van de internationale gemeenschap kijken mild tot zeer enthousiast toe. Ze kunnen rustig wachten met de uitbreiding van de VN-vredesmissie Monuc. Ze houden vast aan het idee dat de plaatselijke leiders zelf stappen nemen om vrede en stabiliteit te waarborgen. ‘Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen’ heet dat in diplomatentaal.

Is het dan inderdaad peis en vree in Oost-Congo? Helaas is het allerminst zo rooskleurig als sommigen willen geloven. De nieuwe militaire samenwerking kan een eerste stap zijn op weg naar stabiliteit en duurzame vrede in de regio. Maar dan moet de samenwerking uitgebreid worden naar andere vlakken. De humanitaire crisis moet dringen aangepakt worden.

De resultaten van de militaire operaties zijn niet spectaculair. Negentig procent van de FDLR-troepen zou simpelweg het woud in zijn gedreven, in afwachting van een kans op terugkeer. Een deel zoekt nu al de basissen weer op en ontziet daarbij de burgerbevolking niet. Ook het LRA hergroepeerde zich en nam wraak. Minstens achthonderd burgers werden gedood.

Duizenden vluchtelingen maken zich op om terug te keren, maar ze zijn hun hebben en houden en vaak ook hun familie kwijt. Voor hen gaat de humanitaire crisis gewoon verder. Het aantal conflicten om land zal nog de hoogte in schieten als ze terugkeren. Nog vele andere structurele oorzaken van het conflict blijven onaangetast. Halfslachtige militaire missies zullen daar niets aan veranderen.

De gang van zaken heeft de cultuur van straffeloosheid nog maar eens bevestigd. De VN zegt over sterke aanwijzingen te beschikken dat er deze herfst oorlogsmisdaden gepleegd zijn. Maar geen enkele dader hoeft zich te verantwoorden. Het rebellenleger van Nkunda gaat schijnbaar geruisloos op in het Congolese leger. Bosco Ntaganda, de voormalige rechterhand van Nkunda die wordt gezocht door het Internationaal Strafhof in Den Haag, kon bedingen niet te worden uitgeleverd in ruil voor zijn medewerking.

Congo moet zich bezinnen hoe het slappe koord tussen vrede en gerechtigheid bewandeld dient te worden. Dat Congo niet van plan is Ntaganda uit te leveren, doet vrezen dat de aanpak van straffeloosheid geen prioriteit is. ‘Het bewaren van de vrede heeft prioriteit boven de gerechtigheid’, zei de Congolese minister van Justitie Luzolo over dat dossier.

Toen het conflict deze herfst oplaaide, hoorden we in Europa en daarbuiten de ene na de andere politieke leider het geweld veroordelen. Tot actie kwam het evenwel niet, ondanks de Belgische inspanningen om een Europese troepenmacht op de been te brengen. Vandaag mogen politici en diplomaten de verbeterde relaties tussen Congo en Rwanda niet aanwenden als een voorwendsel om onder hun verantwoordelijkheden uit te komen.

De uitbreiding van Monuc duurt te lang. VN-leider Ban Ki Moon waarschuwde dat zelfs voor de huidige bezetting de fondsen opraken. België, dat pleitte voor versterking, zegde een C-130 toe. Maar het blijft wachten op andere bijdragen die nodig zijn om het vertrouwen van de burgerbevolking terug te winnen.

De FDLR-rebellen moeten verder ontwapend worden en de kans krijgen om vrijwillig terug te keren naar Rwanda. Tegelijkertijd moet de harde kern van het FDLR verantwoording afleggen voor hun misdaden tijdens de Rwandese genocide. Ook Europa heeft daar een belangrijke rol in te spelen. Vele FDLR-kopstukken bevinden zich immers hier. Europa kan hun fondsen bevriezen en bewegingsvrijheid inperken.

Een ander belangrijk actiepunt is de hervorming van leger, politie en gerecht. Meerdere Europese landen, waaronder België hebben hiervoor programma’s lopen. Deze moeten zeker worden voortgezet. Maar om betere resultaten te boeken, is het broodnodig dat er meer coördinatie tussen de verschillende initiatieven komt. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel zei vorige week in deze krant zich zorgen te maken dat België ‘toch geen verschil kan maken’ in Congo. Maar hij hoeft het hoofd niet te laten hangen. Het engagement dat er binnen de Belgische politiek nog altijd is voor Congo, moet ingezet worden om internationale daadkracht op gang te brengen. Anders maakt de prille vrede waar vader Louis Michel zo opgetogen over is, geen schijn van kans.


Deze tekst wordt ondertekend door 11.11.11, Broederlijk Delen, Pax Christi Vlaanderen, Atol, CDI-Bwamanda, Memisa, Artsen zonder Vakantie, Intal, Wereldsolidariteit.
Verschenen als opiniestuk in De Standaard van 3 maart 2009.

Deel dit artikel