Staakt-het-vuren in Gaza. Wat nu?

“Na een offensief van ongeveer drie weken heeft Israël eenzijdig een staakt-het-vuren afgekondigd en kan de rust in Gaza terugkeren.” Dit was de openingszin van één van de vele artikels die sinds zaterdag 17/1 verschenen zijn in menig dag- en weekblad. Het viel vrijwilliger Jos De Wit op dat de dagen voorafgaand aan dit staakt-het-vuren in de media in verhouding meer aandacht gegeven werd aan randfenomenen. Menig expert mocht zijn mening geven over al of niet verantwoord gebruik van wapens, eerder dan stil te staan bij oorzaak, gevolg en ernst van de toestand. ‘Het gaf mij het gevoel dat er naarmate het aantal doden steeg er een zekere vervlakking optrad, wat aanleiding zou kunnen geven tot het snel aanvaarden van het staakt-het-vuren, zonder vooruitzicht op gesprekken die tot een aanzet tot fundamentele oplossing van dit conflict zouden moeten leiden’, stelt Jos. ‘Vandaar mijn vraag: Wat nu?’

1. Winnaars en verliezers

Ik zie geen enkele winnaar. Natuurlijk kan je met enige goede wil, maar vooral veel “hineininterpretieren” aangeven dat iemand een militaire overwinning behaald heeft. Dat een andere een overwinning claimt omwille van het “standhouden” tegenover een veel machtiger tegenstander. Dat nog iemand anders een politieke overwinning behaald heeft en ga zo maar door. Maar overwinningen zijn echt maar overwinningen als ze een aanzet geven tot verbetering. En dat zie ik hier nog niet zo snel gebeuren.

Iedereen, en in eerste instantie de Palestijnse en Israëlische burgerbevolking is voor alles de grootste verliezer. Lees maar eens de verwachtingen met betrekking tot de mogelijke winnaar van de verkiezingen op 10 februari 2009. Noch Livni, noch Barak zijn zeker dat de Israëlische bevolking hen zal “belonen” voor het (nog niet helemaal) opruimen van Hamas. Probeer maar eens te peilen naar de gevoelens van de Palestijnen, zowel in Gaza als op de Westelijke Jordaanoever ten opzichte van hun buren bij het dodental (1.300), de verwoestingen die disproportioneel zijn ten opzichte van de dreiging die uitging van Hamas.  Welke Palestijnse vader of moeder kan zomaar vertrouwen geven aan een beweging zoals Hamas die tegen beter weten in, doorgaat met agressie, die enkel en alleen aanleiding geeft tot nog meer reactie van de tegenpartij met de gekende gevolgen? Neen, wie zich nu durft profileren als winnaar pleegt verraad tegenover zijn eigen achterban.

2. Wat kunnen we uit deze 22-daagse veldtocht leren?

Het was de zoveelste “oefening” of “try out” waarbij middelen gebruikt werden die totaal niet in verhouding stonden met de door de tegenpartij veroorzaakte schade. Vele militaire experts hebben proberen uit te leggen dat het dodental al bij al nog meeviel, juist door het gebruik van super gesofistikeerde middelen. Je moet het maar met je geweten in overeenstemming kunnen brengen om dit soort bewijsvoering als “legitiem” te beschouwen. Diezelfde experts hebben ons proberen uit te leggen dat oorlogvoering in zo dichtbevolkte gebieden niet anders dan “collateral damage” kan opleveren. Het is verhelderend om dan te lezen dat kinderen en vrouwen dus ook als “collateral damage” mogen beschouwd worden. Of zoals Israëlisch minister van Binnenlandse Zaken Meir Sheetrit tijdens een bezoek aan België aan de Tijd toevertrouwde: “het was oorlog, geen vakantietrip”.

Hetzelfde geldt voor Hamas. De beweging profileert zichzelf als diegene die oog heeft voor en bezorgd is om de plaatselijke bevolking, die haar vertrouwen in Hamas als partij nog recent bevestigd had. Dan moet ze als de feitelijke bestuurlijk verantwoordelijke voor 1,5 miljoen Palestijnen haar verantwoordelijkheid opnemen en zelf een einde stellen aan een uitzichtloos conflict. Zeker in de wetenschap dat  het verderzetten van beschietingen alleen maar meer doden, gewonden en materiële schade oplevert.

3. Is er hoop op beterschap?

Sinds 20 januari 2009 is er aan de andere kant van de oceaan veel te doen over “Hope”. Dit is ook overgewaaid naar onze regionen. En dat is goed. Ik zie volgende elementen die moeten vervuld zijn om tot beterschap te komen.

  • Elkaar (terug leren) kennen; of beter nog: elkaar terug willen leren kennen.


Het interview met Israëlisch-Nederlands journaliste Sjifra Herschberg in de Tijd van 10 januari 2009 was bijzonder verhelderend. Zij gaf aan dat Palestijnen en Israëli’s elkaar niet meer kennen. Dit sinds de beide Intifada’s en vooral door de wijze waarop Israël zijn bevolking is gaan beschermen tegenover de rechtstreekse buren. De bouw van de muur, het bijna onmogelijk maken voor de Palestijnse burger om zich in de Gaza en op de Westoever op een aanvaardbare manier te verplaatsen, het (des)organiseren van het publiek leven door onnoemelijk administratieve regels en procedures zowel ten aanzien Arabische bewoners van Israël, Palestijnse bewoners van Oost-Jeruzalem, Palestijnse bewoners van de Gazastrook en de Westoever.

Er is een hele (jonge) generatie Israëli’s opgegroeid die de Palestijnse buur alleen maar kan identificeren aan de hand van: stenen gooien, beschietingen met zelfgemaakte raketten en zelfmoordaanslagen tegen Israëlische burgers. Het is niet moeilijk om dan de houding van een 20-jarige Israëlische soldaat te verklaren die een Palestijn die zich aanbiedt met een boodschappenwagentje aan een checkpoint aan de Muur te beschouwen als een potentiële terrorist die in zijn boodschappenwagentje een zelfgemaakte bom verbergt. Het is niet moeilijk om dan de houding van de Palestijnen te verklaren waarvan sommigen nu al drie generaties in vluchtelingenkampen wonen wanneer ze voor de zoveelste keer op gelijk wel tijdstip van de dag uit hun huizen gehaald worden, bij het minste vermoeden van aanwezigheid van een potentiële terrorist.

Dit is geen fictie. Ik was toeschouwer op de eerste rij tijdens mijn vredespelgrimage in april 2008. Een wat oudere Palestijn werd met zijn boodschappenwagentje teruggestuurd omdat de Israëlische soldaat vond dat hij hem niet moest doorlaten, omdat de Palestijn zich op het verkeerde moment aan de overgang aanbood. Ik was toeschouwer op de eerste rij tijdens ons bezoek aan Hebron; waar een Palestijn die de moskee wou bezoeken voor het vrijdaggebed niet doorgelaten werd door een Israëlische soldaat; omdat de Palestijn volgens de Israëli verbaal en non-verbaal agressief overkwam.

  • Als je elkaar kent of wil leren kennen, kan er begrip groeien wat aanleiding zal geven tot respect.

De hierboven geschetste toestand leidt ontegensprekelijk tot de vaststelling dat de hedendaagse Palestijnse én Israëlische jeugd helemaal geen begrip voor elkaar kan opbrengen. Waar zouden ze de objectieve feiten vinden om dit begrip op te bouwen? Maar het gaat natuurlijk veel verder dan de hedendaagse jeugd. De Israëlische maatschappij is gebouwd op een militaire tot paramilitaire basis. Alle politici die Israël al gekend hebben komen of kwamen uit de zionistische paramilitaire groeperingen uit de beginjaren, en daarna obligaat uit het leger. Militairen worden tevens begunstigd met allerlei voordelen op het maatschappelijke vlak die de dienstplicht van meerdere jaren verdoezelen en een militaire loopbaan aanmoedigen.

En zo komen we tot de vaststelling van manifest gebrek aan respect dat de Israëlische overheid en tevens de Israëlische bevolking, bereid is op te brengen voor haar Palestijnse buur. Dit blijkt ten overvloede uit het verderzetten van het nederzettingsbeleid, bouwen van de Muur, verscherpen van toezicht en toegang, afgrendelen van Gaza enz. Zelfs tijdens de periodes wanneer Palestijnen en Israëli’s onder toezicht van hun bewaarengelen gesprekken voerden om te komen tot een oplossing. Zelfs tijdens het staakt-het-vuren dat Hamas had afgekondigd sinds juni 2008 werd Gaza in een wurggreep gehouden, tot en met afgrendelen van de schaarse grensovergangen en verhinderen van toevoer van goederen.

  • Het afbouwen van een verkeerdelijk onveiligheidsgevoel en gevoel van “iedereen is tegen ons”.

De Israëlische samenleving vindt zichzelf terug in een bijna onwezenlijk gevoel van “iedereen is tegen ons”. Dus wij moeten ons verdedigen tegen elkeen wie of waar hij ook woont; én wij moeten het zelf doen, want als het erop aankomt, zijn we zelfs niet zeker van onze beste vrienden. Eerder geciteerder Meir Sheetrit verklaarde ook nog: “Je kan de kritiek op Israël nooit goedpraten”. Herhaalde lezing van dit zinnetje leert ons dat het gevoel van “onveiligheid” ingebakken zit in de Israëlische samenleving. Zelfs kritiek uiten komt als bedreigend over. Ook al is het onveiligheidsgevoel te begrijpen, door de dreiging die uitgaat vanuit Iran, het geweld van niet-statelijke actoren en het feit dat Israël nog steeds op voet van oorlog leeft met buurlanden Syrië en Libanon, toch mag het niet dienen als een legitimatie voor Israëls agressief beleid.

  • Het geleidelijk opheffen van echte en vermeende barrières tussen de twee gemeenschappen.

Israël is het aan zichzelf verplicht om de onrechtvaardige bezetting van de Gazastrook, de Westoever en Oost-Jeruzalem op te heffen. Het is het aan zichzelf verplicht om de verdere bouw van de Muur en de uitbouw van de nederzettingen stop te zetten.

De Palestijnse partijen (Fatah en Hamas) zijn het aan hun bevolking verplicht hun totaal onproductieve meningsverschillen op zij te zetten en te komen tot een eenheidsregering met slechts één doel: het welzijn van alle Palestijnen. Cruciaal is het ontwapenen van alle milities die moeten opgaan in een structuur met een politionele bevoegdheid. Daarnaast moeten ze erkennen dat Israël een feitelijk gegeven is nu én voor de toekomst en dat de Palestijnen er alle belang bij hebben dat die Israëlische samenleving zich kan ontwikkelen met wederzijds respect voor zowel de religieuze, culturele en maatschappelijke verschillen die beide bevolkingsgroepen van elkaar onderscheidt.

De internationale samenleving zal moeten erkennen dat het Israël dat zij beschouwen als enige democratie in het Midden-Oosten, niet de voorbeeldfunctie heeft opgenomen ten aanzien van de omringende landen. Ze moeten inzien dat Israël zijn voorkeurbehandeling niet langer kan claimen, noch vanuit het dramatische verleden van het Joodse volk (1930 – 1945 in Europa), noch vanuit het gevoel “bedreigd worden door…”

Of dit alles mogelijk is weet ik niet. Wat ik wel ervaren heb is dat twee vaders die hun dochters verloren hadden; de ene bij een zelfmoordaanslag, de andere bij een inval  van het Israëlische leger elkaar vonden. Ze brengen respect op voor elkaar en bejegen elkaar als vriend en buur; tegen beter weten in van hun directe omgeving.

Laten we dus deze inspanningen stimuleren hoe klein ook. Er zijn voldoende voorbeelden die aantonen tot wat mensen in staat zijn:
- Het afbreken van de Berlijnse muur;
- Het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika;
- Het democratiseren van Latijns-Amerika;
- De verkiezing van een niet-blanke president in de VS.

Jos De Wit, vrijwilliger werkgroep Palestina-Israël, Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen.

Deel dit artikel