Stakingen en groeiend sociaal protest tegen regering Uribe

De regering van Uribe maakt moeilijke tijden mee de laatste paar maanden: na stakingen in de transport sector en in verschillende overheidsinstellingen, kreeg het in september daarenboven ook nog eens te maken met een staking van de arbeiders in de suikerrietplantages.
Hoewel de voornaamste eisen bij deze werknemers te maken hebben met loonvoorwaarden en werkomstandigheden - gezien de huidige economische en financiële wereldcrisis niet verwonderlijk - geven de protesten ook een groeiende ontevredenheid aan binnen de Colombiaanse bevolking ten opzicht van de regering van president Uribe en de wijze waarop hij het land bestuurt en politiek voert.

De regering Uribe schijnt maar moeilijk overweg te kunnen met deze kritiek of andere vormen van gerechtvaardigd protest. Dat leidt tot verkrampte reacties, waarbij geprobeerd wordt om legitieme verzuchtingen en argumenten te ontkrachten door de oppositie te criminaliseren, te beschuldigingen van terrorisme of van banden met de FARC.

Zo'n overdreven reactie was er bijvoorbeeld ten gevolge van de staking in de juridische sector. De president riep de 'Staat van Interne Commotie' uit, één van de drie exceptionele maatregelen die de regering tijdelijk uitzonderlijke macht toeschrijft in het geval van 'zware verstoring van de publieke orde die de veiligheid of stabiliteit van de instituties bedreigt' (1). Het geeft hem onder andere de mogelijkheid om gedurende een periode van 90 dagen (uitbreidbaar met nogmaals 90 dagen) bestaande wetten op te heffen die 'incompatibel' zijn met die situatie van commotie.(2)

De sociale protesten blijven echter niet beperkt tot administratieve sectoren: op 12 oktober - niet toevallig de 'Dag van het Ras', ter herdenking van meer dan 500 jaar donkere geschiedenis van dit continent - riepen inheemse organisaties uit het departement Cauca op tot protest en het blokkeren van de 'Vía Panamericana', de belangrijkste autosnelweg die het continent doorkruist.

Bij het ontzetten van de snelweg werden zowel leger als politie ingezet en gebruikte men gepantserde politiewagens en zelfs helikopters om de betogers met traangas uiteen te drijven. Na verschillende dagen van confrontatie tussen autoriteiten en betogers, waren er tientallen gewonden te betreuren aan beide kanten en de trieste balans van drie doden bij de betogers. Er ontstond een controverse over het feit of de autoriteiten al of niet het vuur geopend hadden op de betogers, wat eerst sterk werd ontkend door Uribe. Tot er een video opdook op CNN waarop duidelijk te zien was dat leden van de politie wel degelijk vuurwapens gebruikt hadden (3). Na dit publiekelijk toegegeven te hebben op de nationale televisiezender, verklaarde Uribe echter dat de eigenlijke doodsoorzaak van de slachtoffers ten gevolge was van granaatscherven en niet door kogels.

Om een inhoudelijk discussie over de eisen van de betogers te vermijden, werd geprobeerd om de protesten te delegitimeren, door herhaaldelijk beschuldigingen te uiten dat ze geïnfiltreerd waren door terroristen van de FARC of zelfs gesponsord zijn door buitenlanders, beschuldigingen die ten stelligste werden ontkend door de inheemse autoriteiten. Niettegenstaande werden enkele dagen later drie buitenlanders het land uitgezet, nadat ze deel genomen hadden aan betogingen van de suikerrietarbeiders, volgens de overheid wegens onregelmatigheden met hun visum (4).

Na de opheffing van de blokkades, begonnen duizenden lokale boeren en leden van de inheemse gemeenschappen aan een vreedzame mars richting Cali, met als doel overleg af te dwingen met Uribe en hun eisen rechtstreeks aan hem voor te leggen.

Al gauw sloten ook andere sociale sectoren zich bij de mars aan: de werknemers van de rietplantages, maar eveneens vakbonden en andere sociale bewegingen steunden voluit de protestmars. In totaal kwamen er zo'n 45.000 personen in Cali aan voor het overleg met de president. 

De president probeerde op voorhand via de media het debat te beperken tot een probleem van verdeling van landeigendom en de eisen te ontkrachten door te beweren dat inheemse bevolkingsgroepen reeds 27% van het grondgebied in bezit hebben, waarom zouden ze dan nog meer willen?

Het is algemeen geweten dat Colombia één van de landen is waar de grond het meest ongelijk verdeeld is, met zo'n 3000 grootgrondbezitters die eigenaar zijn van 53% van het hele grondgebied. Inheemse gemeenschappen krijgen dan meestal gronden toegewezen die minder vruchtbaar zijn, of die reeds deel uit maken van beschermde nationale parken en worden vaak met geweld verdreven als er dan toch rijkdommen onder de grond blijken te zitten zoals olie of mineralen (5)(6).

Het eisenpakket dat de inheemse groepen voorleggen gaat echter veel verder dan alleen maar een kwestie van landrechten en omvat 5 hoofdpunten: (7)(8)

Schendingen van mensenrechten en het recht op leven: garantie dat de regering sociaal protest zal toelaten, het stopzetten van strategieën die de inheemse gemeenschappen criminaliseren en het respecteren van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
Agressie en bezetting van grondgebied: demilitarisatie van inheems grondgebied, stopzetten van concessies voor mijnbouw en petroleum, stopzetten van de besproeiïngen met glifosaat (tegen de cocateelt) op inheems grondgebied, en stop zetten van de promotie van monocultuur zoals Afrikaanse palm. Respect voor traditionele inheemse overheden als beschermers van hun grondgebied.
Ratificeren van de VN Verklaring over de rechten van de inheemse bevolkingsgroepen (aangenomen door de VN op 13 september 2007, waarbij Colombia zich onthield).
Afschaffen van wetten die het met geweld ontzetten van de bevolking toelaten, zoals Het Landbouw Statuut van 2007, de Mijnbouw Code en de Departementale Plannen voor Watervoorziening, die de rechten van de inheemse bevolking schenden en ingaan tegen internationale akkoorden (zoals de Conventie 169 van de IAO). Openen van een publiek debat over vrijhandelsakkoorden en het recht op voorafgaande consultatie hierover.
Nakomen van eerder gemaakte akkoorden met inheemse gemeenschappen en organisaties en het effectief toekennen van budgetten hiervoor.
Afgelopen zondag was hierover een directe dialoog gepland in Cali tussen president Uribe en de inheemse gemeenschappen, maar omwille van vertragingen in het drukke reisschema van de president liet die de inheemse autoriteiten meer dan een halve dag wachten op z’n komst. Tegen dat hij uiteindelijk op de plaats van afspraak verscheen, hadden de aanwezigen de hoop al opgegeven en waren terug vertrokken. Het valt nu af te wachten wat de betogers verder beslissen, of er zich alsnog een kans aandient voor overleg in Cali zelf of in La María. 'En zoniet', lieten de vertegenwoordigers van de manifestanten reeds verstaan, 'gaan we als het nodig is helemaal te voet tot Bogotá'.

(1) http://www.elespectador.com/paro-judicial/video-estado-de-conmocion-tres-puntos
(2) http://www.derechos.org/nizkor/colombia/doc/estadoexcep1.html
(3) http://www.youtube.com/watch?v=DjbYKQAapak
(4) http://www.elespectador.com/articulo84511-das-expulsa-extranjeros-infiltrados-marchas-indigenas
(5) http://www.elespectador.com/columna86008-mucha-tierra
(6) http://www.internal-displacement.org/idmc/website/countries.nsf/(httpEnvelopes)/7994964F3955C802C125719200585B76?OpenDocument
(7) http://www.onic.org.co/minganoticias.shtml?x=35256
(8) http://www.cric-colombia.org/noticias/?content=detail&id=148

Gert Steenssens, coöperant Broederlijk Delen in Colombia

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel