Amnesty: 'Syrische vluchtelingen slachtoffer van internationaal beleid'

De onwil van de internationale gemeenschap om de Syrische vluchtelingenstroom richting de Turkse grens te helpen leidt tot een ongeziene humanitaire crisis waarbij vluchtelingen worden teruggejaagd of beschoten. Dat maakt Amnesty International vandaag bekend in een uitgebreid rapport.

Syrian refugee camp on theTurkish border
[Vluchtelingenkamp aan de Syrish-Turkse grens - Foto: Voice of America News - Licensed under Public domain via Wikimedia Commons.]

Het rapport beschrijft de precaire toestand waarin ruim 1,6 miljoen Syriërs in Turkse opvangkampen zich op dit moment bevinden. Het document benadrukt ook "de betreurenswaardige tegenzin van de internationale gemeenschap om de vluchtelingen financieel te helpen". Volgens de mensenrechten-ngo heeft Turkije moeite om zelfs in de basisbehoeften van de vluchtelingen te voorzien. "Veel mensen die over de grens vluchten, leiden nu een armzalig leven", vertelt Amnesty-onderzoeker Andrew Gardner.

amnesty-report-syrische-vluchtelingen-nov-2014Op dit moment draagt Turkije volgens Amnesty de zwaarste lasten. Ze vangt bijna de helft van de 3,2 miljoen Syrische vluchtelingen op en heeft daarvoor bijna 3,2 miljard euro uitgegeven. Tegelijkertijd hebben de Verenigde Naties dit jaar maar 110 miljoen euro subsidies kunnen vrijmaken, terwijl er oorspronkelijk 396 miljoen euro was beloofd door internationale geldschieters. "De weigering van de rijke landen om meer hulp te bieden is afschuwelijk", zegt Gardner.

Beschietingen

Alhoewel Turkije officieel de grenzen heeft geopend voor Syrische vluchtelingen, zijn er op een stuk grens van 900 kilometer lengte maar twee grensposten. Wie zich daar aanmeldt zonder paspoort wordt vaak teruggestuurd, tenzij er sprake is van een medisch of humanitair noodgeval. Sommige vluchtelingen nemen daarom hun toevlucht tot smokkelroutes, maar daar worden ze regelmatig slachtoffer van beschietingen door grenswachters. Anderen worden teruggejaagd naar de Syrische conflictzones, waar ook voortdurend geschoten wordt.

Volgens Amnesty zijn in de eerste helft van dit jaar 17 vluchtelingen omgekomen door scherp geschut van grenswachten. Vele anderen zijn het slachtoffer geworden van mishandeling en zijn teruggestuurd naar Syrië. "Elke natie is verplicht om oorlogsvluchtelingen te beschermen. Het is weerzinwekkend dat men op deze mensen schiet. Dit is een duidelijke schending van het internationale humanitair recht en moet streng worden bestraft", benadrukt Gardner.

Vluchtelingenkampen

Van de 1,6 miljoen Syrische vluchtelingen die zich in Turkije bevinden, zijn maar 220.000 mensen opgevangen in goed uitgeruste vluchtelingenkampen. Volgens bronnen bij de Turkse overheid ontvangt maar 15 procent van de vluchtelingen buiten de opvangkampen hulp van mensenrechtenorganisaties. Sommige families zetten zelfs hun kinderen aan het werk om genoeg geld te ontvangen voor basisbehoeften als onderdak en voedsel.

Amnesty citeert het geval van de 10-jarige Ibrahim (een schuilnaam, nvdr.), die twee jaar geleden vanuit Aleppo vluchtte voor het geweld. Hij leeft nu met zijn familie in een cementen bunker nabij de Turks-Syrische grens. De jongen werkt van 's ochtends vroeg tot de vroege avond om plastiek afval te verzamelen, waarvoor hij 70 eurocent per kilo krijgt. Soms heeft hij tijd voor een les bij de plaatselijke imam, maar de rest van zijn acht broertjes en zussen gaan niet naar school.

"De realiteit is dat veel Syrische vluchtelingen momenteel in een hopeloze situatie zitten. Ze zijn in de steek gelaten door de internationale gemeenschap, die tot nu toe weinig heeft gedaan voor hen", besluit Amnesty-onderzoeker Gardner.



BRON:
IPS

Deel dit artikel