Tientallen organisaties klagen straffeloosheid aan bij Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie

Tijdens de voorbije sessie van de Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie (IACHR) in Washington (17-28 oktober) vond een bijzondere hoorzitting plaats over de situatie van mensenrechtenactivisten in de context van de ontginning van natuurlijke rijkdommen in Latijns-Amerika. De zitting kwam er op vraag van een coalitie van 39 middenveldorganisaties, waaronder ook het advocatencollectief CAJAR uit Colombia, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen.

Met steun van de ngo International Service for Human Rights werkte de coalitie een rapport uit met gedocumenteerde casestudies uit 17 landen. Het rapport doet verschillende aanbevelingen aan staten, bedrijven en internationale actoren voor een betere bescherming van het werk van mensenrechtenverdedigers. Een specifieke hoorzitting rond dit thema, en van dergelijke omvang, is een primeur voor de IACHR.

Activisten die opkomen voor specifieke rechten met betrekking tot land en leefmilieu ondervinden grotere risico's dan andere verdedigers van mensenrechten. Tussen 2002 en 2013 kwamen volgens de ngo Global Witness wereldwijd 760 land- en milieurechtenactivisten om het leven, het grootste deel van hen in Latijns-Amerika.

Straffeloosheid en stigmatisering

Tijdens de hoorzitting in Washington getuigden vertegenwoordigers van organisaties uit verschillende landen over conflicten met grondstoffen- en energiebedrijven, en over de gewelddadige repressie van het werk van mensenrechtenverdedigers. Ze benadrukten daarbij vooral de heersende straffeloosheid: op plaatsen waar de aanwezigheid van de staat beperkt is, krijgen bedrijven vrij spel. Net in dergelijke situaties zijn activisten die het land en de leefomgeving van hun families en gemeenschappen beschermen vooral actief.

Stigmatisering van mensenrechtenrechtenverdedigers als 'tegenstanders van economische ontwikkeling' of zelfs als 'terroristen' is een specifieke tactiek om hun werk te ondermijnen, klagen de organisaties aan. Het rapport van de coalitie documenteert vooral gevallen van criminalisering van protest, via wetgeving die vaak op een arbitraire manier gebruikt wordt.

Staten en bedrijven falen

Zowel staten als bedrijven komen hun verplichtingen op vlak van mensenrechten niet na, stelt de coalitie. De grootste verantwoordelijkheid ligt bij staten: zij moeten in de context van investeringsprojecten en gerelateerde bedrijfsactiviteiten zorgen voor een wettelijk en institutioneel kader dat garandeert dat mensenrechtenverdedigers hun werk kunnen doen, en dat bedrijven het recht respecteren om mensenrechten te verdedigen.

Maar ook bedrijven zelf dragen een grote verantwoordelijkheid. Niet alleen slagen ze er vaak niet in om de mensenrechten te respecteren in projecten die ze ontwikkelen, ze leggen activisten ook vaak rechtstreeks of onrechtstreeks het zwijgen op. In veel gevallen is bovendien sprake van samenwerking tussen staats- en privéactoren, waarbij economische belangen primeren op de rechten van de lokale bevolking.

Aan het einde van de hoorzitting sprak de voorzitter van de IACHR duidelijke taal: ze noemde het een 'totale schande' dat regeringen in Latijns-Amerika er niet in slagen om een adequate bescherming te bieden aan mensenrechtenverdedigers, om aansprakelijkheid te verzekeren en om een einde te stellen aan de straffeloosheid.

Deel dit artikel