Tijd voor een wapenembargo tegen Israël

Terwijl alle aandacht gaat naar de militaire capaciteiten van de Hezbollah lijkt men te willen vergeten dat de bewapening van Israël evenzeer een probleem vormt. De Verenigde Staten staan in voor 20 procent van het Israëlische defensiebudget. Maar ook verschillende Europese landen zien er geen graten in om wapens te leveren. Ze overtreden daarmee de eigen gedragscode op wapenhandel.

Vooralsnog zwijgen de wapens in Libanon. VN-resolutie 1701 vormt de basis van een broos staakt-het-vuren. De resolutie stipuleert onder meer dat landen geen wapens mogen leveren aan niet-regeringstroepen - Hezbollah dus - die ook geen andere vormen van militaire hulp mogen ontvangen. Op zich is het een goede en logische zaak dat men het militaire monopolie van het Libanese leger wil herstellen, ook al vormt Hezbollah paradoxaal genoeg de beste garantie tegen een nieuwe mogelijke militaire invasie van Libanon door Israël.

Terwijl alle aandacht gaat naar de militaire capaciteiten van de Hezbollah lijkt men te willen vergeten dat de bewapening van Israël evenzeer een probleem vormt. Dat volgt al uit de resolutie zelf, waarin Israël niet ter verantwoording wordt geroepen voor het disproportioneel geweld en de vele honderden burgerslachtoffers. De VN-verantwoordelijke voor humanitaire zaken, Jan Egeland, legt nu de vinger op de wonde, door Israël te beschuldigen van een compleet ‘immoreel gebruik’ van clusterbommen in Libanon. Hij vond het ‘shockerend’ dat 90 % van die clusterbommen gevallen is in de laatste 72 uur. VN-experts hebben inmiddels al 100.000 niet-ontplofte submunitie gevonden, vooral in bewoonde gebieden. Clusterbommen zijn gruwelijke wapens omdat een deel van de submunitie na het droppen van de moederbom niet explodeert, waardoor die plots het karakter krijgt van een landmijn. Voldoende reden voor België om begin dit jaar een terecht verbod in te voeren op deze wapens. Israël produceert zelf minstens twee types van deze bommen, maar voert ze ook in. Een vorige week gepubliceerd rapport van het Coördinatiecentrum van de Verenigde Naties voor Landmijnen stelt dat er ook drie types van Amerikaanse submunitie zijn gevonden. In de VS wil men nu onderzoeken of de wapens zijn ingezet conform aan de gemaakte afspraken.

De clusterbommen komen bovenop de vele landmijnen die op grote schaal verspreid liggen in het zuiden van Libanon, een gevolg van opeenvolgende Israëlische invasies. De reeds gevonden landmijnen vormen een goede illustratie van de grote verantwoordelijkheid die rust op tal van Europese landen. Er zijn immers verschillende Europese exemplaren gevonden, waaronder ook twee Belgische types, antipersoon- en antitankmijnen van het in 1993 failliet verklaarde bedrijf Poudres Réunies de Belgique. Het cynische is dat België nu zijn eigen landmijnen en die van zijn bondgenoten mag gaan opkuisen.

Hoewel Israël in het bezit is van een van de best uitgebouwde wapenindustrieën in de wereld, blijft het land voor zijn bewapening sterk afhankelijk van het buitenland. Van 2001 tot 2005 ontving Israël voor 10,5 miljard $ militaire steun uit de VS, grotendeels in de vorm van jaarlijkse giften naast 6,3 miljard $ effectieve wapenleveringen. Met de giften financieren de VS ongeveer 20 procent van het Israëlische defensiebudget. Europa laat zich niet onbetuigd. 12 landen van de Europese Unie, met op kop Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland, leverden vorig jaar voor 143,8 miljoen Euro aan licenties af voor wapens aan Tel Aviv. Slechts 26 van in totaal 430 licenties werden geweigerd. Het meest in het oog springende Europese wapendossier is dat van de Duitse vergunningen voor de levering van onderzeeërs van het type ‘Delphin-Klasse’, waarvan experts zeggen dat ze kunnen gebruikt worden als lanceerplatform voor nucleaire wapens.

Alle wapenleveringen vonden plaats in weerwil van de Europese gedragscode voor wapenhandel, waarvan de criteria aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. De EU-landen voelen zich niet gehinderd in het feit dat Israël een bezettingsmacht vormt in de Palestijnse gebieden, de Syrische Golan en het zuiden van Libanon, in strijd met diverse resoluties van de Verenigde Naties. Het Israëlische leger heeft niet alleen lelijk huisgehouden in Libanon, maar maakt nu al maandenlang intensief gebruik van zijn wapenarsenaal in de Gazastrook. Daar zijn de afgelopen maanden een kleine 250 Palestijnen gedood onder wie minstens 42 minderjarigen. Het gaat bijna steeds om gewone burgers. Ook de politiek van buitenrechterlijke executies, waarbij sinds het begin van de Intifada 204 Palestijnse militanten zijn gedood, lijkt geen argument om de wapenleveranties stop te zetten. Dit ondanks het feit dat volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie Betselem bij deze executies ook 333 onschuldige omstanders zijn gedood. Als klap op de vuurpeil beschuldigen verschillende mensenrechtenorganisaties Israël van het plegen van oorlogsmisdaden in Gaza en Libanon.

Al dit lijkt geen enkel effect te hebben op het westerse beleid ten aanzien van Israël. Terwijl de verkozen Hamas-regering nu al maanden lang gebukt gaat onder een Europese boycot, omdat ze weigert het geweld af te zweren en de staat Israël te erkennen, blijven de wapenleveringen richting Israël doorgaan. Dit is politiek en moreel absoluut onverantwoord. De vredesbeweging vraagt al jaren een formeel wapenembargo tegen Israël en dat zolang de regering weigert zich te gedragen in respect voor het internationale recht. We beginnen ons echt af te vragen wat er nog moet gebeuren vooraleer onze politici in actie schieten om alleen nog maar de eigen wetgeving en afspraken over wapenleveringen na te leven.

Ludo De Brabander


 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel